VerslaggeverscolumnAriejan Korteweg in Den Haag

SGP-voorlichter Menno de Bruyne is zijn partij allang ontstegen

x Beeld x
xBeeld x

Er zijn Binnenhofbewoners die hun partij zijn ontstegen. Sindsdien zijn ze van iedereen. Zo iemand is Menno de Bruyne, al 37 jaar voorlichter van de SGP. Als je hem ziet, zou je dat niet denken. Bij De Bruyne met zijn geruite jasjes, zijn broeken en petten in aardse kleuren als oker, groen of terra, de haren in een onwillige grijzende lok, denk je aan een Britse landjonker. Hij zou kunnen opgaan in de 19de-eeuwse schilderijen waar hij zo van houdt, met alle melancholie van dien.

Bij de VVD, uitzicht op de Eerste Kamer. Beeld
Bij de VVD, uitzicht op de Eerste Kamer.

Zodra hij begint te praten, wordt de landjonker op slag staatkundig-gereformeerd. Een man van het woord, desnoods formuleringen hernemend als de eerste versie hem niet bevalt. De Bruyne is een Volkskrant-liefhebber. Uit zijn voorkeuren –Jan Blokker en Martin Bril – spreekt die hang naar trefzekere verwoording. Ook met Peter Middendorp, ooit Haags verslaggever, had hij ‘een klik’.

Menno de Bruyne is de man die je gaat opzoeken als het Binnenhof verhuist. Zijn kamer is een tijdscapsule. Er is daar weinig dat aan de 21ste eeuw herinnert, of het moeten recente boeken over een ver verleden zijn. Minstens 80 duizend bezoekers heeft hij rondgeleid door het Binnenhof. Die liet hij de gang met voorzittersportretten zien, de horreur van de Oude Zaal met z’n nieuwerwetse tapijt en lampen (De Bruyne noemt zich ‘stabiel conservatief’), de sporen van een trap die terug te zien zijn in een oude buitenmuur, de merkwaardige reliëfs in een salon in de VVD-vleugel.

In de Kasteinkamer. Beeld
In de Kasteinkamer.

Zijn werkkamer, met uitzicht op de Ridderzaal, werd in de oorlog door de Sicherheitsdienst gebruikt voor verhoren. Daar werd in februari 1943 het communistische Kamerlid Gerrit Kastein naartoe gebracht, die betrokken zou zijn geweest bij een aanslag op een hoge NSB’er. Kastein wachtte het verhoor niet af, sprong door het raam en overleed niet lang daarna aan zijn verwondingen. Een mede aan De Bruynes inspanningen te danken plaquette naast de deur herinnert aan de verzetsheld over wie hij graag vertelt.

De Bruyne versleet tien werkkamers op het Binnenhof. De Kasteinkamer zal zijn laatste zijn.

Als student politicologie in Leiden was hij al gefascineerd door het Binnenhof. Hij ging naar Kamerdebatten – waar het over ging was van minder belang – en daarna naar De Slegte. Zo ongeveer alles wat over het Binnenhof is geschreven, heeft hij in huis.

Eigenlijk wilde hij journalist worden, maar halverwege de jaren tachtig waren banen schaars, en voor de radio vonden ze zijn stem niet geschikt. Zodoende solliciteerde hij – gereformeerde jongen uit Colijnsplaat – bij de SGP. Kun je volgende week beginnen, had de toenmalige SGP-voorman Van Rossum geïnformeerd.

Eindeloos is de stroom aan ambitieuze jonge academici die naar het Binnenhof kwamen. Het verschil is: Menno de Bruyne bleef. ‘Ik zei het meteen tegen m’n vrouw: dit kon wel eens m’n eindbaan zijn. Zij had op meer ambitie gehoopt, maar ik voelde me een kind in de speelgoedwinkel, en dat voor een salaris dat elk jaar verhoogd wordt. Het is een voorrecht hier te mogen werken.’

Het mogen is moeten geworden. Nog drie jaar moet hij, straks tussen het beton aan de Bezuidenhoutseweg.

In de lege handelingenkamer. Beeld
In de lege handelingenkamer.

Het mooiste en dankbaarste van zijn werk vindt hij de rondleidingen. ‘Je treft gewone mensen en kijkt door hun ogen naar het gebouw.’ Kinderen die rennen over de kleurvlakken in de Oude Zaal, pubers die stil worden als ze de lege planken in de Handelingenkamer zien - tijdens de bezetting werden geen verslagen gemaakt. De SGP maakte hem er twee dagdelen voor vrij. ‘Het is ook een vorm van klantenbinding.’

We maken een rondje. De trappen af naar de stalen deur van de martelkamer waar Kastein voor vreesde. De trappen op naar de oosterse symboliek in de Handelingenkamer, met drakenkopjes aan de balustrade, handgrepen als drakenpoten, een trap als een drakenstaart en drakenschubben in dat magistrale dak.

Onderweg wordt hij een paar keer gebeld: het ziekenhuis. Op de dag dat dit stukje verschijnt, wordt De Bruyne aan zijn lies geopereerd. ‘Ik wil geen een op een verband leggen met de verhuizing, maar al dat tillen van verhuisdozen is niet goed geweest.’

Bij de deur van de martelkamer. Beeld
Bij de deur van de martelkamer.
Meer over