VerslaggeverscolumnToine Heijmans in Nijmegen

Steun van alle kanten, maar Maher moet hoe dan ook een dure verkeershufterscursus ondergaan, menselijke maat of niet

null Beeld

Zoveel berichten kreeg Maher nadat hij op deze plek vertelde over de hem opgelegde verkeershufterscursus, terwijl hij geen hufter is, dat ik opnieuw bij hem aanschuif op een terras om het over de andere kant van de zaak te hebben. Hulp en aanmoediging van alle kanten kreeg hij, talloze berichten, gewoon van mensen die hem niet kennen, het is een karaktertrek van Nederland die ook weleens benadrukt mag.

Vriendelijkheid en begrip, en schaamte voor de horkerige instanties, een hele inbox vol, ook van een juridisch adviseur wiens naam op verzoek in het midden blijft, maar die zich nogal wat vrijwilligerswerk op de hals haalde omdat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen niet van wijken weet als het Maher betreft, en aldoor juridisch blijft bumperkleven. Hij moet en zal die asocursus doen, ook al kost het de instantie tijd en geld – de stukken zijn alweer verstuurd.

De stukken zijn alweer verstuurd. Beeld Toine Heijmans
De stukken zijn alweer verstuurd.Beeld Toine Heijmans

Om bij te verdienen bezorgt Maher pizza’s en friet voor snackbar Corona; hij woont sinds zes jaar in de stad met zijn gezin en is net genaturaliseerd. Die nacht werd hij aangehouden, de agent constateerde vier overtredingen die Maher op één na (links blijven rijden) kon weerleggen. Hij is geen verkeershufter, stelde zelfs de agent, die later op schrift toegaf ‘niet de juiste inschatting’ te hebben gemaakt, maar daar heeft het CBR geen boodschap aan.

Met zijn voormalige leraar Nederlands, Mart van de Vorstenbosch, ging hij naar de bestuursrechter maar die deed wat bestuursrechters doen: door een kokertje kijken, niet de mens zien en zijn omstandigheden.

Mart: ‘Door de hoeveelheid reacties, al die steun, is Maher toch maar in hoger beroep gegaan.’

Maher: ‘Het helpt, al die vriendelijke mensen, maar ik ben pas echt blij als mij recht is gedaan.’

Hij vroeg om uitstel van de asocursus, die hem twee jaar geleden was aangezegd maar nog steeds niet heeft plaatsgevonden vanwege de pandemie, dus haast was er niet bij, maar nu wel: ‘in het belang van de verkeersveiligheid’ moet de cursus ‘zo snel mogelijk plaatsvinden’, schrijft het CBR, dat in een paginalang verweerschrift persisteert dat Maher een verkeershufter is, zoals de Belastingdienst jarenlang volhield dat zogenaamde kinderopvangtoeslagfraudeurs fraudeurs waren.

De persvoorlichter van het CBR, Nathalie Dingeldein, kan niet ingaan op de zaak omdat ie onder de rechter is, ‘wel willen we in het algemeen zeggen dat we iedereen gelijk behandelen’, ‘ten behoeve van de verkeersveiligheid én om willekeur te voorkomen’, dat is een ‘wettelijke plicht’. Evengoed: ‘wel luisteren we naar ieders verhaal en waar mogelijk houden we rekening met persoonlijke omstandigheden’ – behalve dus kennelijk in dit geval.

De menselijke maat is een staand begrip geworden, ook bij de instanties, maar de werkelijke betekenis ervan strandt nog steeds op een angstig teruggrijpen naar de letter van de wet. Zelfs Sander Dekker, minister voor Rechtsbescherming namens de VVD, waar ze wel raad weten met verkeershufters, is in de nadagen van zijn kabinet bekeerd. ‘De toeslagenaffaire heeft geleerd’, zei hij in de Volkskrant, ‘dat grote uitvoeringsorganisaties (…) niet moeten zeggen: ‘Goh, u bent het niet met ons eens? Schrijf maar een brief of een bezwaarschrift.’ Daarmee duw je mensen een juridisch traject in. Nee, de eerste reflex moet zijn: hoe kunnen we helpen?’

Maher (r) en Mart. Beeld Toine Heijmans
Maher (r) en Mart.Beeld Toine Heijmans

Bij de verhoren van de parlementaire onderzoekscommissie naar de menselijke maat, hield het CBR nog een ‘pleidooi voor hernieuwd vertrouwen’, maar nu duwt het CBR zichzelf en Maher alsnog een duur juridisch traject in. Zijn onbezoldigd juridisch adviseur heeft een precedent gevonden, te weten de zaak van de man met het ‘auto brouwerij syndroom’, een ziekte waarbij het lichaam zelf alcohol aanmaakt – die was eerst ook een cursus opgelegd. Als je de jurisprudentie bekijkt, zegt de adviseur, en de memorie van toelichting, ‘is die cursus bedoeld voor mensen die 180 rijden, die auto’s van de weg drukken, echt aantoonbaar asociaal gedrag. Maar daar wil het CBR niks van horen.’

Dat komt, zegt hij ook, omdat de verkeershufterswet is dichtgetimmerd, ‘geen afwegingsruimte, geen beleidsruimte’ – gebrek aan menselijke maat moet je dus ook de politiek verwijten, die graag keihard aanpakt en weet dat nuance slechts is voor de verkiezingsuitslag. ‘Maar wat wil je hiermee bereiken als overheid? Wat voor gevoel geef je zo iemand, als deelnemer aan het maatschappelijk verkeer?’

Maher: ‘Ze vinden mij gevaarlijk, maar dat ben ik niet. Het is gewoon oneerlijk.’

Meer over