COMMENTAARSander van Walsum

Sinds de eerste, ‘intelligente’, lockdown in maart zijn Nederlanders per saldo best dociel geweest

Mensen wandelen over de Millenniumbrug in Londen, Verenigd Koninkrijk, waar inmiddels de derde nationale lockdown is ingegaan. Beeld AFP
Mensen wandelen over de Millenniumbrug in Londen, Verenigd Koninkrijk, waar inmiddels de derde nationale lockdown is ingegaan.Beeld AFP

Coronamutaties trekken een zware wissel op het verwachtingsmanagement van het kabinet.

Op zaterdag 11 januari 2020 stond op pagina 11 van de Volkskrant een bericht over een ‘nog onbekend coronavirus’ dat bij 59 inwoners van de Chinese stad Wuhan ‘een vreemde longontsteking’ had veroorzaakt. Een jaar later moet Nederland zich met een lockdown en een avondklok tegen de verdere verspreiding van dat virus wapenen. Deze maatregelen – ongekend in vredestijd – roepen (vooralsnog) betrekkelijk weinig weerstand op. De Tweede Kamer wist, na debatten die bijna een volle vergaderdag besloegen, te bedingen dat de avondklok een half uur later ingaat dan het kabinet graag had gezien. En de meeste mensen die straks na 21.00 uur niet meer naar buiten mogen, lijken zich al met dit vooruitzicht te hebben verzoend.

Nederlanders beklagen zich in nationale zelfbespiegelingen nogal eens over hun gebrek aan discipline, maar sinds de eerste, ‘intelligente’, lockdown in maart zijn ze per saldo best dociel geweest. Nederlanders zoeken weliswaar de randen op van de coronamaatregelen, maar ze saboteren die niet. Gezichtsmaskers werden in besloten ruimtes al volop gedragen voordat de draagplicht (per 1 december) van kracht was. Er heerst weinig tolerantie tegenover mensen ‘die zich niet aan de regels houden’. Oppositie tegen de coronamaatregelen is uitzonderlijk, en valt juist daardoor zo op. Het gros van de Nederlanders heeft vertrouwen in de juistheid van het gevoerde beleid.

Dat vertrouwen stoelt op de verwachting dat de getroffen maatregelen het einde van de crisis bespoedigen. Maar daarop zal de overheid niet eindeloos een beroep kunnen doen. De verspreiding van allerlei corona-mutanten – vernoemd naar het land van herkomst – trekt al een grote wissel op het verwachtingsmanagement van het kabinet. Het valt nog te bezien of bestaande vaccins er voldoende bescherming tegen bieden, en of aangepaste vaccins tijdig op grote schaal beschikbaar zullen komen.

Het kabinet is zich daarvan bewust, getuige het feit dat het nieuwe maatregelen heeft afgekondigd op een moment waarop de besmettingen afnemen (en het met de verspreiding van de ‘Britse variant’ lijkt mee te vallen). Tot dusverre wekte het kabinet vaak de indruk slechts op ontwikkelingen te reageren – en vaak ook nog eens te laat. Nu anticipeert het op een ontwikkeling die nog niet zichtbaar is in de statistieken van de RIVM en de GGD’s, maar die nochtans net zo snel realiteit zou kunnen worden als destijds de verspreiding van het onbekende virus uit Wuhan.

Tezelfdertijd wil het kabinet uitzicht bieden op een versoepeling van het regime. Binnen de grenzen van wat maar enigszins verantwoord is, moet het een toekomst schetsen waarin de samenleving stap voor stap, sector voor sector, kan worden ontgrendeld. Met een verhoging van het vaccinatietempo zou die ontwikkeling kunnen worden versneld.

Als de kwetsbaarste groepen zijn gevaccineerd, zou de aandacht moeten uitgaan naar de groepen die het meest worden geraakt door de sociale gevolgen van de coronamaatregelen: scholieren die al maanden in overvolle bovenwoningen afstandsonderwijs moeten volgen, jongeren die menen voor hun vertier te zijn aangewezen op illegale feesten onder winderige viaducten, zelfstandig wonende ouderen die via Skype contact met kinderen en kleinkinderen onderhouden. Ook zij zijn kwetsbaar. En voor hen duurt dit coronajaar beduidend langer dan voor degenen die beter het hoofd kunnen bieden aan de neveneffecten van de maatregelen tegen corona.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Meer over