ColumnDanka Stuijver

Perverse productieprikkels verdwijnen niet met het verdwijnen van de vrijgevestigd medisch specialist

null Beeld

De vrijgevestigd medisch specialist moet in loondienst.’ Dat staat in veel politieke partijprogramma’s. Onder andere CDA, D66, GroenLinks en de PvdA denken dat met het verdwijnen van de vrijgevestigd specialist ook de ‘perverse productieprikkel’ uit de zorg verdwijnt. Een omstreden term waarmee wordt bedoeld dat artsen meer verdienen naarmate ze meer behandelingen doen. Door deze prikkel zouden vrijgevestigde specialisten, in tegenstelling tot specialisten in loondienst die een vast inkomen hebben, meer geneigd zijn om onnodige en onzinnige zorg te verlenen. En dat leidt tot onnodig hoge zorgkosten, zo stellen de politieke partijen.

De vrijgevestigd specialist wordt in feite vergeleken met een kapper. Meer knippen is meer omzet, dus knipt de kapper ook klanten die eigenlijk nog geen nieuwe knipbeurt nodig hebben. Was de kapper in loondienst geweest, dan had hij vast netjes geadviseerd over een maandje terug te komen. De partijen vergeten dat een kapper in loondienst ook gewoon geld moet verdienen voor zijn baas, volgens het principe van ‘de rokende schoorsteen’.

Het probleem is niet of specialisten vrijgevestigd of in loondienst zijn, het probleem is het bekostigingssysteem in de gezondheidszorg. Linksom of rechtsom blijft een zekere productieprikkel bestaan, hij verschuift alleen, of wordt indirecter. Een ‘zekere prikkel’, want sinds 2015 is geen sprake meer van een echte productieprikkel waarin meer consulten, operaties of opnames ook meer omzet betekenen. De zorgverzekeraar bepaalt het maximum aantal dat zij vergoeden (inkopen).

Een voorbeeld: de zorgverzekeraar tekent een contract waarin staat dat zij dat jaar 250 blindedarmoperaties vergoeden, dat is het ‘productieplafond’. Worden het er 300, dan worden de laatste 50 niet vergoed. Zijn het er maar 200, dan wordt het jaar erop minder zorg ingekocht door de zorgverzekeraar. Het behalen van het plafond is dus belangrijk en geeft een zekere prikkel. Stel nu dat chirurgen in loondienst na een half jaar nog maar 50 operaties hebben gedaan. Dan worden ze op het matje geroepen bij het ziekenhuisbestuur. Die zegt: ‘Jullie moeten meer opereren anders halen we het productieplafond niet.’ Dus daar is hij weer: de prikkel, óók bij specialisten in loondienst, alleen nu uit een andere hoek.

Eigenlijk is dit politieke voorstel een motie van wantrouwen naar medisch specialisten. Alsof zij zo door geld gedreven zijn dat zij het belang van henzelf boven dat van hun patiënten stellen. Daarmee doe je medisch specialisten tekort. Mensen die vaak tot hun 40ste een zware opleiding hebben gevolgd, zeer lange dagen en nachten maken en grote verantwoordelijkheden dragen. Hun eigen levensverwachting is, ondanks een hoge sociaaleconomische status, ondergemiddeld door het stressvolle bestaan dat zij leiden.

De overheid wil meer controle: dokters in loondienst zijn makkelijker te sturen, zo is waarschijnlijk de politieke gedachte. Maar dat strookt niet met de vaak genoemde zin in dezelfde verkiezingsprogramma’s: ‘zorgprofessionals moeten meer autonomie krijgen.’ Ook huisartsen, verloskundigen of fysiotherapeuten zijn zorgondernemers, dus waarom zouden medisch specialisten dat niet mogen zijn?

Uit cijfers van het CBS blijkt dat vrijgevestigd specialisten gemiddeld 179.000 euro per jaar verdienen. Specialisten in loondienst verdienen 165.000 euro. De salariskosten die worden bespaard zijn dus gering op het zorgbudget, terwijl het omzetten van alle specialisten van vrijgevestigd naar loondienst de samenleving naar verwachting 2 miljard euro gaat kosten (onder andere voor het afbetalen van de goodwill). En uiteindelijk wordt de door de medisch specialist geleverde zorg niet per se goedkoper, en was dat niet het doel?

Gezien de hoge werkdruk in ziekenhuizen, het overschot aan jonge specialisten, en de lange wachtlijsten bij diverse disciplines, zou het goed zijn voor zowel dokter als patiënt als er meer vaste banen komen. Of deze door loondienstconstructies ook gaan ontstaan, is de vraag. De gezondheidszorg mag namelijk niet verder groeien. Een maatschap kan, in theorie, makkelijker plaatsmaken voor een extra collega dan een vakgroep met specialisten in loondienst waarbij diverse lagen in het ziekenhuis akkoord moeten zijn met het aannemen van een extra kracht.

De perverse productieprikkel in de gezondheidszorg verdwijnt niet met het verdwijnen van de vrijgevestigd medisch specialist. De prikkel zit in de zorgfinanciering, niet ín de zorgprofessionals. En in de spelregels van de inkoopmarkt, de onoverbrugbare schotten tussen zorgverleners en strikt gescheiden budgetten. Laat de politieke partijen daar hun pijlen op richten en geef de zorgprofessionals ruimte, zeggenschap en vertrouwen.

Danka Stuijver is huisarts.

Meer over