ColumnJoost Zaat

‘Sorry doc, hongerige wolf heeft honger’, zegt de vertaalapp van mijnheer Han

null Beeld

‘Sorry doc, hongerige wolf heeft honger’, zegt de vertaalapp van mijnheer Han. Hij praat geen woord Engels en ik ben Ruben Terlou niet. Zijn app maakt zijn antwoorden onbegrijpelijk en mijn vragen vast ook.

In zijn dossier zie ik dat hij diabetes heeft, pillen slikt en insuline spuit. Alles moet allang op zijn. Mijnheer Han is een Chinese man zonder verblijfsvergunning, die er al net zo droef uitziet als sommige van de Chinezen die Terlou in zijn fantastische tv-serie over de diaspora interviewt.

Mijnheer Han is nog niet erg geslaagd in succesvol zijn. Steeds wanhopiger probeer ik te achterhalen wat hij wil en hoe hoog zijn bloedsuikers zijn. Hij heeft zijn metertje niet mee, onze maatschappelijk werker spreekt zijn soort Chinees niet, en bij de club die we dan inschakelen is degene die ik hebben moet net weg.

Na dik een half uur geef ik hem een Engelstalig briefje mee met de instructie dat hij volgende week terug moet komen met een tolk en zijn bloedsuikermeter. Ik geloof dat de app mijn mondelinge instructie goed vertaalt, want mijnheer Han knikt instemmend.

Ik geef hem alvast herhaalrecepten. Want als alles op is, zijn zijn bloedsuikers zeker te hoog.

Een weekje later zie ik hem. Alleen. Gelukkig zit er nu een echte, pratende Chinese mijnheer in zijn telefoon. De bloedsuikermeter is hij vergeten. Vraagje voor vraagje denk ik te begrijpen wat er aan de hand is. Ik laat hem precies voordoen hoe hij zijn twee insulinepennen instelt, zodat ik kan zien hoeveel eenheden hij spuit. Ik pas zijn schema aan, vertel dat hij bloedsuikers moet meten en laat alles zin voor zin vertalen. ‘Komt u dan volgende week opnieuw terug, met uw tolk en uw meetapparaat.’

‘Doc, ik heb nieuwe medicijnen nodig.’

‘Maar mijnheer Han, waar zijn die van vorige week dan?’

Opnieuw strandt het gesprek. ‘O doc’, zegt de mijnheer in de telefoon tot slot, ‘mijnheer Han kan volgende week helemaal niet komen, want dan werkt hij twee maanden in België.’

Als kind lag ik met mijn zusje op de vloer te kijken naar mijn vaders Bosatlas van ver voor de oorlog. Wat zagen de grenzen in Midden-Europa en Afrika er toen anders uit dan nu. Hoeveel mensen waren er niet verkast? In mijn kleuterklas werd een Hongaars jongetje mijn beste vriendje. Mijn liefjes familie komt uit een voormalige kolonie, mijn zoon woont daar nu.

’s Middags kijk ik in een recentelijk uitgegeven atlas over de wereldgeschiedenis. Kaarten vol pijlen die de eindeloze migratiestromen in de geschiedenis laten zien. Mensen zijn altijd op drift geraakt door opstand, oorlog, honger, vervolging, op zoek naar onderwijs voor hun kinderen, eten voor hun familie, of vertrokken uit verliefdheid. Het is boreale onzin dat te ontkennen en te doen alsof we hier eeuwenlang een oergezellige cultuur hebben.

Veel mensen lijken op mijnheer Han. Oprechte pogingen elkaar te begrijpen, daar gaat het in het leven om. Al doe ik dat toch liever niet via een krakkemikkige vertaalapp.

Meer over