Schoolleiders zitten op de goede weg

Iedereen die de publieke sector een warm hart toedraagt, moet respect hebben voor de code die de beloningen voor schoolleiders beperkt.

Sjoerd Slagter


Een ‘vleugellamme’ minister van Onderwijs en bestuurders die zich ‘een kriek lachen’. Als we Aleid Truijens moeten geloven, is het onderwijs overgeleverd aan boeven die zichzelf onbeschaamd verrijken, die kennisverwerving op hun scholen hebben afgeschaft en die ‘fluitend de ondernemer uithangen op kosten van de belastingbetaler’. Als er niet zo veel verbetenheid en ingehouden woede in doorklonk, had ik erom kunnen lachen. Ik reageer omdat ik al die ondernemende schoolleiders met het aan hen toevertrouwde belastinggeld juist fantastische dingen zie doen. Voor hun leerlingen en voor hun medewerkers.

In haar column gaat Truijens uitgebreid in op het door de minister en de sociale partners ondertekende Convenant Leerkracht. Ze stelt dat dit convenant de schoolbesturen tot niets verplicht en ze betwijfelt of schoolleiders bereid zijn te investeren in scholing van docenten. En passant beschuldigt ze diezelfde schoolleiders ervan de ‘miljoenen van Plasterk in hun eigen zak te steken’. Dit zijn beschuldigingen en verdachtmakingen die alle perken te buiten gaan. En die bovendien iedere grond missen.

Daarom eerst maar wat feiten.
Weliswaar is er al maanden geleden een convenant ondertekend, maar de toegezegde gelden komen pas in 2009 binnen. Dan pas gaan alle docenten er financieel op vooruit. Zo leidt het inkorten van de carrièrelijn (sneller op je maximum) alleen al tot een loonstijging van zo’n 1.500 euro per jaar. Leraren die al op hun maximum zitten, krijgen er ruim 1.000 euro bij. De grootste loonstijging – gemiddeld 12,5 procent – realiseren docenten als ze naar een hogere schaal gaan. Als werkgevers hebben we afgesproken – en in een contract vastgelegd – dat al het extra geld naar de docenten gaat. Het is volstrekt uitgesloten dat er ook maar één cent in de zakken van schoolbestuurders verdwijnt.

Het waren de schoolbesturen zelf die een jaar geleden het initiatief namen tot oprichting van het NiMe (Nederlands Instituut voor Masters in Educatie). Het NiMe biedt topopleidingen voor zittende docenten. Schoolleiders realiseren zich als geen ander het belang van excellente docenten. Zij zijn het kloppend hart van iedere school, het visitekaartje naar buiten. Schoolbesturen koesteren deze docenten en houden hen graag ‘binnen boord’. Hoezo geen hoog kennisniveau, hoezo geen academici voor de klas?

De bewering van Truijens dat de miljoenen van Plasterk ten goede komen aan een salarisstijging voor bestuurders, is onbeschaamd en mist iedere grond. Terwijl de Tweede Kamer de publieke sector oproept een beloningscode op te stellen, hééft het voortgezet onderwijs (VO) al zo’n code. Een code voor de 10 procent van de scholen die een bestuurscollege kennen. Schoolleiders die de overstap maken naar een College van Bestuur verliezen namelijk hun cao-rechten: pensioen, vakantiedagen, ontslagbescherming, enzovoort. Dit verlies aan inkomen kan oplopen tot zo’n 15 procent. De code houdt daar rekening mee. Verder schept de code duidelijkheid, dwingt tot openheid en voorkomt wildgroei. Iedereen die de publieke sector een warm hart toedraagt, zou het VO hiervoor moeten prijzen.

Scholen luisteren naar hun omgeving
Dat Truijens een diep geworteld wantrouwen jegens schoolbesturen koestert, is duidelijk. Maar is dat gerechtvaardigd? Niet als je je baseert op de feiten. Uit een recente studie van het SCP – De school bestuurd – blijkt dat de recent verkregen autonomie bij scholen in goede handen is. De autonome school is volgens Truijens een ‘historische vergissing’. Het SCP oordeelt anders: anno 2008 luisteren scholen naar hun omgeving en maken zij werk van maatschappelijke vragen en problemen. En dat doen ze zonder hun kerntaak te verwaarlozen: leerlingen kennis en vaardigheden bijbrengen. Het SCP concludeert dat door de toegenomen autonomie de functie van zowel de bestuurder, de schoolleider als die van docent aantrekkelijker wordt.

Het onderwijs is op de goede weg, aldus het SCP. Maar het wantrouwen is hardnekkig en lijkt ongevoelig voor feiten. Ondanks onderzoeken die het tegendeel bewijzen, blijven politici en columnisten roepen dat er te veel overhead in het onderwijs is, dat grootschaligheid slecht is en dat bestuurders vanuit ivoren torens besturen. Dit wordt volgens het SCP door de feiten gelogenstraft. Schoolleiders vinden transparantie, kwaliteit en een goed imago veel belangrijker dan meer vestigingen of leerlingen. De politiek zou hen moeten steunen, niet tegenwerken. Het voortgezet onderwijs heeft een overheid nodig die scholen de ruimte geeft, diversiteit waardeert en accepteert dat een school in Amsterdam andere keuzes maakt dan een school in Heerlen.

Het gaat erom een balans te vinden tussen de eisen uit de samenleving en de onderwijstaak van scholen: leren lezen, schrijven en rekenen. Daarbij hebben we geen behoefte aan politieke bemoeizucht. Politici moeten gebruik maken van de expertise die in scholen voorhanden is. Een dialoog in plaats van de monoloog van de regelgeving. De VO-raad kiest voor de dialoog: met politici ouders, docenten en met leerlingen. En natuurlijk ook met Aleid Truijens. Graag nodig ik haar daartoe uit.
Sjoerd Slagter is voorzitter van de VO-raad voor voortgezet onderwijs.

Meer over