ColumnFloortje Smit

Rechtszaak rond het virus: een fictiefilm met intrigerende personages, lekkere dialogen en wonderlijke scènes

null Beeld

Een beetje knorrig was hij wel, de Vlaamse viroloog Marc van Ranst. Niet dat hij zich zorgen maakte vanwege de rechtszaak die dansleraar Willem Engel tegen hem had aangespannen wegens smaad. Die kon hij winnen ‘met één arm op de rug’, zei hij woensdag bij de Mechelse rechtbank. Alleen jammer dat hij zijn hele vakantie in de voorbereiding had moeten steken.

Ik zie dat meteen voor me. Van Ranst met zijn stapel multomappen, slippers, korte broek, op een iets te klein campingstoeltje, geïrriteerd, geen tijd voor zijn zoon die wil badmintonnen.

Misschien een merkwaardige eerste associatie. Maar de strijd tussen Van Ranst en Engel heeft zich in mijn hoofd tot een fictiefilm gevormd, een met intrigerende personages, lekkere dialogen en wonderlijke scènes waar deze schitterend in zou passen. Misschien is het de beroepsdeformatie van de filmrecensent, misschien is in afzondering tijdens alle lockdowns het idee van ‘een virtuele en een echte werkelijkheid’ vervaagd, maar mijn brein reduceert dit alles al een poosje tot een wonderlijke tragikomedie.

Eerste scène. Interieur: schuilkelder. Van Ranst, viroloog en mediafenomeen, zit ondergedoken vanwege een in de Belgische bossen verstopte psychisch verwarde militair in het bezit van een raketwerper.

Film is ook: suspension of disbelief.

Vanuit die schuilkelder krijgt hij het vervolgens aan de stok met Willem Engel, dansleraar met dreadlocks, die als ‘coronacriticus’ óók uitgroeide tot mediafenomeen. Een man die de reanimatie van een voetballer tijdens een EK-wedstrijd aangreep om te beweren dat het door een vaccinatie kwam. Die opriep om GGD-medewerkers op vaccinatielocaties te fotograferen.

Die twee raken verwikkeld in een woordenstrijd waarin Van Ranst vaak het spitsvondigst is. ‘Wanneer we ooit geconfronteerd worden met een salsapandemie, ga ik met veel plezier luisteren naar wat jij als dansleraar te zeggen hebt’, bijvoorbeeld. Blendle-oprichter Alexander Klöpping vond het zo grappig dat hij een crowdfundingactie organiseerde en hun gehakketak op billboards liet drukken.

De filmrecensent: ‘Wat we zien is een virtuele clash van mannelijke ego’s, met de rechtszaak in de finale als absurde apotheose in de werkelijkheid.’

Goed, het scenario heeft zwakke punten – hóézo haalt zoiets in godsnaam een rechtbank? – maar wat het zo goed maakt, is het diepere, actuele en serieuze dilemma dat hieraan ten grondslag ligt. Wat te doen met antivaxers?

Allereerst: ze nooit allemaal over een kam scheren. De bange twijfelaars als ‘wappie’ afschrijven drijft ze precies dat kamp in. Gewoon rustig naar luisteren en met kalme argumenten voorlichten.

Voor hen is het ook noodzaak dat je mensen die onzin verkondigen dus ook niet als gelijkwaardige partners van virologen in talkshows laat aanschuiven. Van Ranst wil nooit in discussie met virusontkenners als Engel, maar af en toe ging hij er op internet met gestrekt been in. ‘Een kat een kat noemen.’

Maar wat als Van Ranst Engel gewoon had genegeerd? Was er dan zo’n ontzettend mooi narratief ontstaan waar zoveel mensen van smulden? Heeft hij niet per ongeluk het belang van Engel mede gelegitimeerd? Wie bespeelt hier wie, wie wint, wie verliest?

Wat aandacht krijgt groeit, zei mijn oma zaliger altijd al, en in dit geval vrees ik dat dat Van Ranst zijn vakantie heeft gekost.