Roep om verandering

Er zijn verkiezingsoverwinningen in soorten en maten. Die van de Japanse oppositie bij de parlementsverkiezingen van zondag valt in de allergrootste maat. De maat die het predicaat ‘aardverschuiving’ verdient. De Liberaal Democratische Partij (LDP), de ‘eeuwige regeringspartij’ die 54 jaar lang bijna onafgebroken aan de macht is geweest, valt terug van 303 naar rond de 120 zetels. De Democratische Partij van Japan (DPJ) stijgt van 112 naar vermoedelijk meer dan 300 zetels en zal daardoor beschikken over een royale meerderheid in het Lagerhuis, dat in totaal 480 zetels telt. De partij heeft al de meerderheid in het Hogerhuis.

de Volkskrant

Het lijdt geen twijfel dat de kiezers zich vooral tot de DPJ hebben gekeerd uit diepe onvrede met de incompetentie die de LDP-regeringen sinds het vertrek van de redelijk succesvolle (en voor Japanse begrippen onconventionele) Junichiro Koizumi aan de dag hebben gelegd. Het was een komen en gaan van premiers, en de ene bleek nog zwakker dan de andere. De huidige premier Taro Aso had de twijfelachtige eer een historisch laagterecord te vestigen: op een gegeven moment had nog slechts 16,7 procent van de Japanners vertrouwen in hem; zelfs George Bush in zijn slechtste dagen bleef daar ruim boven.

Als gevolg van die incompetentie heeft Japan duidelijk aan economische kracht en zelfvertrouwen ingeboet. Het land is nog steeds de tweede economie van de wereld, maar het is de terugval in de jaren negentig eigenlijk nooit helemaal te boven gekomen. Ook nu mist het de flexibiliteit en besluitvaardigheid die nodig zijn om de crisis met kracht te bestrijden. Het politiek-industrieel complex, waarmee Japan in de eerste fase van de wederopbouw zijn voordeel deed, is verworden tot een logge moloch.

Kan de DPJ hierin verandering brengen? Aan ambities en goed bedoelingen geen gebrek. De toekomstige regeringsleider Yukio Hatoyama heeft beloofd over een brede linie de bakens te zullen verzetten. Hij wil de machtige bureaucratie intomen, het sociale stelsel op een hoger plan brengen, in de buitenlandse politiek minder zwaar leunen op de Verenigde Staten en de banden met de Aziatische buurlanden (minus Noord-Korea) aanhalen.

Het kan geen kwaad de verwachtingen op voorhand te temperen. Er is domweg geen geld voor dure sociale programma’s. De ingewikkelde informele machtsstructuren in Japan laten zich niet met een paar simpele decreten hervormen. De DPJ is een zeer heterogeen gezelschap met uiteenlopende opvattingen en belangen. Schandalen zijn de partij niet bespaard gebleven. Hatoyama is aan het roer komen staan omdat Ichiro Ozawa, een van de oprichters en lange tijd de grote man van de partij, wegens een omkopingsaffaire moest terugtreden. Hij heeft enkele bizarre uitspraken op zijn naam staan.

Maar er moet wel iets gebeuren. Twintig jaar geleden stelde Japankenner Karel van Wolferen in zijn boek The Enigma of Japanse Power vast dat de hiërarchische verhoudingen en de hybride machtsuitoefening de Japanse burger veel minder vrij en mondig maken dan zijn evenknie in andere hoogontwikkelde landen. Dit is anno 2009 nog steeds het geval. De monsterzege van de oppositie laat zien dat die burger daarvan genoeg heeft.

Meer over