Columnkustaw bessems

‘Regels zijn regels’, dat is de armzaligste manier van samenleven

null Beeld

‘Wat doe je als de wetgever A wil’, vroeg een rechter uit Noord-Holland zich af, ‘maar dat is in strijd met alles wat je voelt, denkt en weet. Mag, en dúrf, je dan B te beslissen?’

Het net verschenen stuk waarin bestuursrechters kritisch terugkijken op hun eigen rol in het toeslagenschandaal is even inzichtelijk als afgrijselijk. Door de ogen van rechters kijk je mee naar weerloze burgers met zware levens die soms voor hen verschijnen omdat ze een piepklein foutje hebben gemaakt. En je leest hoe die rechters tegen beter weten in de bodem onder hun voeten wegslaan door torenhoge bedragen aan kinderopvangtoeslag in één keer terug te eisen.

Omdat de wetgever het zo heeft gewild.

Omdat de hoogste bestuursrechter, de Raad van State, de wet streng uitlegt.

Omdat je als rechter bang bent voor politici die jou en je collega’s zullen verwijten dat je de volkswil aan je laars lapt.

Omdat je weinig tijd hebt.

Laat een van de vele lessen uit de toeslagenaffaire zijn dat minder heil moet worden verwacht van wetten en regels. Regels kunnen richting geven en uitersten bepalen. Maar een leidraad voor de praktijk? Nee, die rol kunnen ze niet waarmaken, omdat een regel per definitie algemeen is en het echte leven lak aan algemeenheden heeft.

Als je erop let, zie je dat regels alom worden gebruikt als gids voor het leven. Van een ministerspost naar een lobbyclub? Dat mag, want het is niet tegen de regels.

Thuis bij moeder gaan wonen omdat je kanker hebt gekregen? Dan wel je studiefinanciering terugbetalen, want dat is tegen de regels.

Uit belastinggeld een omroep financieren die het systeem met desinformatie kapot wil maken? Prima, want de regels sluiten dat niet duidelijk genoeg uit.

Als inwonende dochter van armlastige ouders wat geld verdienen? Direct inleveren, want dát is tegen de regels.

Alles doen wat niet expliciet is verboden, en alles keihard bestraffen wat officieel niet mag: het is de armzaligste vorm van samenleven. Wat we doen of laten hoort in de eerste plaats te worden bepaald door waarden en een moraal. Die worden gevormd in een permanent gesprek en door te zien wat de gevolgen van het eigen handelen voor een ander zijn.

In het recht is het vastgelegd: rechters waken erover dat hun beslissingen niet onredelijk of onevenredig hard uitpakken. Waarom ze dat dan vaak niet deden in toeslagenzaken? De politiek legde vast dat de Belastingdienst niet per geval belangen mocht afwegen. En als de politiek zo uitdrukkelijk zegt dat rechtsbeginselen niet gelden, mogen rechters die ook niet toepassen, meende de Raad van State. Deden de laatsten dat toch, dan werden hun vonnissen inderdaad in hoger beroep vernietigd, dus dan maar mee met de stroom.

De Raad van State is nog met zelfonderzoek bezig. De lagere rechters komen nu al tot inkeer: zij moeten de rechtsbescherming van het individu weer zwaarder laten wegen dan eenheid in de rechtspraak. Een conclusie die pijnlijk is omdat ze zo voor de hand lijkt te liggen.

Hier konden we alleen terechtkomen door het misverstand dat ‘regels regels zijn’. Dat zijn ze niet, doceerde hoogleraar rechtstheorie Dorien Pessers vijftien jaar geleden al. Om te zorgen dat een maatschappij eerlijk is, moeten regels voor iedereen gelden, maar om te zorgen dat een maatschappij ook rechtvaardig is, moeten ze steeds anders worden toegepast. De menselijke maat mag geen willekeur worden, maar net zo goed mag rechtsgelijkheid nooit overgaan in meedogenloosheid. Die evenwichtskunst door vertegenwoordigers van de staat bepaalt de mate van vertrouwen binnen een gemeenschap. En dat vertrouwen is alles wat we hebben.

Mailen? k.bessems@volkskrant.nl

Meer over