Ingezonden brieven

Rutte bracht terecht de prent van de Nationale Vergadering weer terug in het zicht

De lezersbrieven van zaterdag 15 januari

Redactie
Minister voor Natuur en Stikstof, Christianne van der Wal-Zeggelink, wordt ontvangen in het Logement door formateur Mark Rutte.   Beeld AARSMAN COLLECTIE
Minister voor Natuur en Stikstof, Christianne van der Wal-Zeggelink, wordt ontvangen in het Logement door formateur Mark Rutte.Beeld AARSMAN COLLECTIE

Brief van de dag

Bij de ontleding van een foto van de ­ruimte waarin Mark Rutte alle nieuwe ­bewindspersonen ontvangt, richt Hans Aarsman de blik op een prent van de ­Nationale Vergadering, het eerste democratisch gekozen parlement van Nederland. De tegen de achterwand ­geplaatste prent is daar, vermoedt Aarsman, opzettelijk in het zicht neergezet. Door de premier zelf, denkt hij.

Maar wat is het dat Rutte met deze prent uit 1796 wil uitdrukken? De foto­detective ziet er niets anders in dan een verwijzing naar een gepolariseerde fase van een onder Franse druk gepleegde staatsgreep en politieke zuivering. Wilde Rutte, historicus van op­leiding, zijn ­bewindslieden hiermee soms alvast wat schrik aanjagen, is de ­insinuatie.

Het is goed mogelijk dat de prent als conversationpiece is gebruikt. Hoe groot Ruttes kennis van de betreffende periode is, bleek mij toen hij mijn biografie in ontvangst nam over Rutger Jan Schimmelpenninck, een van de oprichters van de Nationale Vergadering.

Rutte studeerde niet af op de ‘Franse ­bezetting’ (ruim een decennium later), maar op de patriotten; de wegbereiders van de Nationale Vergadering. Zij waren inclusiever en meer behept met politiek elan dan Aarsman doet voorkomen. Ja, het waren (witte) mannen, maar zij ­braken wel het landsbestuur open voor alle tot dan toe gediscrimineerde burgers, zoals katholieken en joden. De vergaderingen waren voor het eerst openbaar, met journalisten en vrouwen op de publieke tribunes.

Als de prent Ruttes eigen idee is geweest, is dat een meer dan terechte en welkome correctie op het merkwaardige ontbreken van tastbare herinneringen aan de democratische erfenis van de 18de-eeuwse revolutie in onze ­publieke ruimte.

Edwina Hagen, universitair docent cultuurgeschiedenis aan de Vrije Universiteit Amsterdam

Radicalisering

Het gebeurt in steeds nauwere kringen om me heen. Voelbaar, zelfs bij mensen die mij dierbaar zijn. Eerst sprak ik met hen over het knagen aan de rechtsstaat in de Verenigde Staten, over het neerschieten van honderden betogers in Myanmar, Soedan of Kazachstan. We spraken over het sollen met onschuldige vluchtelingen aan de grenzen met Bela­rus en het monddood maken van de vrije pers in Hongkong, Turkije en Hongarije.

Hoe gaat het op het werk, met de kinderen, thuis? Men wil maar één ding: fulmineren tegen de coronamaatregelen. Interesse in andere zaken zie ik voor mijn ogen verdampen. De weerzin ­tegen politiek, het kabinet en alles wat uit Den Haag komt, neemt angstaan­jagende vormen aan. Onafwendbaar zie ik ook goede vrienden van mij radicaliseren.

Het verlies aan interesse in zaken die ik eerder aanstipte en de daarmee ­gepaard gaande tendens naar extreem-­rechts baart mij zorgen. Mijn oproep aan de nieuwe regering: baseer toe­komstige maatregelen niet alleen op medisch inzicht, maar baseer ze op maatschappelijke inzichten in de breedste zin des woords.

Jan Bouman, Zeist

Gouden Koets

Met een ongekend vertoon van paternalisme meent onze koning dat de Gouden Koets weer kan gaan rijden, als ‘iedereen zich deelgenoot kan voelen van wat in ons land is opgebouwd en daar trots op kan zijn’. Wat mij betreft zal dat moment nooit aanbreken.

Met een gezonde dosis historisch ­besef, zie ik Nederland eeuwenlang als een geldbeluste en koloniale mogendheid, met de Oranjes als belangrijke ­representant. Niet echt iets om trots op te zijn, al vind ook ik dat we onze geschiedenis niet hoeven te herschrijven. Laten we de Gouden Koets, de zwijnenjacht en de koninklijke stallen een ­museale bestemming geven.

Een mooie eerste stap om het hele ­koningshuis op termijn te laten volgen en in Madame Tussauds te zetten. Het kost minder en het is net echt, Nederlandser kan het niet worden.

Martin van den Berg, Utrecht

Ophef

Och, och, och, wat een ophef meteen weer in de eerste week van het kabinet van de bestuur­lijke vernieuwingen. ­Minister ­Dilan Yeşilgöz zou niet hard genoeg van de daken hebben geschreeuwd dat we ook de nieuwe coronamaatregelen keihard gaan handhaven. Ze had eerst gewezen op de eigen verantwoordelijkheid van de burgers.

Ik heb het fragment goed teruggeluisterd en er is helemaal niets aan de hand, maar de Tweede Kamer maakt er weer veel ophef over. Beginnersfoutje, wordt er dan laatdunkend gezegd. Niks beginnersfoutje, gewoon die oude grijsgedraaide groef van de Tweede Kamer die altijd op zoek is naar ophef. En vervolgens moet de minister haar dure uren met een bataljon ambtenaren besteden aan een brief om alles weer recht te zetten. Zonde van de tijd.

Bij een nieuwe bestuurscultuur hoort ook een andere rol van de Tweede Kamer en niet iedere keer weer al die loze ophef voor de bühne.

Jaap Lampe, Haarlem

Geldverdeling

Het principe ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’ is best wel eens nodig, bijvoorbeeld wanneer je eendjes voert, en ze blijven maar komen. Maar zou het nieuwe kabinet eens willen nadenken, met in het achterhoofd de verstrekking van de 10 duizend euro subsidie aan de inwoners van bepaalde delen in Groningen, of dit principe in de meeste gevallen niet gewoon compleet immoreel is en derhalve zo gauw mogelijk uit het overheidshandelen zou moeten worden verbannen? Het is eigenlijk onvoorstelbaar dat anno 2022 het geld nog op deze ­manier wordt verdeeld, in een van de ­beschaafdste landen in de wereld.

Derk van der Veen, Leeuwarden

The Beatles

Zullen we weer een beetje normaal gaan doen over The Beatles? Een heel aardige band hoor, maar de hoogdravende analyses van hun werk en kleding suggereren dat ze van een andere categorie of ­planeet waren. Niets is minder waar: ze sloegen met wat lullige, sentimentele en ingewikkelde liedjes en halfgare experimenten ook best wat planken mis. Helemaal niet erg, dat overkomt de besten. Zo, iemand moest het zeggen. Ik zet A ­Treat of New Beat van The Rousers nog eens op. Ook niet foutloos, maar ver­gelijkbaar goed.

Pluup Bataille, Utrecht

Instagramwaardig

Heeft u dat ook weleens? Dat iets in deze krant uw oog treft en dat u een hartgrondige krachtterm maar nauwelijks kunt onderdrukken? Ik wel. Een advertentie van Corendon. Vakanties naar Mallorca, alsof er niks aan de hand is. Daar zou je al over kunnen vloeken. Maar waar ik echt op aansloeg was de aanprijzing ‘Trendy, Instagramwaardige bestemming’. Wat zou een archeoloog van een dergelijk ­bericht vinden als hij dat over, zeg honderd jaar, kon lezen? Op z’n minst zou zijn conclusie zijn dat we in ‘interessante tijden’ leven.

Tom van Schendel, Rosmalen

Klojo

Prima idee van Van Dale om gender­inclusieve aanpassingen te maken, maar de genderneutraliteit van het woord ­‘klojo’ waag ik te betwijfelen. Altijd gedacht dat dit een verbastering was van het tamelijk genderbepaalde woord ‘klootzak’.

Hella Koffeman, Rotterdam

Concertgebouworkest

In het artikel over Daniele Gatti viel onlangs te lezen dat het Concert­gebouworkest nog steeds op zoek is naar een chef-dirigent. Mocht er in Nederland iemand zijn die deze leek kan uitleggen waarom Jaap van Zweden niet al lang en breed als chef-dirigent is aangesteld, dan houd ik mij aanbevolen.

John Swieringa, Leiden

Vroege vogel

Vanochtend zag ik tijdens mijn fiets­rondje bij Deest al een ooievaar op het nest staan. Is dit een vroege vogel of is hij bekend met de enorme woningnood in Nederland?

Emile Hagelen, Lent

Invloed

Wat is er toch mis met het woord ‘invloed’? Overal in alle media heeft iedereen het steeds over ‘impact’. ‘Om impact te hebben’, schreef columnist Bert ­Wagendorp. Wat een ­gedrocht van een zin! Het lijkt wel of het woord ‘invloed’ niet meer bestaat in het Nederlandse taal­gebied.

Toon Broekhuisen, Pijnacker

Trainersvak

Alyson Annan moet opstappen als bondscoach van de hockeydames. De Australische creëerde een angstcultuur voor een deel van de speelsters. Andere speelsters konden zich wel vinden in haar aanpak. Als je de top wil bereiken, moet je tegen een stootje kunnen, vinden zij. Wanneer is een coach eigenlijk een goede coach en wat leert de wetenschap ons daarover?

De tweespalt bij de hockeysters heeft een parallel met de gebeurtenissen binnen de turnbond. De turnsport heeft zichzelf in een kwaad daglicht gesteld door mee te gaan in de gedachte dat een goede trainer iemand is die hard is voor de pupillen. Zachte leermeesters maken immers stinkende wonden. Als je niet hard wordt gemaakt, kun je de teleurstellingen niet aan die topsport nu eenmaal met zich meebrengt. Dit lijkt een kwestie van gezond verstand, maar deze overtuiging slaat de plank mis.

Het trainersvak heeft een fysieke en mentale invalshoek. Fysiek moet een trainer laten zien welke onderdelen van de sport op welke manier kunnen worden getraind. Dat is vakmanschap overdragen en daarbij de discipline om de sport op onderdelen eindeloos te oefenen. Het mentale aspect gaat over motivatie en de discipline om te blijven leren, vanuit de overtuiging dat alles leerbaar en trainbaar is.

In dit verband is het woord ‘talent’ interessant. Wordt het overwegend gebruikt als aangeboren kwaliteit, dan schuilt hierin de overtuiging dat het ­genetische meer invloed heeft dan het ontwikkelbare; nature boven nurture. ­Gebruiken we talent als iets dat moet worden geoefend om tot ontwikkeling te komen, dan zeggen we dat de hoeveelheid training bepaalt hoe ver je komt. Gebruik je talenten, begraaf ze niet.

Voor topsporters is het niet anders, of je nu Sven Kramer, Max Verstappen of Johan Cruijff heet. Een zogenaamd natuurtalent krijgt het evenmin cadeau. Je kunt genetisch of fysiek wat meer geluk hebben gehad aan de start, de winnaars worden nooit geboren maar altijd gemaakt door trainingsdiscipline en begaafde trainers.

De hockeysport, de turnsport en de meeste andere sporten vragen zich af hoe hard of zacht een trainer moet zijn. Dat is de verkeerde discussie. Een goede trainer coacht in termen van ontwikkeling: wat moet iemand doen om stappen vooruit te zetten. Sportclubs en scholen kunnen er veel baat bij hebben om te onderzoeken en te expliciteren wat ze van hun trainers en leraren verwachten.

Hans van Dijck, Beek (Berg en Dal)

Wilt u reageren op een brief of een artikel? Stuur dan een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Meer over