Ingezonden brieven

Over waardering voor de corona-aanpak, het nieuwe onderwijsgeluid, taalregels en cosmetische chirurgie

De ingezonden lezersbrieven van zaterdag 17 april.

Premier Mark Rutte valt minister Hugo de Jonge bij na een vraag van een journalist tijdens de persconferentie over corona.  Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
Premier Mark Rutte valt minister Hugo de Jonge bij na een vraag van een journalist tijdens de persconferentie over corona.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Brief van de dag: Met waardering zal worden teruggekeken op de corona-aanpak

De Tweede Kamer is, in een voor het ­publiek te volgen hoorzitting, door de GGD GHOR, RIVM en de Gezondheidsraad ­wederom grondig geïnformeerd over de ontwikkelingen van de covid-19-pandemie en de maatregelen die in Nederland worden gehanteerd. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat er over het geheel genomen in Nederland een behoorlijk effectief en goed georganiseerde aanpak is gekozen en dat ook de uitrol, gebaseerd op risicoafwegingen en doelgroepen, alleszins behoorlijk en zo u wilt rechtvaardig verloopt.

Toch zien we al weken bijna elke avond op televisie, dagelijks in de kranten en continu via de sociale media, volop aandacht voor teleurgestelde en gefrustreerde mensen met een eigen opvatting, vaak met een hoge mate van gebrek aan deskundigheid. Hierdoor ontstaat het generieke beeld dat de plannen niet deugen en de uitvoering chaotisch ­verloopt.

Hieraan doen de vaak onmachtig aanvoelende persconferenties door leden van het kabinet niets af. Het resultaat is dat grote groepen in de samenleving ­ontevreden zijn en zij een gevoel van ­onmacht en frustratie ervaren.

Wanneer we, samen met bijna alle landen in de wereld, er in slagen een pandemie met een omvang en een impact zoals deze te beteugelen, dan zou er, ondanks de beperkingen en negatieve gevolgen voor velen, toch wat meer tevredenheid, waardering en respect mogen zijn. Ik vermoed en hoop dat in 2030 met waardering wordt teruggekeken op de aanpak zoals wij deze vandaag ervaren.

Wanneer ik vanuit deze invalshoek de berichten bekijk wordt mijn humeur en mijn uithoudingsvermogen, en hopelijk met mij dat van velen, er aanmerkelijk beter door. Dank aan hen die zich hiertoe inzetten.

Ed Bielefeld, Pijnacker

Onderwijs

In zijn goedbedoelde pogingen om het Nederlandse onderwijs weer op een aanvaardbaar peil te krijgen, adviseert de Onderwijsraad om het keuzemoment voor schoolniveaus enkele jaren uit te stellen. De raad schaart zich zo in een hele reeks aan experts die soortgelijke voorstellen doen. Daarbij wordt echter vrij structureel voorbijgegaan aan een grote groep leerlingen: de leerlingen voor wie het (vaak al ver vóór groep acht) duidelijk is dat ze heel veel meer uitdaging nodig hebben.

Gymnasia, zeker categorale, hebben ruime ervaring met deze leerlingen, die niet zelden bij aankomst op de middelbare school voor het eerst ervaren hoe het is om op het eigen niveau te leren, samen met anderen die daar net als zij plezier aan beleven. Ook ouders zijn vaak opgelucht als ze hun kind eindelijk zijn of haar plek zien vinden.

Als scholen en maatschappij moeten we er zorg voor dragen dat scholen die onderwijs aan de slimste kinderen aanbieden, beschikbaar zijn voor alle kinderen in het land die daar behoefte aan hebben: ook daar ligt een belangrijke taak. Leerlingen die langer de tijd nodig hebben om te kiezen, moeten daar ­allicht toe in staat worden gesteld.

Wie dat echter wil doen door de brede brugklas als algemeen ideaal te propageren, ontzegt duizenden kinderen per jaar het recht om te doen waar zij vaak al jaren naar snakken: leren.

Maurits Lesmeister, Amsterdam

Onderwijs (2)

Een nieuwe lente een nieuw onderwijsgeluid. Mijn krant staat er bol van. Wat een gedoe. Als het goed is is ‘de middelbare’ al één lange brugklas toch? Je wordt toch als leerling op grond van je rapport op het eind van het schooljaar al naar een hoger of lager niveau verplaatst. Er is toch al jaren gepersonaliseerd onderwijs? De infrastructuur ligt dus al klaar.

Nou ja goed. Alleen als de grootte van de klas of het rooster het toelaat. Alleen als er genoeg leraren zijn. Nodig is dus het scheppen van de voorwaarden: kleine klassen, beter geschoolde leraren, overzichtelijke onderwijsdoelen.

Zo simpel kan het zijn. Maar ik ben niet de eerste die dat meldt.

Elly van den Boom, Den Haag

Onderwijs (3)

Zolang ik in het onderwijs zit, van leerling vroeger tot leraar nu, is er al sprake van onderwijsvernieuwing. Vaak prachtige ideeën van de aan de wal staande stuurlieden.

Nu weer zo’n aardig idee, een driejarige brugklas. Dan kunnen de leerlingen nog later hun soms verborgen talenten tonen en worden ze daarna alsnog in het voor hen gemiddelde ­niveau gestopt.

Nu is het bijzondere aan de meeste leerlingen dat ze talenten hebben die onvoldoende kansen krijgen. Een ster in wiskunde, maar met Engels wil het niet lukken. Geschiedenis een 9 maar natuurkunde gaat hem niet worden.

Ik zou willen pleiten voor klassen op niveau waarbij ook de docent de kans krijgt in de ene klas de ‘Willie Wortels’ te bedienen en uit te dagen terwijl een andere klas het basisniveau wordt bijgebracht. Laat vervolgens de leerlingen op verschillende niveaus examen doen. Leerling gemotiveerder, docent gemotiveerder, iedereen blij.

Niek Barkmeijer, Docent aardrijkskunde, Emmen

Taalregels

Het taalgebruik van studenten op de universiteit van Hull wordt niet langer gecorrigeerd, omdat deze instelling een inclusieve leeromgeving wil nastreven. Terecht hekelt columnist Bert Wagendorp dit beleid, dat hij typeert als een stap richting ‘het paradijs van de broederlijke domheid’.

Het roept alleen wel de vraag of hoe we met taalvaardigheidseisen omgaan in Nederland. Corrigeren wij dan wel consequent studenten wanneer ze verkeerd spellen, grammaticale fouten maken of verkeerde interpunctie gebruiken? Het ontnuchterende antwoord luidt: nee. Ten eerste hebben ­docenten eenvoudigweg niet de tijd om elk schrijfproduct van grondig commentaar te voorzien, omdat er te weinig docenten zijn voor het groeiend aantal studenten.

Ten tweede vindt een aanzienlijk deel van het onderwijs plaats in een vreemde taal: het Engels. Het overdragen van vakinhoudelijke kennis staat daarbij voorop, taalfouten nemen we voor lief. Zelf houd ik het meestal bij algemene opmerkingen, zoals ‘stroef Engels’ of ‘laat je Engels even nakijken’. Ik acht mezelf alleen bevoegd om het Nederlands van studenten te corrigeren. Investeren in structureel taalvaardigheidsonderwijs is een noodzakelijke voorwaarde om de kwaliteit van het hoger onderwijs op peil te houden. Pas als we ons eigen taalbeleid op orde hebben, mogen we een lange neus maken naar de universiteitsbestuurders aan de overkant van het kanaal.

Lotte Jensen, Hoogleraar Nederlandse literatuur- en cultuurgeschiedenis, Nijmegen

Mutanten

Na het lezen van Bert Wagendorps ­column over de nieuwe taalregels, ­liever gezegd het loslaten van alle taalregels op de universiteit van Hull, realiseer ik me … (nee, te moeilijk), besef ik … (nee, al bijna dood), besef ik me (springlevend) eens te meer dat taal een levend virus is, constant aan mutaties onderhevig.

Marie Boschman, Utrecht

Vaccinatie sporters

Terecht wordt Peter de Waard regelmatig op het schild gehesen vanwege zijn prachtige bijdragen in de Volkskrant, maar ditmaal ben ik het volstrekt oneens met de vraagtekens die hij zet bij de olympische sporters die voorrang moeten krijgen bij de vaccinatie.

Natuurlijk moeten zij de prik krijgen. Wij zijn een land van ranglijstjes en het Oranjegevoel heeft de laatste tijd een enorme knauw gekregen als wij naar ­allerlei coronalijstjes keken. Steeds bungelden wij onderaan. Maar als we de prognoses van Gracenote mogen geloven zijn wij goed voor 46 olympische medailles, goed voor een vijfde plaats op de medaillespiegel.

Dit allemaal dankzij die prachtige ­Nederlandse olympiagangers die ons eindelijk weer eens laten zwelgen in het ultieme calimerogevoel.

Piet Post, Arnhem

Vaccinatie sporters (2)

Op de radio hoorde ik Maurits ­Hendriks, technisch directeur van NOC*NSF, zeggen dat een olympisch sporter die in Japan positief zou testen op corona de sportieve droom in rook op zou zien gaan. Dus krijgt die sporter het Pfizer-vaccin dat mijn zieke vader ook had kunnen krijgen. Nu zie ik misschien over een tijdje mijn vader in rook op gaan. Door de schoorsteen van het crematorium. Beste sporters: neem het vaccin en veel plezier in Japan. Maar alsjeblieft: kom nooit, nooit, nooit meer terug naar Nederland.

Gerrit Bloemendal, Den Ham

Rechterlijke macht

Wij westerlingen schreeuwen moord en brand als in Oost-Europese landen als Hongarije en Polen wetten worden doorgevoerd, waarbij rechters kunnen worden ontslagen als ze kritiek hebben op juridische hervormingen van de ­regering of zich uitspreken over politieke zaken. Terecht, want de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht wordt hierdoor bedreigd.

Ik vraag me echter af of Joe Biden zich niet aan hetzelfde vergrijp schuldig maakt, nu hij overweegt te gaan ‘sleutelen’ aan de samenstelling van het Hooggerechtshof, omdat daar conservatieve rechters in de meerderheid zijn die dreigen de voorgenomen hervormingen van de Amerikaanse president te torpederen (Ten eerste, 16 april).

Ook Biden brengt op deze manier de onafhankelijkheid van de rechtspraak in Amerika in gevaar. De Founding Fathers, de grondleggers van de Amerikaanse constitutie waarin de scheiding van machten werd vastgelegd, zullen zich in hun graf omdraaien als ze horen hoe er ruim 200 jaar later in eigen land aan hun nalatenschap wordt gesleuteld.

Albert Kort, Kapelle

Cosmetische chirurgie

Dat beeldbellen aanleiding kan geven tot cosmetische chirurgie, daar kan ik me wel iets bij voorstellen. Het is fascinerend hoe sterk te drang is om jezelf vanuit een ooghoek te observeren, als je in beeld bent. Maar er is een goedkopere oplossing: ‘self-view’ uitschakelen en gewoon naar je gesprekspartners ­kijken. Dat lijkt meer op een normaal gesprek en de onderkin van een ander is ook nog eens beter te verdragen dan die van jezelf.

Esther Postema, Amersfoort

Meer over