ColumnThomas van der Meer

Patrick wil graag een relatie, daarom spreekt hij iedere vrouw aan die we tegenkomen

thomas van der meer artikel Beeld de volkskrant
thomas van der meer artikelBeeld de volkskrant
Thomas Van Der Meer

Aan de rand van het ggz-terrein staat het sanatorium, dat in 1932 werd geopend voor de opname van ruim honderd zenuwlijders. Voor een gesticht ziet het gebouw er best gezellig uit. Mooi metselwerk, glas-in-loodramen, erkers, aan de voorkant een balkon en aan de achterkant een serre. Er zit een overdreven groot dak op en dat doet het ’m: het geeft een gevoel van geborgenheid.

Het sanatorium heeft zijn vriendelijke uiterlijk niet alleen te danken aan de bouwstijl van de jaren dertig, maar ook aan de trends van toen in de geestelijke gezondheidszorg. De patiënten werden hier opgenomen met het idee dat ze rust, licht, buitenlucht en beweging nodig hadden, om daarna met hernieuwde krachten terug naar huis te gaan. Aan de achterkant van het gebouw kijken de ramen uit op een Japanse sierkers, die nu in bloei staat.

‘Moet je kijken’, zeg ik tegen Patrick (47), en ik wijs naar de boom.

Patrick kijkt een heel andere kant uit: zijn blik is gericht op een groepje mensen in sportkleding dat in de verte onze kant op komt. ‘Er is een vrouw bij’, zegt hij.

Patrick wil graag een relatie, daarom spreekt hij iedere vrouw aan die we tegenkomen. ‘Als ik een praatje maak, zou het iets kunnen worden.’ Op slechtere dagen zegt hij: ‘Die vrouw loopt daar speciaal voor mij’.

Seks

Het gaat hem niet om seks, want hij heeft het al eens gedaan. Twintig jaar geleden trok een seksueel ontremde medepatiënt hem mee naar haar bed en dat vond hij best interessant. ‘Ik dacht, nu zal hij er wel ingaan. Hij ging er inderdaad in.’ Het was Patricks eerste en laatste keer. ‘Ik heb het gedaan, dus ik weet hoe het is. Het heeft niet zo veel zin om het nog een keer te doen.’ Hij wil een relatie om aan de sleur van de kliniek te ontsnappen. ‘Elke dag is hier hetzelfde.’

Hij is te ongeduldig om te wachten tot het gezelschap op gespreksafstand is en begint alvast te roepen. ‘Hallo, mevrouw! Goedemorgen! Goedemorgen, mevrouw!’

Het sportclubje nadert ons aarzelend en bekijkt Patrick met een bezorgde blik. Patrick draagt een zwarte capuchon en een zonnebril – die had hij vanmorgen ook al op, toen ik hem uit bed trommelde voor zijn medicatie – en de onderste helft van zijn gezicht zit verborgen achter een dikke blonde baard. Ik weet eigenlijk ook niet hoe Patrick eruitziet.

‘Ik rijd geen auto’, zegt hij tegen de vrouw. ‘Jij wel?’

‘Ja’, zegt ze.

‘Rijdt je vriend ook auto?’

‘Ja, mijn vriend rijdt ook auto.’

Patrick stelt nog een paar vragen – hij wil weten wat haar favoriete vakantieland is en of ze graag muziek luistert uit de jaren negentig – en dan breit ze er een eind aan. ‘Wij gaan verder, hoor’, zegt ze, en ze glimlacht naar Patrick. ‘We moeten nog hardlopen.’

We wandelen verder. ‘Aardige vrouw’, zegt hij. ‘Jammer dat ze al een vriend heeft.’

Vrouwen

Vrouwen reageren goed op Patrick. Ze weten hem op afstand te houden zonder dat hij zich afgewezen voelt of het idee krijgt dat ze hem raar vinden. Dat komt doordat vrouwen daarin zijn getraind. Als vrouw moet je dat kunnen, omdat je anders de hele tijd in de problemen komt. Dat weet iedereen die eruitziet als een vrouw of er ooit heeft uitgezien als een vrouw.

Lily Allen zingt in Knock ’Em Out over een vrouw, of eigenlijk over alle vrouwen, die in de kroeg wordt aangesproken door een man en wanhopig probeert te bedenken hoe ze in godsnaam weer van hem afkomt. Aan het eind van het nummer begint ze lukraak smoesjes te roepen: ‘I’ve got to go, my house is on fire. I’ve got herpes. No, syphilis. Aids, aids. I’ve got aids.’

‘Maar kijk nou eens naar die boom’, zeg ik tegen Patrick.

‘O, ja. Ja, mooi.’

De Japanse sierkers hoorde bij de missie van het sanatorium. Negentig jaar geleden hadden ze hem geplant met de gedachte: fleurig uitzicht voor de zenuwlijders. Inmiddels bestaan zenuwlijders als patiëntencategorie niet meer en staat het sanatorium al jaren leeg, maar de boom is mooier dan ooit: hoog, breed en bomvol dikke trossen lichtroze bloesem.

Thomas van der Meer is schrijver en werkt in een psychiatrische kliniek. Hij schrijft om de week een wisselcolumn met Arie Elshout. De namen in deze column zijn gefingeerd en sommige details zijn aangepast.

Meer over