ColumnLoes Reijmer

Simons leek boos, dat zag Rutte vaker bij mensen van kleur

null Beeld

Heeft híj weer. Eerst dat geneuzel over de bestuurscultuur, over macht en tegenmacht, al die modieuze begrippen van het orakel uit Enschede waar de mensen in het land plotseling zo vol van zijn.

En dan ook nog dit gezeur. Natuurlijk, helemaal nieuw was het niet. In de afgelopen jaren werd hij wel vaker gecorrigeerd, vooral door Edith Schippers. Die was laaiend toen hij tegen journalisten had gezegd dat hij nu eenmaal ‘voor de beste mensen’ was gegaan als verklaring voor het lage aantal VVD-vrouwen in zijn derde kabinet.

Pittige tante is die Edith hoor. Niet een katje om zonder handschoenen aan te pakken.

Vrouwen, zo verzuchtte hij weleens tegen vertrouwelingen, konden zo moeilijk doen. ‘Jullie niet natuurlijk, maar ándere vrouwen’, zei hij dan snel. Wist hij veel dat ze dat zouden doorfluisteren aan de NRC-mevrouw die een boek over hem schreef? Ze vonden het kennelijk ook vreemd dat hij, als hij vrouwelijke collega’s aan het huilen had gemaakt, begon uit te leggen dat traanbuizen van vrouwen anders zijn dan die van mannen. Met die keiharde, rationele feiten konden ze op dat moment weinig. Typisch.

Hartstikke leuk boekje trouwens, van Petra!

Tijdens de verkiezingscampagne waren de vrouwen uit zijn laatste kabinet plotseling tegen de pers gaan morren over de vergaderingen in de ministerraad. Dat hij hen sneller onderbrak dan Wopke, Hugo en Ferd. Was dat een ding? In de politieke biografieën die hij al van jongs af aan verslond, over Churchill, over Lyndon B. Johnson, las hij er nooit iets over. Er bleek zelfs een woord voor te zijn: ‘manterrupting’. Op Terschelling hadden Jort en hij er nog hun verbazing over uitgesproken onder het genot van een goed glas. Dat de politiek potdomme steeds meer op de afdeling genderstudies aan de Universiteit van Amsterdam ging lijken, met al die woke-fratsen.

Vier jaar geleden zei hij tegen interviewers van de Volkskrant nooit te liegen ‘tenzij een vrouw vraagt of ze mooi is’. Zijn toenmalig politiek assistent Sophie Hermans had daarop verwonderd haar wenkbrauwen opgetrokken. In het verleden maakte hij in interviews vaker brokken als hij zich uitliet over de andere sekse. Dan zei hij Sophie Hilbrand ‘een sterke en mooie carriėrevrouw’ te vinden en verzon de NPO er subiet een hele datingshow omheen. Voor de Viva belandde hij ooit in bed met Tatum Dagelet, een interview dat de RVD godzijdank had laten verdwijnen.

Maar nu was het dus misgegaan in de Tweede Kamer, op eigen terrein, op een doodgewone donderdagmiddag, tijdens het zoveelste debat over de coronamaatregelen. Kom, hoe heette die mevrouw van Bij1 bij de interruptiemicrofoon ook alweer? Mevrouw... Mevrouw Simons, ja.

Hij kreeg er de vinger niet achter. Sowieso vond hij in een debat vrouwen altijd wat emotioneler. Maar deze leek ook nog eens boos. Grappig, dat zag hij vaker bij mensen van kleur. Kwam het misschien door het invechten? Heel anders dan mannen als Geert en Thierry in ieder geval. Ook kritisch, maar toch bakens van rationaliteit en rust.

‘Wat doet u geïrriteerd, mevrouw eh... Simons’, had hij gezegd toen hij haar vraag niet kon beantwoorden. ‘Geïrriteerd?’, antwoordde zij. ‘U moet mij eens meemaken als ik geïrriteerd ben.’

Foute boel natuurlijk, hij voelde het. Ja, daar was Sophie Hermans al in de fractie-app. Herinnerde hij zich Jan Peter Balkenende nog, met ‘u kijkt zo lief’? Precies. God, hoe redde hij zich hier toch weer uit. Iets over traanbuizen misschien?

Meer over