CommentaarPeter Giesen

Pijnlijke breuk, maar ook nieuw begin

Boris Johnson en Ursula von der Leyen.  Beeld AP
Boris Johnson en Ursula von der Leyen.Beeld AP

Het Verenigd Koninkrijk pakt een symbolische winst, de Europese Unie heeft haar materiële belangen met succes verdedigd. Zo kan het handelsakkoord tussen het VK en de EU worden uitgelegd, als een typisch Brussels compromis dat in beide kampen als een overwinning kan verkocht.

Hoe dan ook is het een goede zaak dat de partijen op het laatste moment tot elkaar zijn gekomen. Het lag in de lijn der verwachtingen, omdat beide partijen een groot belang bij een overeenkomst hadden. Ongeveer de helft van de Britse export gaat naar de Europese Unie, terwijl Nederland en andere Europese landen grote economische belangen hebben in het VK. Daarnaast is een vriendschappelijke relatie van belang voor de samenwerking op tal van andere terreinen, zoals klimaat of contraterrorisme.

In symbolisch opzicht is het handelsakkoord een overwinning voor de brexiteers. Ze maken zich los van de Europese Unie. Op de van hem bekende wijze verkocht premier Boris Johnson zijn deal daarom als een geweldige zege op Europa. Het VK is weer soeverein, aldus Johnson.

Die soevereiniteit is echter grotendeels symbolisch. In ruil voor toegang tot de Europese markt heeft het VK beloofd zich te houden aan Europese normen, bijvoorbeeld op het gebied van milieu, arbeidsomstandigheden of staatssteun. Europa staat het VK daarbij een zekere marge toe, maar als de Britten te ver van de Europese normen afwijken, kan de EU alsnog tarieven en quota opleggen. Het ligt voor de hand dat Britse bedrijven de Europese normen zullen volgen omdat zij hun positie op de lucratieve interne markt niet willen verspelen. Met andere woorden: het ‘vrije’ en ‘onafhankelijke’ VK zal waarschijnlijk gewoon in de Europese pas blijven lopen, alleen kan het niet langer meepraten over Europese regels.

Daarnaast zal de bureaucratische rompslomp op allerlei terreinen toenemen. Voor burgers en bedrijven uit beide kampen wordt het moeilijker zich te vestigen of te investeren aan de overkant van het Kanaal. Volgens schattingen van de Britse regering zou het nationaal inkomen door de Brexit op termijn met 5 procent kunnen dalen. Het is afwachten hoe groot de schade uitpakt, maar de soevereiniteit zou wel eens duur betaald kunnen worden.

De Europese Unie had een heel ander uitgangspunt bij de onderhandelingen. Zij kon niet ‘winnen’: het vertrek van het VK is in alle opzichten een pijnlijk verlies. Wel kon de EU de schade beperken. Bovenal wilde zij oneerlijke concurrentie verhinderen van Britse bedrijven die goedkoper zouden kunnen produceren als zij zich niet aan de Europese normen hoefden te houden. Voorkomen moest worden dat de Britten niet de lasten, maar wel de lusten van de interne markt zouden dragen. Die opzet is in grote lijnen geslaagd.

Voor het VK en de EU is de scheiding ook een nieuw begin. De heldere constructie van de interne markt met zijn uniforme regels en vaste procedures wordt vervangen door een ingewikkelder systeem van afspraken en arbitrage. De praktijk zal moeten uitwijzen hoe dit systeem gaat werken. Handelsruzies zijn niet uitgesloten.

Premier Johnson zal zijn ‘Global Britain’ verder gestalte moeten geven. Het valt moeilijk in te zien wat het VK wint met een grotere afstand tot zijn belangrijkste handelspartner, maar in de Brexitsaga heeft de economische rationaliteit het altijd afgelegd tegen symboliek en zelfs de mystiek van een Engeland dat zijn innerlijke kracht pas zal hervinden als het verlost is van Europese bemoeienis.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Meer over