ColumnLoes Reijmer

Simone Biles laat zien dat turnen een toekomst heeft

null Beeld

Mijn dochter wilde op turnen. Veel kleine meisjes willen dat. Turnen heeft een onmiskenbare Elsa-factor, de impliciete belofte dat superkrachten moeiteloos kunnen worden gecombineerd met brandgevaarlijk lycra en grote hoeveelheden stras.

Maar ja, ik twijfelde.

Zelf zat ik vroeger ook ‘onder’ turnen, zoals ze dat in Oss zeggen. Daarvan herinner ik me vooral de intense schaamte die ik voelde bij het ophalen, als ik mijn vader met zijn zelfgeknipte haar en spijkerbroek vol gaten zag staan tussen de moeders die wel heel gewoon leken. Want afgezien van die superkrachten wil een kind niets liever dan gewoon zijn, met gewone ouders, en turnen is zo ongeveer de gewoonste sport die er is – om niet te zeggen burgerlijk.

Maar daarin school de twijfel natuurlijk niet. Turnen, na alles wat er bekend is geworden sinds vorig jaar? Over de psychische en fysieke mishandeling van topturnsters, de labbekakkerige houding van de turnbond, een sport waarin meisjes en jonge vrouwen decennialang klein werden gehouden, vaak zelfs letterlijk. Dan probeer je je dochter een beetje feministisch op te voeden, blijkbaar zo onsubtiel dat zij precies weet hoe ze het bedtijdmoment moet rekken – ‘Mama, waarom is de baas van Nederland een meneer?’, roept ze altijd net voordat ik de slaapkamerdeur wil dichttrekken – en vervolgens gaat ze uitgerekend turnen?

Het antwoord op dit dilemma treedt over twee weken aan op de Olympische Spelen. Ja, dat duurt nog even, maar na deze column heb ik een zomerstop en de Tokio-voorpret kan eigenlijk niet vroeg genoeg beginnen, zeker na al het slechte binnenlandse nieuws van deze week. ‘Simone Biles is al de beste turnster ooit’, kopte Time onlangs, boven een van de hagiografieën die dezer dagen verschijnen. ‘Ze zal nog beter zijn in Tokio.’

De 24-jarige Amerikaanse won al 19 wereldkampioenschappen en vier gouden olympische medailles. Er zijn inmiddels vier turntechnieken naar haar vernoemd, omdat zij de eerste was die ze uitvoerde. Biles’ sprongen gaan in slowmotion rond op sociale media, met ingehouden adem wordt gekeken hoe het in hemelsnaam kán.

Maar dat ze de beste is, is niet het allerbelangrijkste. Altijd is iemand de beste. Biles is zo iconisch omdat ze tegelijkertijd de ideeën tart die we decennialang hebben gehad bij topturnsters. Ze is geen stil, dociel radertje in de machinerie van een beulende coach. Ze traint hard, maar heeft een leven. Ze is vriendelijk, maar uitgesproken. Ze is klein, maar niet bescheiden. ‘Simone Biles herdefinieert vrouwelijke kracht in de sport’, analyseerde een redacteur van The New York Times deze week.

Biles is een van de slachtoffers van Larry Nassar, de ploegarts die veroordeeld is voor het seksueel misbruiken van honderden sporters, veelal minderjarig. Het heeft de turnster jaren therapie gekost om te begrijpen dat het niet haar schuld was, vertelde haar moeder tegen Time. Nu gebruikt Biles haar positie om de sport van binnenuit te veranderen. Ze eist dat de Amerikaanse turnbond meer verantwoordelijkheid neemt voor het misbruik, de verhalen over Nassar bereikten de organisatie immers al eerder. ‘Er zijn nog zo veel onbeantwoorde vragen’, zei ze onlangs in een tv-interview. ‘Wie wist wat, wanneer? Jullie hebben zo veel sporters aan hun lot overgelaten.’

Met die bagage staat Biles over twee weken op de mat in Tokio. En dan doet ze misschien gewoon een Joertsjenko dubbelgehoekt op het paard, als eerste vrouw ooit, of een dubbele salto met drievoudige schroef op de vloer. Over superkrachten gesproken. Mijn dochter en ik zitten er klaar voor.

Meer over