ColumnAaf Brandt Corstius

Overal zagen we ouders van onze basisschool krankzinnig van vreugde door de buurt lopen

null Beeld

Van de vier miljard dagen dat ik mijn kinderen thuisonderwijs had gegeven, was afgelopen maandag de moeilijkste. Ze zouden maandag terug naar school gaan. Dat stond met hoofdletters in de lege agenda, de schoolboeken zaten al in tassen om mee terug te nemen, het pagina’s lange protocol had ik min of meer tot me genomen. En toen kwam er nog een dag thuiszitten bij. Want maandag lag er sneeuw.

Deze column liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Dinsdag gingen de schoolpoorten uiteindelijk toch open, dus deden mijn man en ik en alle andere ouders uit de buurt wat je doet als je al sinds december staartdelingen en dictees zit te maken terwijl je zelf ook nog een baan schijnt te hebben: we renden als ontsnapte dierentuindieren de straten op, even kinderloos. We gingen ons te buiten aan de twee dingen die je nog kunt doen om het leven uitbundig te vieren: we haalden een kop koffie en we gingen wandelen.

En hoe. Overal zagen we ouders van onze basisschool, dik ingepakt, met bekers koffie, ronduit krankzinnig van vreugde door de buurt lopen. Ze wandelden in groepjes, of ze wandelden alleen en haalden gewoon eens even bewust adem, of ze wandelden met hun eigen man of vrouw, die ineens een leuk mens bleek te zijn in plaats van een nurkse collega met wie ze een uitputtende duobaan in het onderwijs hadden.

‘HOI HOI HOI HOI HOI HOI HOI!’, riep ik steeds als ik andere ouders van school op straat trof. ‘Ze zijn opgetieft!’, riep iemand die ik niet nader bij naam zal noemen. ‘Het is net... wintersport!’, gilde een vader die met zijn vrouw, matchende mutsen op, door het zonovergoten park glibberde. Wij maakten foto’s van hen. Zij maakten foto’s van ons.

Met sommige ouders hoefden we niet eens te kletsen om te zien hoe goed het met ze ging. We passeerden elkaar en grijnsden kort en uitzinnig. We waren als motorrijders met hetzelfde merk motor die langs elkaar scheurden op een prachtige regionale weg: we wisten allebei precies hoe goed dit voelde.

Vroeger voelde ik me schuldig als ik blij was dat de kinderen even mocht afgeven bij crèche of school. Dat schuldgevoel had ik nu niet. Ik had ze vanaf 4 december elke dag lesgegeven, geamuseerd en van hun schermpjes afgehouden, meestal allemaal tegelijk. Ik mocht nu even blij zijn.

‘Als er eentje corona krijgt, moet de hele klas naar huis, hè?’, zei een moeder die we troffen op de stoep. Ja. We wisten het allemaal. Maar vandaag leefden we er op los. Misschien ging ik straks wel de was opvouwen. Of e-mails beantwoorden zonder dat ik ondertussen een kubieke meter moest omrekenen naar kubieke decimeters. De wereld lag aan mijn voeten, tot 3 uur ’s middags.

Meer over