ColumnBert Wagendorp

Shell is de Sjouwerman en wij lazeren de kelder in

null Beeld

In februari 1961 leverde een werknemer van Coca-Cola, die bekend zou komen te staan als ‘Sjouwerman’, kratten frisdrank af bij het café De Munt, Singel 522 in Amsterdam. Sjouwerman opende in het café een kelderluik en zeulde de kratten de trap af naar de opslagruimte. In het café genoten de Maastrichtenaar Mathieu Duchateau en zijn vrouw van een versnapering. Toen moest Duchateau naar de wc. Helaas had Sjouwerman het kelderluik open laten staan, iets wat Duchateau was ontgaan. De Limburger eindigde ernstig gewond onderaan de keldertrap. De ‘Kelderluik-kwestie’ was geboren.

Het is precies deze kwestie die een belangrijke rol speelt in het proces dat onder meer Milieudefensie, Greenpeace en zeventienduizend Nederlandse burgers hebben aangespannen tegen Shell en dat dinsdag in Den Haag begon. Leider van het advocatenteam van Milieudefensie is Roger Cox, in 2015 ook het juridisch brein achter de zaak ‘Urgenda vs. de Staat der Nederlanden’. Die eindigde vier jaar later voor de Hoge Raad in een klinkende overwinning voor Urgenda, wat de staat dwong tot scherpere maatregelen tegen de uitstoot van broeikasgassen.

Wie kon er intussen verantwoordelijk worden gehouden voor de doodsmak van Mathieu Duchateau in café De Munt? De eerste rechter zei dat het Duchateau’s eigen schuld was, hij had beter moeten opletten. In hoger beroep legde de rechter de schuld bij Sjouwerman en Coca-Cola: die hadden onnodig een gevaarlijke situatie laten ontstaan en rekening moeten houden met onvoorzichtige gasten. Dat oordeel werd op 5 november 1965 door de Hoge Raad bevestigd in het bij elke student rechten bekende ‘Kelderluik-arrest’ – zij het dat Duchateau de helft van zijn schade zelf moest betalen wegens eigen schuld.

Gerard Reijn en Pieter Hotse Smit publiceerden zaterdag in de Volkskrant een fraai stuk over de zaak Milieudefensie vs. Shell. Daaruit bleek dat Shell al heel lang weet dat het met de uitstoot van broeikassen zware schade aanricht – Jelmer Mommers, journalist bij De Correspondent, haalde daar vorig jaar de harde bewijzen voor boven water. Shell deed niet alleen niks aan het gevaar, het bedrijf lobbyde ook actief tegen maatregelen tegen opwarming.

Het Kelderluik is de opwarming, Shell is de Sjouwerman en wij dreigen als Duchateau van de trap te lazeren.

Shell behoort volgens een recent verhaal in The Guardian tot de twintig grote bedrijven die sinds 1965 een derde van alle broeikasgassen hebben uitgestoten: het bedrijf neemt een eerloze zevende plaats in. De grootste CO2-spuiter is het Saudische staatsoliebedrijf Aramco – het zal nog even duren voor ook dat bedrijf wordt aangeklaagd; voor je het weet word je in stukken gezaagd en van het Kelderluik-arrest hebben ze daar nog nooit gehoord.

Milieudefensie kan zich niet, zoals Urgenda in 2015, beroepen op het Klimaatakkoord van Parijs, want dat betrof landen, geen bedrijven. Daarom bedacht Cox een andere strategie. Hij wil de rechter ervan overtuigen dat Shell al decennialang wist wat het aanrichtte, dat het heeft nagelaten voorzorgsmaatregelen te treffen en daardoor een gevaarlijke situatie heeft laten ontstaan die grote schade kan aanrichten: de zogenoemde ‘Kelderluik-criteria’.

De eis is niet een schadevergoeding, maar een duurzame koerswijziging van Shell. Stelt de Hoge Raad – want die zal uiteindelijk het beslissende woord moeten spreken – Milieudefensie in het gelijk, dan zal die uitspraak net zo klassiek worden als het Kelderluik-arrest en van Shell een ander bedrijf maken.

Meer over