ColumnSylvia Witteman

‘Sinds’ op je gevel zetten doe je pas als je meer dan een eeuw bezig bent

null Beeld

Er worden dit jaar meer kerstbomen verkocht dan gebruikelijk, las ik ergens. Er was zelfs sprake van een ‘vroege piek’ (lollig hoor) in de verkoop. Mensen hopen hun ­corona-angst/-verveling/-agitatie blijkbaar te bezweren met zo’n potsierlijk opgedirkt boslijk in de kamer.

Ik dacht daarover na omdat ik het Bosboom-Toussaintpleintje (wel een kerstige naam!) passeerde, waar een kerstbomenverkoper zijn handel had uitgestald onder een bordje ‘De kerst­bomenboer. Amsterdam’s pinest sinds 2011.’ Alles aan dat bordje ergerde me. Ten eerste is een kerstbomenverkoper geen boer. Ik kan me niet voorstellen dat zo’n man jaarlijks met een bijl ­afreist naar Finland, of God weet waar de kerstbomen vandaan komen, om zelf in de sneeuwstormen zijn oogst bijeen te kappen; nee, die bestelt hij gewoon bij Ikea ofzo. (En wat doet hij eigenlijk de rest van het jaar? Vast niet veel goeds.)

Dan die woordspeling (de tweede al!) ‘pinest’, niet grappig, en stellig voor veel mensen onbegrijpelijk. En tot slot dat ‘sinds 2011’. Die lullige negen jaar, is dat iets om trots op te zijn? ‘Sinds’ op je gevel zetten doe je pas als je meer dan een eeuw bezig bent, nepkerstbomenboer! Je noemt je snackbar ook geen ‘hofleverancier’ als prinses Alexia één keer in de kleine pauze een blikje Red Bull bij je is komen halen.

Tussen de kerstbomen kwamen inmiddels een man en een vrouw van begin 50 aanslenteren. Ze zagen eruit zoals mensen in die buurt eruitzien: sportief, slank, met niet al te verzorgd maar goed haar en charmante, licht afgedragen ons-kent-onskleren, deels uit artistieke webshopjes en deels uit de uitverkoop in de P.C. Hooft.

Een echtpaar zo te zien, al hadden ze ook wel iets samenlevingscontracterigs over zich, want ‘zo’n trouwring zegt ons niets’. Teslarijders, ongetwijfeld, die elk jaar in december een waterput betalen voor een arm Bengaals dorp en daar ingehouden over opscheppen aan het kerstdiner (vega-Wellington van langzaam gepofte selderijknol en faux-gras is minstens even feestelijk als een dood beest, vinden ze al jaren, net als ze ook al jaren tegen Zwarte Piet zijn). GroenLinks-stemmers, al weet zij niet dat hij in het stemhokje toch stiekem Rutte aanvinkt, want hij houdt van een beetje doorrijden op de snelweg. Zij, op haar beurt, gooit weleens, als niemand kijkt, lege flessen in de vuilnisbak omdat ze het te koud vindt om naar de glasbak te fietsen. Dát soort mensen.

Ze stonden stil en keken naar de kerstbomen. ‘Zeg’, zei de man. ‘Ik heb eigenlijk helemaal geen zin in weer dat gedoe met zo’n boom.’ ‘Nee’, antwoordde de vrouw. ‘Ik ook niet.’ Ze liepen door.

Leuke mensen, toch wel.

Meer over