Commentaar

Roemer betaalt terecht een tol voor haar uitspraken over Desi Bouterse

Afgelasting van de feestelijke ceremonie bij de uitreiking van de Prijs der Letteren dient een politiek doel.

Astrid Roemer tijdens de viering van Keti Koti in 2016. Beeld Foto Guus Dubbelman / de Volkskrant
Astrid Roemer tijdens de viering van Keti Koti in 2016.Beeld Foto Guus Dubbelman / de Volkskrant

In de commotie over de toekenning van de Prijs der Nederlandse Letteren aan de Surinaamse schrijver Astrid Roemer is de afgelopen dagen vaak de vergelijking getrokken met de toekenning van de PC Hooftprijs aan Hugo Brandt Corstius in 1984. Toenmalig minister Elco Brinkman weigerde de prijs uit te reiken, omdat Brandt Corstius ‘het kwetsen tot instrument had gemaakt’ in zijn vele schrijfsels voor onder meer Vrij Nederland en de Volkskrant. Brinkman kwam lijnrecht te staan tegenover de journalistieke en culturele elite en werd gevierendeeld als een christendemocratische fatsoensrakker die met zijn poten van de kunsten af moest blijven. Dit alles onder het motto: Verbied nóóit een schrijver.

De kwestie-Roemer echter is van een andere orde. Hier wordt een schrijver tot persona non grata gedegradeerd na relativerende, zelfs ontkennende uitspraken over de rol van Desi Bouterse bij de decembermoorden in 1982, terwijl de Prijs der Letteren haar reeds was toegekend. Niet haar oeuvre wordt als affront beschouwd, maar haar politieke uitspraken nadát ze in de gunst kwam van de jury. Roemer kon niet langer als boegbeeld van haar land worden gezien, zeiden vertegenwoordigers van Surinaamse organisaties, de prijs komt haar niet toe. Uitreiking ervan in aanwezigheid van de koning (in dit geval der Belgen) wordt opgevat als een diepe belediging. Ze kondigden aan de bijeenkomst te boycotten.

De uitspraken van Roemer over de rol van Bouterse kunnen als pijnlijk en desnoods als dom worden beoordeeld. Door nabestaanden van de decembermoorden, door alles en iedereen die de knevelarij van Bouterse in de afgelopen decennia heeft ervaren. Maar terecht oordeelt De Taalunie, de organisatie achter de prijs, dat de Roemer de aan haar toegekende eer niet kan worden ontnomen. De Taalunie moet dat gezien Roemers literaire betekenis ook niet willen.

Op politiek niveau wordt het laatste jaar getracht met het nieuwe Surinaamse bewind diplomatieke betrekkingen te herstellen en banden te versterken. Een ceremoniële uitreiking van de prijs aan Roemer zou dit precaire proces doorkruisen. Tegelijkertijd dient te worden beseft dat hier een politiek boven een cultureel belang wordt gesteld. Als schrijvers eerst een akte van politieke zuiverheid moeten overleggen alvorens voor een prijs in aanmerking te komen, is het hek van de dam. In retrospectief is een vergelijking met Brandt Corstius dan weer wel relevant.

Meer over