opinie

Plannen om lobbyen door ex-bewindslieden aan te pakken gaan niet ver genoeg

De voorstellen van minister Ollongren van Binnenlandse Zaken om het lobbyen door ex-bewindslieden tegen te gaan, zijn een voorzichtige eerste stap in de goede richting. Maar haar richtlijnen zijn boterzacht, stellen Serv Wiemers en Rosa Juffer.

Serv Wiemers en Rosa Juffer
Minister Kajsa Ollongren in de Tweede kamer met links Cora van Nieuwenhuizen, minister van Infrastructuur en Waterstaat, die een baan als lobbyist aanvaardde bij Energie-Nederland, de lobby-organisatie van de energiesector Beeld ANP
Minister Kajsa Ollongren in de Tweede kamer met links Cora van Nieuwenhuizen, minister van Infrastructuur en Waterstaat, die een baan als lobbyist aanvaardde bij Energie-Nederland, de lobby-organisatie van de energiesectorBeeld ANP

Vorige week maandag stuurde demissionair minister Ollongren van Binnenlandse Zaken een brief naar de Tweede Kamer inzake ‘Integriteitsbeleid gewezen bewindspersonen’. Een zucht van verlichting ging door democratisch Nederland. Eindelijk wordt de politieke draaideur – politici verlaten de politieke arena om er vervolgens als lobbyist weer terug te keren – aangepakt.

Dat is hoognodig om het maatschappelijk vertrouwen in de politiek terug te winnen. Denk aan de overstap van minister Cora van Nieuwenhuizen naar Energie-Nederland. Denk aan het onderzoek dat Open State Foundation samen met de Volkskrant deed waaruit bleek dat tussen 31 en 44 procent van de vertrokken politici in een lobby-functie terechtkomt. Denk aan de kritiek van de Raad van Europa (GRECO) dat Nederland niets heeft geregeld.

De brief van de minister poogt wel iets te regelen. De Volkskrant prijst die poging in het hoofdredactionele commentaar van 1 december onder het motto ‘beter laat dan nooit’. Maar bij nadere bestudering van de brief zeggen wij: ‘Beter goed dan dit.’ Want de maatregelen schieten te kort en leiden niet tot een nieuwe, open bestuurscultuur. Nederland gaat hiermee de voorhoede van integere landen niet halen.

Verbod

De minister stelt expliciet dat het ‘lobbyverbod’ geen verbod is op het aanvaarden van een bepaalde vervolgfunctie: ‘Een gewezen bewindspersoon mag dus wel in dienst treden van een lobbyorganisatie.’ Daarmee gaat het verbod dus alleen over het langsgaan (fysiek of elektronisch) bij het eigen departement (of aanpalende beleidsterreinen). Met andere woorden: Cora van Nieuwenhuizen mag nog steeds overstappen naar Energie-Nederland – als ze maar niet over de vloer komt bij de ministeries van I&W of EZK. Onze suggestie: Maak het niet schimmig en verbied een beroep als lobbyist op het eigen of aanpalende beleidsterrein.

Het ‘lobbyverbod’ krijgt bij Ollongren nog steeds geen goede juridische basis. Het stond in het Handboek bewindspersonen (het Blauwe Boekje) maar dat is geen harde regel. Bovendien staat daar dat de ambtenaren op het gewezen ministerie ( de secretaris-generaal uitgezonderd)niet met hun oud-bewindspersoon mogen praten; het is geen verplichting voor de gewezen bewindspersoon.

Oftewel: het lobbyverbod is een regel die gericht is aan ambtenaren, niet aan ex-bewindspersonen. De minister stelt in haar brief dat een verbod voor gewezen bewindspersonen wettelijk niet zou kunnen. Dat lijkt in tegenspraak met de juridisch dichte en afdwingbare concurrentie- en relatiebedingen in veel arbeidsovereenkomsten. Ook de leden van de Europese Commissie zijn na hun ambtsperiode gehouden aan dergelijke bepalingen. Onze suggestie: Leg een lobbyverbod reeds vast bij de aanstelling van een bewindspersoon.

Ingehuurd

Gewezen bewindspersonen mogen niet door hun voormalige ministerie worden ingehuurd voor betaalde, commerciële opdrachten (ook hier ligt de verplichting bij de ambtenaar; niet bij de ex-minister). Maar ze mogen wel plaatsnemen in adviescommissies of -colleges. Die kunnen ook betaald zijn. Zo komen oud-bewindspersonen alsnog bij het eigen en aanpalende ministeries over de vloer. Onze suggestie: Maak voor eens en altijd glashelder dat ex-bewindspersonen niet mogen worden ingehuurd, ook niet als adviseur.

Volgens de brief van Ollongren kan de hoogste ambtenaar op het departement, de secretaris-generaal, ontheffing van het lobbyverbod verlenen. Daarnaast kan een onafhankelijke commissie de secretaris-generaal hierover adviseren. Hiermee staat de topambtenaar boven dat adviescollege. Onze suggestie: geef enkel het adviescollege de macht om ontheffingen van het lobbyverbod te verlenen.

Ollongren meent ook dat een ex-bewindspersoon zelf aan het adviescollege moet vragen of een vervolgfunctie door de beugel kan. Daarbij verwijst ze naar de praktijk in Brussel. Maar die vergelijking gaat mank. De Europese Commissie laat zich namelijk wel adviseren door een college, maar velt uiteindelijk zelf een oordeel dat hard is en kan worden gehandhaafd voor het Europese Hof van Justitie. Onze suggestie: Volg het voorbeeld van de Europese Commissie helemaal en laat het kabinet – op basis van het oordeel van het adviescollege – een bindende uitspraak doen.

In Ierland is dit jaar de afkoelingsperiode wettelijk aangescherpt en riskeren ex-politici bij schending van het lobbyverbod een boete. Niet om (ex-)ministers te pesten, maar om aan te geven dat het niet vrijblijvend is. Maak de lobby-regels ook in Nederland hard.

Minister Ollongren heeft zich bij haar aanpak kennelijk niet gerealiseerd dat de tijd van boterzachte richtlijnen voorbij is. Het is hoog tijd voor heldere regels die lobby in het daglicht zetten en niet nog diffuser maken. Hopelijk kan het nieuwe kabinet op basis van bovenstaande punten werken aan een transparantere bestuurscultuur.

Serv Wiemers en Rosa Juffer zijn respectievelijk directeur en onderzoeker bij de Open State Foundation.

Meer over