Sander DonkersIn 150 woorden

Tante Jo zag mij in Het Journaal, samen met Dick de Jager

In 1970 dropten mijn ouders mij bij mijn dierbare Tante Jo zaliger om zich in de love & peace van ‘Kralingen’ te storten, in de jaren tachtig gebruikte ik met mijn vrienden haar Rotterdamse woning als uitvalsbasis voor concerten in de Kuip. Rock ’n roll was haar een gruwel, maar een bezoek van Goudkopje en co was een vreugdevolle onderbreking van de eenzaamheid.

Terwijl Tante Jo aan de eikenhouten eettafel gehaktballen voor ons draaide, draaiden wij bandjes van Bowie, Springsteen en de Stones. ‘Het heeft ritme’, haakte ze dan dapper in op onze voorpret. ‘Én melodie.’

Weldoorvoed en uitgerust na een nacht onder de gesteven lakens bemachtigden wij de volgende ochtend altijd betere plekken op het veld dan degenen die in slaapzakken voor de toegangspoort hadden gebivakkeerd. Bij de Stones stond ik zo vooraan dat Tante Jo mij later in het Journaal zag. Toen ze me daarover verrukt opbelde, prees ze de energie van die zanger, Dick de Jager.

Meer over