ColumnMartin Sommer

Revoluties gaan altijd over een deel dat wakker is en een deel dat slaapt

null Beeld de volkskrant
Beeld de volkskrant

Achteraf gezien was het een schot in de roos dat uitgerekend historicus James Kennedy zich over de geschiedeniscanon ontfermde. Zijn opdracht was de canon bij de tijd te brengen, met extra aandacht voor ‘zwarte bladzijden’. Kennedy brak in 1995 door met zijn boek Nieuw Babylon in aanbouw, over de verbijsterend snelle veranderingen van de jaren zestig en zeventig. Hoe was Nederland van slaperig en ouderwets bijna van de ene dag op de andere omgeturnd in een radicaal gidsland?

Kennedy wees op de meegaandheid van de elite, die het vege lijf wist te redden door mee te deinen op de tijdgeest. Dat ging ineens, zonder debat, met zijn allen. Het was ook heel gereformeerd, men zag de tekenen en hing de huik naar de wind. Kennedy kon het weten, als Amerikaanse protestant met Nederlandse wortels.

James Kennedy moest de geschiedeniscanon bij de tijd te brengen, met extra aandacht voor ‘zwarte bladzijden’.  Beeld Kiki Groot
James Kennedy moest de geschiedeniscanon bij de tijd te brengen, met extra aandacht voor ‘zwarte bladzijden’.Beeld Kiki Groot

Met de ‘zwarte bladzijden’ in de nieuwe canon viel het mee, vermoedelijk omdat anders dan gedacht in de oude canon al heel wat slavernij zat – net als overigens in de meeste schoolboeken. Historisch Nieuwsblad toonde dit onlangs ten overvloede aan. Maar al gaan alle talkshows, kranten en musea over slavernij, het idee is en blijft dat we niets van slavernij willen weten, zoals woensdag in het Kamerdebat over racisme nog eens werd verwoord door Esther Ouwehand (Partij voor de Dieren).

Het idee is en blijft dat we niets van slavernij willen weten, zoals woensdag in het Kamerdebat over racisme nog eens werd verwoord door Esther Ouwehand (Partij voor de Dieren).
 Beeld Jiri Büller
Het idee is en blijft dat we niets van slavernij willen weten, zoals woensdag in het Kamerdebat over racisme nog eens werd verwoord door Esther Ouwehand (Partij voor de Dieren).Beeld Jiri Büller

Het racismedebat in de Kamer was als een herdruk van Kennedy’s boek over de jaren zestig. Kamerleden proefden elkaars nieren over wat ze allemaal in het verleden hadden miszegd, van ‘pleur op’ tot ‘Marokkanen vernederen’. Onderwijl buitelden de initiatieven om racisme eindelijk definitief de nek om te draaien over elkaar. De enige met een cijfer van aangiften van racisme, en die zich afvroeg of het wel zo verschrikkelijk gesteld is in Nederland, was Wilders. Maar omdat het Wilders was, hoefde niemand te luisteren. Ik zat te wachten op de leus van de brave partij PPR van indertijd, later opgegaan in GroenLinks, dat ‘nu het radicaalste niet radicaal genoeg is’. Die leus kwam niet, maar wel had de voltallige Kamer plus regering het antiracistische licht gezien, en was het na afloop nauwelijks voorstelbaar dat het ooit anders was geweest.

Het was van a tot z Kennedy. De revolutie waarover hij in zijn boek schreef, begon vijftig jaar geleden aan de universiteiten. Om met Marx te spreken, ging het er niet langer om de wereld te begrijpen, maar haar te veranderen. Behoudens een paar dwarse hoogleraren als Daudt en Den Hollander, boog de wetenschappelijke staf mee. Dat was toen geen mooi gezicht en is dat nu evenmin. In het kader van de sociale veiligheid en diversiteit, bepleitte de UvA-hoogleraar Middeleeuwse geschiedenis Guy Geltner onlangs in het universiteitsblad Folia dat er op elke afdeling ‘betaalde’ safety officers, diversity officers en inclusivity officers worden aangesteld.

Verder vindt Geltner, ook een Amerikaan trouwens, dat ‘eurocentrische epistemologieën’ moeten worden aangepakt. Ik denk dat gelijkberechtiging, waar het bij de racismebestrijding immers om draait, bij uitstek het resultaat is van eurocentrisch denken. Maar ik ben dan ook geen hoogleraar Middeleeuwen.

Wie denkt dat dit een vergezocht voorbeeld is, moet op de site van Folia eens kijken naar de belevenissen van de huidige diversity officer. Zij bezweert dat ze alles in haar vermogen zal doen om te zorgen voor safe spaces, nadat ze eerder met opstand te maken heeft gekregen omdat ze een witte vrouw is. Ze zei dat ze daaraan niets kon doen. Er kwam ook nog een ex-studentenleider voorbij die spijt betuigde omdat hij te weinig woke was geweest.

Aan dezelfde universiteit hebben de politicologen in een petitie een plechtige schuldbekentenis gedaan over hun eigen antiracistische tekort. ‘Ons falen blijkt uit de ideeën die we hebben uitgedragen en de gemeenschap die wij hebben opgebouwd.’ Anderen de maat nemen door as op het eigen hoofd te strooien, Maarten ’t Hart zou met dit type ouderling wel raad weten. Stel je voor dat ze met die petitie langskomen. Zou u scheer je weg durven roepen, of toch maar tekenen? Je weet maar nooit: wie zijn klok niet tijdig gelijkzet, is te laat.

De journalistiek, mijn eigen branche, is deze week verrijkt met een meldpunt media en racisme. Ook journalisten verontschuldigen zich voor hun huidskleur en die van hun collega’s. Of menen dat ze eerder wakker hadden moeten worden om actie te voeren. Ook in dit vak waait de wind of change. Revoluties gaan altijd over een deel dat wakker is en een deel dat nog slaapt. Je moet als de wiedeweerga zorgen dat je bij het wakkere gedeelte hoort, anders loopt het niet goed af. Vandaar de rijkdom aan zelfbeschuldigers die voordien doolden in de duisternis.

André Spoor, hoofdredacteur van de avondkrant NRC Handelsblad, zei bij zijn afscheid in 1983: ‘Een journalist die met opgeheven vinger door de wereld trekt, belemmert zijn eigen uitzicht.' Beeld Vincent Mentzel
André Spoor, hoofdredacteur van de avondkrant NRC Handelsblad, zei bij zijn afscheid in 1983: ‘Een journalist die met opgeheven vinger door de wereld trekt, belemmert zijn eigen uitzicht.'Beeld Vincent Mentzel

Ik geef hierover het woord graag aan een ander. Het is ook al lang geleden, maar in 1983 nam André Spoor afscheid als hoofdredacteur van NRC Handelsblad. Zijn afscheidsrede heette ‘De verheven boodschapper’. Het was inderdaad een preek, gericht aan de journalistiek, maar hij nam ook de wetenschap mee. Spoor keek terug op de jaren zeventig, toen in zowel journalistiek als wetenschap de waarheidsvinding niet voldoende was. Er was altijd een utopie, een betere wereld die moest worden veroverd. Daar moest André Spoor, liefhebber van feitelijke, afstandelijke journalistiek, niets van hebben. Hij zei in die rede: ‘Een journalist die met opgeheven vinger door de wereld trekt, belemmert zijn eigen uitzicht. Terwijl hij, als hij al applaudisserend nieuws gaat garen, niet kan horen wat er eigenlijk gezegd wordt.’ Tijd voor het zomerreces. Ik ben er even niet.

Meer over