ColumnAaf Brandt Corstius

Satisfying toys hebben gemeen dat ze de wereld naar de vernieling helpen

null Beeld

Precies in de week dat ik tegen iedereen liep te verkondigen dat we puur op het klimaat een politieke partij moesten uitzoeken voor de toekomst van onze kinderen (laatste vijf woorden huilerig uitspreken), raakten de kinderen in de ban van de pop-it fidget toy.

Het verwarrende is dat alle speelgoedtrends die kinderen de afgelopen jaren in de ban hebben gehouden – en vele fabrieken in China op gang en de plasticsoep aanzwellende – iets met ‘fidget’ in hun naam hebben. Je had de fidget spinner, daarna had je de fidget cube, nu heb je de pop-it fidget toy én trouwens ook de simple dimple fidget.

Wat al deze toys gemeen hebben is dat je ermee kunt fidgeten, dus wriemelen: wat de stressbal ooit bood voor gespannen kantoormedewerkers uit de jaren negentig. Het andere wat ze gemeen hebben is dat ze de wereld naar de vernieling helpen.

De gemiddelde fidgetachtige bestaat uit twee of meer plastic bubbels die doen denken aan bubbelplastic. Daar komt het idee vandaan: dat je zo’n envelop ontvangt met bubbelplastic dat je zo heerlijk kunt indrukken, waarmee je een paar hemelse minuten kunt vullen.

Maar bij dit speelgoed gaat de bubbel niet kapot, hij knalt ook niet met dat tevredenstellende knalletje dat bubbelplastic geeft. Je hoort gewoon heel zacht ‘plop’. En dan kun je hem opnieuw indrukken. Dit is de magische aantrekkingskracht van deze hype.

Als je kinderen vraagt ‘wat hier nou eigenlijk zo leuk aan is’ (op een toon die wellicht luid en passief-agressief is), zeggen ze: ‘Het is heel satisfying.’ Want dat is de taal van tiktokkers en influencers, dingen zijn satisfying, en daarom moet je ze met vrachtschepen vol uit China laten komen.

Eén fidgetdinges is namelijk niet genoeg; je wilt er een in hartjesvorm, een vierkante, een geinig kubusje en een sleutelhanger. Zodat je in alle kamers van je huis, in elke jaszak en elke tas een ding hebt zitten dat je kunt indrukken, waarna je zachtjes ‘plop’ hoort.

Mijn dochter had er van haar zakgeld en via gulle giften van vriendinnen al een paar verzameld, waar ze, toegegeven, intens gelukkig mee was, toen ik bij een supermarkt ineens een enorme bak zag staan die tot de rand gevuld was met fidgetdingen in alle kleuren en maten, regenboogopdruk, geinige vormpjes, alles. Mijn dochter was hier niet bij.

Ik werd door twee levendige visualisaties uiteen gereten: in mijn ene geestesoog zag ik de smeltende poolkap, en in mijn andere geestesoog (ik heb er twee) het dolblije gezicht van mijn dochter als ik ze ruim zou inkopen.

Ik kocht niets. Dat kostte kracht. Ik had het gevoel dat ik de wereld had gered.

Meer over