Prikspijt in een land dat zó opgaat in vandaag dat het lijkt alsof er geen morgen is

Frank Heinen artikel Beeld -
Frank Heinen artikelBeeld -
Frank Heinen

Op het Twitteraccount @NYT_first_said worden woorden verzameld op het moment dat ze voor het eerst in de geschiedenis verschijnen in The New York Times. Afgelopen maand werden aan die lijst onder meer ‘overquarantining’, ‘granddog’ en ‘unboosted’ toegevoegd. De Nederlandse variant is ‘Nos zei voor het eerst’. Dat noteerde afgelopen dagen het debuut van onder meer ‘polarisatiestrategie’, ‘boostertwijfelaars’ en ‘overvaccineren’.

Als de boostertwijfelaar wat eerder van zich had laten horen, bijvoorbeeld wanneer de boostercampagne vlugger op gang was gebracht, had-ie vast meegedongen naar de titel ‘Woord van het Jaar’. Bij die verkiezing dingen nieuwe woorden mee. Het is, ook al doet de titel anders vermoeden, een debutantenprijs. De winnaar werd dinsdag bekendgemaakt. Met een overweldigende meerderheid van stemmen won ‘prikspijt’, het zilver was voor ‘woonprotest’ en het brons ging naar het poelifinario-achtige ‘wappiegeluid’. ‘Vaccinatievoordringen’, ‘doorbraakinfectie’ en ‘QR-samenleving’ vielen net naast het podium in een online poll waarbij de opkomst viermaal zo hoog was als vorig jaar. Met name de antivaxbeweging schijnt massaal op prikspijt te hebben gestemd, een van haar minst schadelijke bijdragen van de afgelopen anderhalf jaar. Met andere woorden: in het gejuich van de winnaar klinkt de echo van de woedende nummer drie door.

Volgens Dikke van Dale-hoofdredacteur Ton den Boon is de verkiezing ‘een spiegel van de tijd’. Zou het? Spiegelt de spiegel de tijd of spiegelt de spiegel van de tijd onszelf, wanneer we er een blik in werpen om te zien hoe we met z’n allen de hele dag in die spiegel staan te koekeloeren?

Prikspijt, woonprotest, wappiegeluid. Een top-3 vol kwaaiige onvrede, al legde Chef Taal Paulien Cornelisse vorige week overtuigend uit dat het bombast waarmee het Woord van het Jaar jaarlijks wordt bekendgemaakt behoorlijk potsierlijk is: in wezen is het niet veel meer dan een verkiezinkje op internet, dat qua democratisch gehalte te vergelijken is met het neerzetten van een stemhokje in een drukke winkelstraat, drie hangouderen en een mank paard onder dwang naar binnen leiden, hun voorkeur noteren en van de uitslag een persbericht van nationale importantie bakken, columnistenrijp en tijdgeestduiderklaar. Volgend jaar zal het bij Van Dale wel ‘Zoomer’ (coronaluw jaargetijde) worden, of ‘pakketjesavond’ (avond van 4 december waarop freelancebezorgers zich in verkapt dienstverband een ongeluk bezorgen), of ‘Trumpvrees’ (regressief-fobische klachten in de aanloop naar het najaar van 2024) of anders ‘verstappen’ (nieuwe Olympische discipline, combinatie van snelwandelen, verspringen en Formule 1). Of iets anders, nog irritanters.

Waar zouden we zijn zonder zinloze publieksverkiezingen?

Vermoedelijk precies even ver als nu. En toch...

There is a moral in this, as there is a moral in almost everything,’ schrijft de Britse essayist Geoff Dyer (over iets volkomen anders). In het geval van de Woord van het Jaar-verkiezing is de moraal te vinden in het feit dat de meeste winnende woorden van vorige jaren een zeer beperkte houdbaarheid bleken te hebben: men neme ‘Bokitoproof’ (2007), ‘project X-feest’ (2012) en ‘blokkeerfries’ (2018) et voilà: een bloemlezing van vroeg-21ste-eeuwse mediahypejes uit een land dat zó opgaat in vandaag dat het soms lijkt alsof er geen morgen is.

Nee, dan België. Zelfde nonsens, andere toon. ‘Knaldrang’ (opgekropte zin om weer te feesten) won daar de WvhJ-verkiezing. Vorig jaar zegevierde ‘knuffelcontact’. Tuurlijk, ook daar is van alles mis, de wegen zijn er van biscuit en nee, Paulien Cornelisse, het zegt natuurlijk allemaal geen fluit, maar toch: wát een land.

Meer over