ColumnLoes Reijmer

Relativeren is makkelijk als het niet over jou gaat

null Beeld

De afgelopen dagen dacht ik vaak terug aan de ochtend van 9 november 2016. Donald Trump was verkozen tot president van de Verenigde Staten en ik was er kapot van. Helemaal fout natuurlijk, journalisten die zichzelf een beetje (of heel erg) serieus nemen, houden afstand. Tut-tut-tut, niet zo emotioneel, we moeten het allemaal nog maar zien, hij gaat zich uiteindelijk vast presidentieel gedragen, geef hem een kans.

Hetzelfde zag je aan tafel bij Jinek op de dag van de inauguratie, nu bijna vier jaar geleden. Janine Abbring, eindredacteur van Zondag met Lubach, plaatste donderdag een compilatie van de uitzending op Twitter, waarin zowel Eva Jinek als haar gasten zich gaandeweg verliezen in superlatieven over de toespraak van Trump. ‘Weergaloos goed’ was die, hij stelde zich op als ‘verbinder’, iemand die het land wil ‘verenigen’ en van wie we ‘kunnen leren’. Alleen Arjen Lubach zakt stilletjes steeds verder onderuit. ‘Wat zijn jullie hier aan het doen?’, roept hij tegen het eind van het gesprek plotseling. ‘Het is toch een volslagen idioot?’

Vooruit, de redactie van Zondag met Lubach is bedreven in knip- en plakwerk. In de uitzending werden heus kritische dingen gezegd over Trump. Maar de dynamiek aan tafel was tekenend: hier zaten mensen die de luxe hadden om het als spel te zien, om het over de vorm te hebben, om het vooral als theater te ervaren, simpelweg omdat de gevolgen veelal niet voor hen waren. Ze behoorden niet tot de minderheden over wier rug Trump de verkiezingen had gewonnen, met een campagne vol xenofobie en haat. En, met uitzondering van presentator Jinek, niet tot de sekse die volgens de nieuwe president gretig in het kruis gegraaid mocht worden. 

Wat vooral zo intrigeert: dit relativerende geluid ging door voor rationeel en redelijk, voor gezond verstand en journalistiek instinct, terwijl het de borrelpraat aan de toog van café Het morsige tapperijtje nauwelijks ontsteeg.

Het was namelijk veel rationeler om Trump niet het voordeel van de twijfel te geven, waarschuwde collega Kustaw Bessems al drie dagen na Trumps overwinning in een fenomenaal essay. Had de net verkozen president niet al ‘anderhalf jaar lang keihard gewerkt om met leugens, haat en consequente aanvallen op minderheden en de rechtsstaat dat land juist te verscheuren’? Had hij niet opgeroepen tot geweld tegen zijn opponent? Zijn aanhang opgehitst tegen de pers en gestrooid met complottheorieën? En dat zou allemaal, poef, verdwijnen?

De emotie zat, kortom, veel meer in de hoofden van de relativeerders, van de mensen die hoopten dat het wel mee zou vallen en zich die hoop ook konden permitteren. Want de kletsende klasse is, zowel in Nederland als in de VS, toch hoofdzakelijk nog wit en man, twee factoren die de uitverkiezing van Trump stukken minder intimiderend maakten.

Natuurlijk is het goed als journalisten het hoofd koel houden. Maar wat houdt dat precies in? Een van de weinigen die een scherpe vraag wisten te stellen over de racistische treintweet van Thierry Baudet was een journalist van kleur van Nu.nl. De enige die hem echt durfde te grillen over zijn emancipatiestandpunt was een vrouwelijke verslaggever van RTL Nieuws. Zouden media iets meer urgentie voelen bij het feit dat de xenofobe PVV de tweede partij van Nederland is als er meer journalisten van niet-westerse komaf in Den Haag zouden werken? 

Blegh, identiteitspolitiek – je hoort de toetsenborden bij Elsevier en De Telegraaf alweer ratelen, alle verloven ingetrokken. Het punt is: het relativeren van de gevaren van rechts-populisme is ook identiteitspolitiek, maar dan vermomd als norm.

Meer over