Petacchi en zomer van 2003

Een geheugen dat alleen berekend is op lange warme dagen.

In Milaan-San Remo speelde hij zaterdag geen rol van betekenis, maar zijn naam klonk eindelijk weer: Alessandro Petacchi.

Schitterende naam.

Alessandro Petacchi.

Als ik aan hem denk, komt de zomer van 2003 naar boven, zijn zomer. Hij won vijf etappes in de ronde van Spanje, zes etappes in de Giro en vier etappes in de Tour: de eerste, de derde, de vijfde en de zesde. Daarna begonnen de bergen en hield de sprinter, dat prachtige prijsdier, het voor gezien.

Wij waren in Frankrijk en ik volgde de Tour via de radio. Ooit moet de wielersport zijn ontstaan om de mensen door de zomer heen te helpen met lange verhalen over heroïsche gevechten op de flanken van reusachtige bergen die niemand kende, maar dankzij de televisie zijn we nu allemaal ooggetuigen. Alsof dat zo leuk is.

Maar goed.

In die zomer van 2003 volgde ik de Tour via een klein draagbaar radiootje. Je zou het een transistorradio kunnen noemen, maar dat was het niet. Er hoorde ook een stoel bij de radio, een bijzonder lullig klapstoeltje, wit en blauw gestreept, het goedkoopste stoeltje dat in de supermarkt voorradig was, maar het zat geweldig tot ik er op een dag doorheen zakte, ook helemaal zoals het hoort.

Urenlang naar opgewonden stemmen luisteren, je zou zeggen: daar wordt een mens niet rustig van. Maar het tegendeel bleek het geval, als ik de radio niet te hard zette. De stemmen moesten als het ware een soort omgevingsgeluid zijn, zoiets als het voortdurende concert van duizenden krekels. Ga je ernaar luisteren, dan word je gek. Dompel je jezelf erin onder en het is heerlijk.

Zo makkelijk is het trouwens nog niet, dat onderdompelen, want je moet wel goede ontvangst hebben. Naar de radio luisteren is een kunst op zich. De helft van de tijd zit je aan de knoppen en de antenne te draaien. Heb je eindelijk de perfecte ontvangst, blijkt dat niet meer het geval als je de radio op de koelbox zet en zit er niets anders op dan het apparaat maar vast te houden. Zo werd ik een man met een verhaal op schoot.

In diezelfde zomer reisden we naar Italië en in de buurt van Nîmes stopten we op een groot, vers aangelegd parkeerterrein. Alles was er net af, de prullenbakken zaten nog gedeeltelijk in hun verpakking en de boompjes gaven geen flard schaduw. Krekels waren er ook. We hadden de deuren van de auto nog niet open of daar diende zich een onzichtbare muur van gigantisch tjirpen aan, bijna angstaanjagend. Toch stapten we uit om te picknicken. Ach ja, vakantieherinneringen.

Een radiootje.

Papa’s stoel.

De Tour.

Petacchi.

Op het laatst wist zelfs l'Equipe niet meer wat ze met hem aan moesten en gaven ze hem maar een hele voorpagina. Zegevierend ging hij over de meet, een prachtige foto, een prachtige voorpagina.

De rode letters van de kop van de krant, de renner in het blauw, daaronder zijn naam in grote witte letters en verder niets. Met punaises hing ik die voorpagina op in de schuur. De laatste keer dat ik op ons erf in Frankrijk was, hing hij er nog.

De zomer van 2003; wat gebeurde er nog meer? Ik zou het kunnen uitzoeken, maar daar heb ik geen zin in. Ik herinner me lange, warme dagen. Ik herinner me altijd lange, warme dagen, ook als het een hele zomer heeft geregend. Ik heb een geheugen dat alleen berekend is op lange, warme dagen. Hoe dat komt, weet ik niet. Lange, warme dagen, en een verhaal op schoot, meer heb ik niet nodig.

Meer over