Opinie

Rijk, provincie en gemeente besturen ons land en, o ja, 32 andere soorten bestuur. Stop de verrommeling

Met een lappendeken aan bestuurseenheden kun je de regio niet besturen. Stop de bestuurlijke verrommeling, betogen Herman Lelieveldt en Caspar van den Berg.

De gemeenteraad van Utrecht buigt zich in een speciale commissievergadering over de onlusten in een aantal wijken. Beeld ANP
De gemeenteraad van Utrecht buigt zich in een speciale commissievergadering over de onlusten in een aantal wijken.Beeld ANP

Wie vanuit een virtuele drone de bestuurlijke kaart van Nederland bekijkt, ziet een lappendeken waarin het Huis van Thorbecke nauwelijks meer te herkennen is. In dit stelsel uit 1848 hebben Rijk, provincie en gemeente inmiddels gezelschap gekregen van meer dan 32 verschillende typen regionale bestuurseenheden, waarin zaken op het gebied van zorg, rechtspraak, milieuhandhaving en veiligheid steeds weer op een andere manier verkaveld zijn. Dit heeft geleid tot bestuurlijke verrommeling in de regio, die nodig moet worden ingeperkt.

Gemeenten participeren in gemiddeld meer dan dertig gemeenschappelijke regelingen en regionale overlegtafels. En het is de vraag of het einde al in zicht is. Nog deze kabinetsperiode kregen we er een nieuwe en heel belangrijke bestuursstructuur bij in de vorm van de RES-regio’s, waarin per gebied een Regionale Energiestrategie is vastgesteld met concrete afspraken om de doelstellingen uit het Klimaatakkoord in beleid om te zetten.

Achter iedere regio-indeling zit een praktische logica, maar keer op keer blijkt dat de democratische verankering en controle tekortschieten. Zo spelen de veiligheidsregio’s al een jaar lang een centrale rol bij de Covid-aanpak, maar ze worden niet direct democratisch gecontroleerd. Bij de Regionale Energiestrategie zijn de zorgen over gebrek aan draagvlak inmiddels zo groot dat het kabinet in allerijl een commissie aan het werk heeft gezet om advies te geven over participatie van burgers in de energietransitie.

Of neem als voorbeeld de jeugdzorg in Zeeland. Daar is sinds 2014 de inkoop van jeugdzorg gebundeld via één ‘inkooporganisatie’, met daarin de wethouders van alle dertien Zeeuwse gemeenten als bestuurders. Na aanhoudende financiële problemen besloten deze wethouders eind vorig jaar het contract met zorgaanbieder Intervence op te zeggen, zonder dat er een goed plan voor de toekomst was gemaakt. Niettemin kregen de gemeenteraden te horen dat het besluit al definitief was omdat ze de bevoegdheid hiertoe gedelegeerd hadden aan de ‘Bestuurscommissie Inkoop’. Pas na ingrijpen van landelijke inspecties en minister Dekker kon een overhaaste opzegging van het contract worden voorkomen.

Hoe kunnen we iets aan dit democratische tekort doen? Op de bestuurlijke kaart van Nederland, met alle bestuursindelingen bij elkaar erop, is goed te zien dat er meerdere provincies zijn waarin veel functionele regio’s een op een samenvallen met de provinciegrenzen. Zeeland en Friesland springen vooral in het oog. Zij beschikken over een sterk bestuurlijk regionaal ecosysteem, precies op de schaal van de provincie. Het is eigenlijk heel raar dat juist in deze provincies veel bestuurlijke beslissingen over de provincie buiten het zicht van het provinciehuis worden genomen. De volledig ingerichte provincie-verdieping van het Huis van Thorbecke blijft ongebruikt, terwijl de bestuurders in een verscholen bijgebouwtje in de achtertuin samenkomen om beslissingen te nemen.

Een sterk democratisch mandaat is des te belangrijker omdat de regio de komende jaren een sleutelrol zal spelen bij het aanpakken van een hele reeks uitdagingen: de energietransitie, het wegwerken van het woningentekort of de omslag naar een kringlooplandbouw. Keer op keer is het cruciaal dat de oplossingen hiervoor niet alleen effectief zijn, maar ook van en uit de regio zelf komen. Met de huidige bestuurlijke lappendeken is die stem van de regio onvoldoende gewaarborgd.

De provincie meer verantwoordelijkheden geven, waar het maar even kan, is een voor de hand liggende uitweg. We zouden goed kunnen beginnen met een klein experiment waarbij we in de komende kabinetsperiode de provincies Zeeland en Friesland gebruiken als een bestuurlijke proeftuin. Breng in Zeeland en Friesland de jeugdzorg weer onder bij de provincie, laat Provinciale Staten sturing geven aan de keuzen rondom de energietransitie en geef hen de taak om het werk van de veiligheidsregio’s te controleren.

Niet alle gebieden in Nederland lenen zich voor deze aanpak. Zo zal in Gelderland en Noord-Brabant (wegens de grootte en het bestaan van subregio’s), en in Noord- en Zuid-Holland (wegens de ongemakkelijke verhouding tussen de grote steden en hun provincie) andere oplossingen moeten worden gevonden.

Maar die verschillen tussen gebieden moeten provincies als Fryslân en Zeeland niet belemmeren bij het bestrijden van de bestuurlijke en democratisch verrommeling in de regio.

Herman Lelieveldt is universitair hoofddocent politicologie bij University College Roosevelt in Middelburg, Caspar van den Berg is hoogleraar bestuurskunde aan de RUG/Campus Fryslân in Leeuwarden.

Deze bijdrage is gebaseerd op het essay ‘Zo kan het wél. Regioprovincies slimmer bestuurd: de casus Fryslân en Zeeland’, dat op 4 maart 2021 door het Montesquieu Instituut wordt uitgebracht.

Meer over