Columnbert wagendorp

Rutte IV: D66 met VVD-invloeden en een licht vermoeden van CDA en ChristenUnie

null Beeld
Bert Wagendorp

Aanstaande zondag kennen we de kandidaat-bewindslieden van Rutte IV, waarvan we nu de namen nog niet weten. Op 10 januari staat het nieuwe kabinet te shinen met de koning op het bordes en op 14 januari is de eerste ministerraad van de nieuwe ploeg – kunnen ze het meteen hebben over de die dag eindigende coronamaatregelen. Het is altijd weer een spannende tijd, je moet al die namen zo snel mogelijk uit je hoofd leren en er kan meteen gewed worden: wie vliegt er als eerste uit?

De vorige keer was dat Halbe Zijlstra, die een keer op vakantie was geweest in het buitenland en die daarom minister van Buitenlandse Zaken mocht worden. Hij hield het 110 dagen vol, net voldoende om verzinsels rond te strooien over een bezoek aan de datsja van Poetin, die hij daar duidelijk dreigende taal had horen uitslaan.

De VVD-bewindslieden zijn bekend: stuk voor stuk helden. Het is als VVD’er bepaald niet zonder risico minister te worden in een kabinet van Mark Rutte: grote kans dat je eindigt op de schroothoop van de geschiedenis nadat Mark je heeft laten vallen. Van alle VVD’ers die in 2017 op het bordes stonden, heeft alleen Rutte zelf Rutte III overleefd, zij het met veel moeite en met toepassing van alle trucs uit zijn repertoire.

Partijvoorzitter Christianne van der Wal wordt minister van Stikstof, een post die in de VVD tot voor kort werd gezien als een zieke grap. Nu zit je als minister van Stikstof opeens in het centrum van de macht en ligt de toekomst van de industrie, de landbouw én Schiphol in je handen.

De VVD heeft ook Justitie weer terug – het ministerie waar het afgelopen decennium meer VVD’ers zijn gesneuveld dan wilde zwijnen op landgoed Het Loo. Het feestnummer Ferd Grapperhaus (CDA) hield ermee op, hij kreeg de corpsbal in zichzelf maar niet onder controle. Dilan Yesilgöz legt haar hoofd vrijwillig op het hakblok, een bewijs van moed en opofferingsgezindheid.

Wat de CDA’ers Wopke en Hugo gaan doen is nog onduidelijk. Ze willen in elk geval minister worden. De keuze is overzichtelijk: Buza, BiZa, SoZa of Volkshuisvesting. Wopke is een hork en een bedreiging voor het internationaal imago van Nederland, dus totaal ongeschikt als minister van Buitenlandse Zaken. Hij zal het dus wel worden. En Hugo mag na zijn tropenjaren als Coronaminister kiezen uit de andere drie – het liefst zou hij ze samenvoegen onder zijn leiding, ter bestrijding van het zwarte gat na corona.

Het raadsel van de formatie is de staatssecretaris voor Mijnbouw. Dat is, nu de mijnen in Limburg alweer enige tijd geleden zijn gesloten en ook het gas op z’n laatste benen loopt, een taak die vraagtekens oproept. Bij Schoonebeek staan nog een paar jaknikkers en verder wordt er in Nederland zout gedolven. Wat moet zo’n man of vrouw doen, behalve toezien op de herstelbetalingen aardbevingsschade? Antwoord: niets.

Ernst Kuipers, de Rotterdamse beddenchef, komt waarschijnlijk ook in het kabinet, als opvolger van Hugo de Jonge. Hij is nu thuis vast aan het oefenen op het onderdrukken van triomfantelijke juichkreten op het bordes.

Gelukkig zijn er nog een paar geruchten over: Sigrid Kaag op Financiën, Rob Jetten op Klimaat, Kajsa Ollongren op Defensie en, extra bijzonder, Robbert Dijkgraaf op Onderwijs.

Rutte-IV is een D66-kabinet met sterke VVD-invloeden en een licht vermoeden van CDA en ChristenUnie.

Hoe dan ook, eindelijk is er een nieuw kabinet, met of zonder nieuw elan. Dat van die nieuwe bestuurscultuur moet ook nog blijken.

Ik wens jullie allemaal een gelukkig 2022.

Meer over