Columnkustaw bessems

Soms moet je gewoon iemand in nood helpen die voor je neus staat

null Beeld

Ze leefden op elkaar gepakt, in stapelbedden die bijna tegen het dak kwamen. Het was er vies, muf en onveilig. Overal gasflessen en -branders, maar geen blusmiddelen, brandmelders of vluchtwegen. Sommige ramen hadden tralies.

Ze maakten een verwaarloosde, uitgeputte indruk en gedroegen zich schuw. Waren bang voor de voorman. Sommigen hadden ‘zichtbare fysieke klachten’. Een aantal vertelde via tolken dat ze waren geslagen.

In de boerderij in het Limburgse Linne woonden deze vijftig Roemenen volgens de burgemeester in ‘mensonterende omstandigheden’. Maar gelukkig, kon je denken, redding was nabij. Want vorige week donderdag stonden er maar liefst drie instanties op de stoep: de gemeente, de vreemdelingenpolitie en de arbeidsinspectie. En wat deden die? Nou, waarschuwen natuurlijk. En of de eigenaars snel andere woonruimte wilden regelen.

Heel gek, maar bij de volgende controle twee dagen later zaten die Roemenen niet ineens in frisse vakantiehuisjes met gesteven lakens, goede wifi en een gevulde fruitschaal. Nee, ze waren verdwenen. En de eigenaars zeiden niet waarheen.

En wat zo tekenend is: elke instantie had keurig gedaan wat zij moest doen. ‘Het klinkt hard’, zei een woordvoerder, maar de gemeente was alleen verantwoordelijk voor huisvesting en brandveiligheid en er was ‘een einde gemaakt aan de onveilige situatie’.

De vreemdelingenpolitie had vastgesteld dat de Roemenen als EU-burgers in Nederland mochten zijn en dat zij zelf niets crimineels hadden gedaan – interessante focus, gezien de mogelijke mishandeling.

En de inspectie zat er scherp op. Die gaat onderzoeken of de arbeidsmigranten wellicht werden onderbetaald en of de arbeidstijden zijn overschreden. We houden onze adem in, maar waar zijn intussen de slachtoffers? ‘Het is niet onze taak om dat bij te houden.’

De uitbuiting van arbeidsmigranten is niets nieuws. Een ‘aanjaagteam’ onder leiding van oud-SP-leider Emile Roemer deed al tientallen aanbevelingen om die te bestrijden. Zo voor de hand liggend dat je er droef van wordt. Een vergunning verlangen van de 14 duizend (!) uitzendbureaus bijvoorbeeld. Verbieden dat een arbeider meteen uit zijn woning kan worden gezet als het werk stopt. De kapotbezuinigde inspectie repareren zodat er kan worden gehandhaafd. En werkgevers moeten ervoor gaan zorgen dat arbeidsmigranten die hier langer zijn dan vier maanden zich laten inschrijven bij de gemeente.

Want het clichébeeld van seizoensarbeid klopt niet meer. Het werk in de kassen en distributiecentra gaat het hele jaar door. En journalistiek onderzoeksplatform Investico becijferde dat inmiddels een kwart miljoen arbeidsmigranten geheel buiten het zicht van de overheid in Nederland verblijft. Die hebben nergens recht op als ze hun werk kwijtraken, niet eens de voedselbank of de daklozenopvang.

Roemers adviezen liggen te wachten op een nieuwe regering. Maar zelfs al neemt een kabinet ze ter harte, je hoeft geen cynicus te zijn om te beseffen dat dat veel tijd gaat kosten. Daarbij, alle regels, al het geld en toezicht van de wereld kunnen niet voorkomen dat instanties langs elkaar heen werken. Kinderen in de jeugdzorg, slachtoffers van huiselijk geweld, mensen met schulden: keer op keer storten juist de kwetsbaarsten te pletter, terwijl instellingen er in een kringetje bij staan te kijken. Terwijl ze, nee, omdát ze zich zo netjes aan hun taak houden.

Steeds vaker worden figuren aangesteld met de uitdrukkelijke opdracht om een weg door het woud aan procedures en partijen te kappen en simpelweg te doen wat nodig is. ‘Interventieteams’ heten die dan of ‘zorgmariniers’. Maar eigenlijk hoop je dat iedereen een beetje marinier is als het erop aankomt. Soms moet je gewoon mensen in nood helpen als die voor je neus staan. Vijftig uitgewrongen Roemenen in een smerige boerderij, bijvoorbeeld.

Mailen? k.bessems@volkskrant.nl

Meer over