COLUMNNADIA EZZEROILI

Ruziemaken met je partner gaat prima via WhatsApp

null Beeld

Het is zaterdagochtend, de koffie is op, de zon straalt terwijl we thuis nog veel werk moeten verzetten: het perfecte moment, kortom, om mijn partner, een espressoverslaafde, te tergen om mijn eigen onrust te kanaliseren. ‘Wat gaat er door je heen’, vraag ik, ‘nu je je realiseert dat de koffie op is en jij straks in de rij bij de supermarkt moet staan? Staan de tranen je al in de ogen?’

‘Als je ruzie zoekt’, zegt hij verveeld, ‘dan moet je het zeggen. Want dan ga ik je ruzie geven en dan kan ik daarna weer gewoon even mijn ding doen. Dus vertel jij maar wat het gaat worden.’

Hoezo heeft mijn partner, denk ik paniekerig, nu al provocatie-immuniteit opgebouwd?

De vorige ochtend leidde mijn gesar nog tot een dikke fittie. Aanleiding daarvan was de column van Asha ten Broeke, over de gevoelloze en dikwijls verlekkerde toon waarop de discussie over triage momenteel wordt gevoerd. ‘Ik wil geen publiek debat over wanneer jij mij wilt laten doodgaan’, schreef ze. ‘Dat is wreed.’

Ik begrijp haar woede en angst volledig, maar mijn partner wil zich door niemand laten vertellen of hij een discussie over triage mag voeren. Dus loopt hij vrijdagochtend stampvoetend naar de keuken, terwijl ik hem nazisme inwrijf. ‘Ga toch weg met je moralisme’, fulmineert hij. ‘Heb je enig idee in welke werkelijkheid we verkeren? In Amerika is het over een week geen discussie meer, maar realiteit.’

‘Ja, in Amerika, ja’, zeg ik. ‘Maar…’

‘En hier waarschijnlijk ook, over niet al te lange tijd’, briest hij. ‘Maar laat de triage dan over aan artsen, zoals dat nu al het geval is’, roep ik terug, inmiddels hoog en lekker in mijn energie vanwege het escalerende karakter van deze discussie.

‘Artsen willen juist ruggesteun’, zegt hij, en hij zoekt een audiofragmentje op dat hij op sociale media was tegengekomen. Wacht, roep ik, want ik moet me nog aankleden en hij moet de kinderen voeren. We zetten onze ruzie voort via WhatsApp.

In het audiofragment dat hij heeft teruggevonden en me vervolgens stuurt, legt een chef op de intensive care de luisteraars een dilemma voor: ‘Stel, er duikt opeens een compleet nieuwe kanker op. En het is een kanker die we niet heel erg goed kunnen behandelen, maar we kunnen vijftig procent van die mensen met een nieuwe kanker wel behandelen. (...) Moeten we dan dat medicijn gaan geven? (...) Maar als ik er nu aan toevoeg dat dat medicijn zo duur is dat we alle andere patiënten niet meer kunnen behandelen. Wat moeten we dan doen?’

‘De triage aan Twitter overlaten’, zeg ik cynisch, als ik weer in de keuken sta.

Foutje. Nu explodeert mijn partner. ‘Nee, weet je wat er gebeurt als triage niet alleen maar medisch meer is?’, snuift hij. ‘Dan gaat de politiek beslissen. En ik laat geen fucking Geert Wilders over mijn leven beslissen. Daarom moet een publiek debat niet verboden worden.’

Ik kijk hoe het ene kind onverstoord van tafel gaat voor haar klassengesprek via Google Hangouts en hoe het andere kind nog steeds als een zombie naar TikTak op de iPad kijkt. Ik wil hier nog helemaal niet aan denken. En ik moet nog schoonmaken.

Maar ik hits, via WhatsApp, wel de peetouders van onze dreumes aan om mijn partner verder in de fascistische hoek te drukken.

Meer over