GastcolumnMirjam Janssen

Soort zoekt soort in de liefde – en dat pakt oneerlijk uit

Ondanks de toegenomen vrijheid is een relatie nog steeds vooral sociaal bepaald, betoogt gastcolumnist Mirjam Janssen.

Scène uit de Netflix-film The Dig. Beeld
Scène uit de Netflix-film The Dig.

In de pas verschenen Netflix-film The Dig huurt de rijke weduwe Edith Pretty de autodidact Basil Brown in om opgravingen te verrichten op haar landgoed. Al snel broeit er iets tussen die twee. Maar de film speelt in 1939 in Engeland, bepaald niet de tijd en de plaats voor stomende scènes.

Onhandig manoeuvrerend moeten ze achter elkaars gevoelens zien te komen. Iedere vorm van lijfelijkheid is onmogelijk. Basil schept en spit in een overhemd met een strak dichtgeknoopt gilet eroverheen – een blote bast is uitgesloten, verder dan opgestroopte mouwen komt hij niet.

Maar de belangrijkste hindernis voor toenadering is het verschil in sociale klasse. Zij is een dame, hij een eenvoudige werkman. Basil weet eigenlijk wel dat Edith onbereikbaar is en dat verheffing tot de bovenklasse onmogelijk is, maar hij heeft moeite dat te accepteren. De betovering wordt verbroken als zijn vrouw opduikt. Een rond, volks type, praktisch en hartelijk. Zo heel anders dan de dromerige, intellectuele Edith.

Twee geloven op één kussen

Ook in Nederland kon je destijds niet zo maar een verhouding beginnen met iemand die je leuk vond. Daar kwam wat schot in na de oorlog toen steeds meer protestanten en katholieken met elkaar begonnen te daten. Tot ontzetting van de kerkelijke leiders, die weigerden twee geloven op één kussen in te zegenen. En toen ze er eindelijk wel toe bereid waren, was het te laat: veel geliefden hadden inmiddels het geloof verlaten.

Verkering tussen autochtonen en migranten riep eveneens weerstand op. Zo brak in 1961 in Oldenzaal een vechtpartij uit tussen lokale jongens en Italiaanse gastarbeiders. De Tukkers probeerden de zuiderlingen weg te houden bij een dancing omdat de meisjes naar hun smaak te veel onder de indruk waren van de Italiaanse charmes. Inmiddels is een op de zes relaties ‘gemengd’.

Ondanks de toegenomen vrijheid is een relatie nog steeds vooral sociaal bepaald. De dochter van een artsenechtpaar komt niet thuis met een van onder tot boven getatoeëerde en gepiercete Hells Angel. Haar ouders hebben waarschijnlijk nooit gezegd dat zo’n vent niet mag, ze zal er gewoon niet voor kiezen. Soort zoekt soort. Al loopt de voornaamste scheiding tegenwoordig niet meer tussen klassen, maar tussen opleidingsniveaus en daar zit een akelige kant aan.

Kwetsbaarder

Praktisch opgeleiden zijn kwetsbaarder dan theoretisch opgeleiden. Ze hebben meer moeite betaalbare woonruimte te vinden en minder inkomenszekerheid. Ze trouwen minder vaak en gaan sneller uit elkaar, vermoedelijk omdat ze onder grotere stress leven. Als ze gaan scheiden verslechtert hun financiële positie verder. Ze kunnen zich meestal geen co-ouderschap permitteren, want dat is duur, de exen moeten dan twee volwaardige huishoudens opzetten.

Omdat theoretisch opgeleiden bij voorkeur voor elkaar kiezen, zijn er stellen die alles hebben tegenover paren die met alle onzekerheden tegelijk kampen. Een duurzame verbintenis dreigt zo een privilege en een statussymbool voor de geslaagden te worden. Hun kinderen groeien op in stabiele omstandigheden, terwijl die van de gescheiden minima in onzekerheid verkeren. In de VS beginnen veel armen niet eens meer aan een gezin.

De Nederlandse overheid kan natuurlijk niet regelen wie op wie verliefd wordt. Maar ze zou wel een betere gezinspolitiek kunnen voeren en mensen met een lager inkomen kunnen steunen. Want een langdurige relatie biedt – als het meezit – de meeste bescherming en liefde en is de beste plek om kinderen op te voeden. Een manier van leven om te koesteren.

Mirjam Janssen is historicus en journalist. Ze schreef het boek Liefde in de Lage Landen. Een portret van Nederland in 15 huwelijken. In de maand februari is ze gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.

null Beeld Mirjam Janssen
Beeld Mirjam Janssen
Meer over