ColumnLoes Reijmer

Sylvana Simons in de Kamer is een historisch moment

null Beeld

Deze week, toen bekend werd dat Rotterdamse politieagenten in appgroepen niet alleen spraken over ‘kankervolk, kutafrikanen en pauperallochtonen’ op wie ze wilden ‘schieten’, maar zich ook racistisch en kwetsend hadden uitgelaten na de moord op het gestalkte meisje Hümeyra, moest ik denken aan Sylvana Simons van Bij1.

Aan het gesprek dat Simons een dag na de verkiezingen bij Jinek had met BoerBurgerBeweging-partijleider Caroline van der Plas om precies te zijn, of de confrontatie zoals dat dan heet, want om een of andere reden noemen media alles wat Simons aangaat een confrontatie, ook al is ze vrijwel altijd de rust zelve. In Nederland kun je dronken staan kakelen over een uil van Minerva en nog vinden velen je een frisse, rationele gast. Je kunt in je verkiezingsprogramma schrijven dat vrouwen met een hoofddoek de toegang tot overheidsgebouwen moet worden ontzegd en iedereen haalt zijn schouders op. Maar een zwarte vrouw die kalm en gedecideerd pleit voor gelijkwaardigheid, nee, díé is te polariserend.

Besefte Simons wel dat ze nu een volksvertegenwoordiger was, vroeg Van der Plas haar. Dat ze alle Nederlanders moest dienen? ‘Laten we eerlijk zijn’, zei de vrouw die dezelfde ochtend nog haar tractor op het Binnenhof had geparkeerd. ‘Bij1 is echt een partij die zich op een bepaald punt sterk maakt.’

Niet alleen het bevoogdende toontje van de boersplainer was opmerkelijk, maar vooral de arrogante miskenning van het belang van Simons’ politiek. ‘Een bepaald punt’, one-issue, Randstedelijk gezeur – het zegt nogal wat over het voortreffelijke zelfbeeld van een land als racisme en discriminatie tot randzaken worden gerekend.

Dat kleinmaken deed denken aan de gebeurtenis die Simons’ leven is gaan definiëren: het moment waarop ze in De Wereld Draait Door aan Martin Šimek vroeg waarom hij het woord ‘zwartjes’ gebruikte voor bootvluchtelingen. De publieke opinie keerde zich daarna in alle hevigheid tegen haar, maar toen ik het fragment onlangs terugkeek, viel me vooral de hooghartigheid van Šimek op. ‘Zwartjes, zo praten we toch over ze?’, reageerde hij. En, toen Simons het voorzichtig en welwillend nogmaals probeerde: ‘Dat is nu niet belangrijk, dat komt wel weer met Sinterklaas.’

Natuurlijk, Šimek had net een warm, gloedvol verhaal gehouden over de vreselijke dingen die hij had gezien aan de kust van de Middellandse Zee. Maar hij leek, net als de verbolgen kijkers van DWDD, niet te beseffen dat denigrerend taalgebruik ook onderdeel is van het probleem dat hij net zo indrukwekkend had beschreven: de ontmenselijking van vluchtelingen, van de ander.

Toen kon je nog denken dat Simons over taal zeurde, inmiddels mag duidelijk zijn dat het probleem groter is. We weten dat uitzendbureaus en huizenverhuurders er nog altijd weinig problemen mee hebben om te discrimineren op afkomst, ook al is het verboden. We weten dat Belastingdienst in de toeslagenaffaire selecteerde op tweede nationaliteit, dat ambtenaren in mails spraken over ‘een nest Antillianen’. En dankzij de onthulling van NRC weten we nu dat een Rotterdamse agent in een appgroep ‘weer een Turk minder’ stuurde na de moord op een 16-jarig meisje, een meisje dat tevergeefs de bescherming van de politie had gezocht. De agenten beweren dat het slechts ‘een cynisch commentaar aan het adres van de rechterlijke macht betrof’, een laf verweer dat cynisch maakt over het lef bij de politie, ook wat betreft de leidinggevenden die de agenten met de mildst mogelijke straf berispten.

Racisme is geen randzaak, geen franje. Het probleem zit diep, dieper dan we willen geloven. Woensdag zal Sylvana Simons als eerste zwarte fractievoorzitter ooit worden beëdigd in de Tweede Kamer. Dat is geen leuk feitje, dat is historisch.

Meer over