ColumnSheila Sitalsing

Rutte beloofde een overzichtje van de inspanningen, Segers knikte gerustgesteld, en de Kamer kon weer dóór met jammeren

null Beeld

In het ellenlange debat, dinsdag in de Tweede Kamer, tussen de premier en de ministers van coronabestrijding en van Medische Zorg enerzijds en een ontstemd parlement anderzijds, het debat dat in de ochtend begon en tot ver in de avond duurde, het debat waarin de een na de ander stond te blazen over ‘een afgang’ en over ‘falen’ omdat woensdag pas de eerste prik is gezet, duurde het ongeveer anderhalve minuut: een uitwisseling tussen Gert-Jan Segers van de ChristenUnie en de premier.

Segers bracht in herinnering dat ‘wij met vaccineren ook twee jaar voor lopen op een groot deel van de wereld, op een arm deel van de wereld’. Hij vroeg of het kabinet zich ook verantwoordelijk voelt ‘voor een rechtvaardige verdeling van vaccins wereldwijd?’

Nou en of, knikte premier Rutte. Er was veel ‘over gesproken’, wist hij. En: ‘Dit vinden we zeer belangrijk’ – zoveel Ruttiaanse nadruk op dat ‘zeer’, dat je kon raden waar het in al die zorgelijke kabinetssessies inzake corona over is gegaan: over van alles, en in de rondvraag een seconde of 10 over, o ja, vaccins voor arme landen.

Rutte beloofde een overzichtje van de inspanningen, Segers knikte gerustgesteld, en de Kamer kon weer dóór met jammeren over wie wat wanneer had moeten doen.

In het voorjaar, toen Nederland zich razendsnel had ingekocht bij de makers van het Oxfordvaccin, kon je nog plechtige beloften horen. Dat er natúúrlijk vaccins gereserveerd worden voor arme landen, dat het rijke deel van de wereld diep doordrongen is van zijn verantwoordelijkheid om iedereen mee te laten delen.

Daarna stortte elke overheid zich, zwaaiend met honderden miljoenen dollars, op de diverse vaccinmakers als hamsteraars op de laatste wc-rol. Er werden aflaten gestort in het internationale fonds dat de meest berooide landen kunnen aanspreken om vaccins te kopen. Als er nog over is.

Je kunt dezer dagen veel horen dat het zelfbeeld van Nederland wankelt, nu blijkt dat dit landje zo veel vergaderende chiefs telt dat we vriezers vol vaccins hebben die nog wachten op iets waar geen volledige duidelijkheid over is. (Overigens wankelt het zelfbeeld van de Fransen ook, las ik in deze krant, nu alles daar volgens klagers gaat ‘in het tempo van een slak’. Net als het zelfbeeld van de Britten, en van de Duitsers, die ook al nog langer in lockdown moeten. Misschien is heel erg rijk en bevoordeeld zijn, en dan bezocht worden door iets waar niemand grip op krijgt, sowieso slecht voor de stabiliteit van je zelfbeeld.)

Bij het achterhaalde zelfbeeld kan nu dus ook: het idee van Nederland als natie die haar lange traditie in de internationale samenwerking koestert.

Zelfs in het eigen koninkrijk moeten de armste delen – Caribisch Nederland, Aruba, Sint Maarten, Curaçao, kapotgemaakt door de lockdown en de ineenstorting van het toerisme – wachten. Vaccins voor dat deel komen ‘vanaf half februari’ beschikbaar, aldus De Jonge dinsdag. In het gekmakende De Jongetaaltje noemt hij dat ‘zo gelijktijdig mogelijk’.

Afgelopen oktober bracht Pieter Klein, de pitbull van RTL die de toeslagenaffaire heeft helpen onthullen, documenten in de openbaarheid waarin ambtenaren op jacht naar vermeende toeslagfraudeurs spreken van ‘een nest Antillianen’. Of ze op staande voet zijn ontslagen, stond er niet bij. Hopelijk komen de ambtenaren die de vaccinaties voor Caribisch Nederland moeten regelen niet uit hetzelfde rotte nest als hun collega’s bij de Belastingdienst. Het is al erg genoeg dat ze daar weten: wij komen straks pas.

Meer over