ColumnSheila Sitalsing

Rechten voor bomen, zeeën en rivieren: het kan heel goed

null Beeld

Geef het drie jaar, zei Philippe Sands afgelopen zaterdag in de Volkskrant. En dan is er een internationale ecocidewet. Ecocide is het vernietigen van natuur en milieu op grote schaal. Philippe Sands is een gerenommeerd jurist die met een internationaal juristenpanel een juridische definitie voor ecocide probeert te formuleren. Opdat dit als internationaal erkend misdrijf tegen de natuur kan worden toegevoegd aan het rijtje genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden en het misdrijf van agressie – kwesties die het Internationaal Strafhof in Den Haag behandelt.

Drie jaar om voor elkaar te krijgen dat er een sluitende definitie is van ecocide. Hoe groot moet de milieuschade zijn, moet er moedwil achter zitten, is het voldoende om aan te nemen dat een overheid had kúnnen weten dat er onherstelbare ellende ontstaat wanneer vergunninghouders eindeloos doorgaan met kostbaarheden uit de grond halen, is oliewinning per definitie suspect, wie is aansprakelijk voor het misdrijf klimaatopwarming → teloorgang van het rif, is het door roekeloosheid verliezen van containers vol plastic zooi op zee ook een misdaad?

Drie jaar om te bedenken of zeeën, rivieren en bossen in dit verband eigen rechten moeten krijgen.

Drie jaar om de immense lobby vanuit multinationals en overheden die de bui al zien hangen (worden boren naar olie in de Nigerdelta, grootschalig vissen met sleepnetten, bomen kappen in de Amazone, graven naar coltan en naar goud, zonder netjes op te ruimen, straks potentieel strafbare handelingen?) het hoofd te bieden.

Drie jaar om te beslissen of het moedwillig verspreiden van onzin over klimaatverandering ook onder een ecocidewet zou moeten vallen, wegens aanzetten tot natuurvernietiging. (Sands is voor.)

Drie jaar om te bewerkstellingen dat genoeg naties ermee instemmen dat dit wordt vastgelegd in het recht. (Waarop de ecocidewetgeving uiteraard meteen zal worden getart; ook van de genocidewetgeving trekt niet iedereen zich evenveel aan.)

Mij leek het optimistisch. Maar op pessimisme valt geen toekomst te bouwen. Vooruitgang is mede te danken aan de mensen die voorbij het denkbare durven te denken, aan de gekken en de geniën. Sands’ denken, zo zegt hij, is mede bepaald door een essay uit 1972 – ‘Het mooiste juridische essay dat ik ooit las’ – waarin de jurist Christopher Stone beargumenteert waarom bomen (en rivieren, oceanen, riffen, planten) rechten moeten hebben.

En zo kwam het dat ik op een zaterdagmiddag met rode oortjes zat te lezen in de ideeën die Stone bijna vijftig jaar geleden uiteenzette. Alles wat er is, was ondenkbaar voordat het er was, schrijft hij. Zo waren kinderen heel vroeger eigendom van de vader, die ze naar believen mocht verkopen of weggeven – ondenkbaar dat die ooit rechten zouden krijgen. Zo was het lang geleden ondenkbaar dat een handtekening die een koning onder een afspraak had gezet na zijn dood nog geldingskracht had. Eens was het een bespottelijk idee dat vrouwen, zwarten of Joden ooit rechten zouden krijgen. Ondernemingen hebben rechten. Schepen hebben rechten. Trusts hebben rechten. Waarom een boom dan niet? Of een rivier. (En is een rivier dan ook aan te spreken als er iemand in verdrinkt?)

Er is veel voortgeborduurd op deze gedachten, onder anderen door de inmiddels overleden Polly Higgins die als ‘advocaat voor de aarde’ het begrip ecocide bij een groot publiek onder de aandacht bracht.

Drie jaar. Zo ziet vooruitgang eruit.

Meer over