Columnheleen mees

Over twee winters is de ruimte om inkomens-politiek te bedrijven via de belastingen helemaal verdwenen

null Beeld
Heleen Mees

Terwijl de regeringsleiders in Glasgow proberen om een nieuw klimaatakkoord te bereiken, onderhandelen VVD, D66, CDA en CU over een nieuw regeerakkoord. Over wat er vorige week is besproken in villa De Zwaluwenberg is niets naar buiten gekomen. Een goed teken, aldus de formatiewatcher van deze krant Avinash Bhikhie. ‘Zolang je niks hoort, gaat het goed’.

De status van de proeve van een regeerakkoord die VVD-leider Mark Rutte en D66- voorvrouw Sigrid Kaag deze zomer samen schreven, is ongewis. D66 heeft het document met de niet onpretentieuze titel ‘Onze belofte voor Nederland’ op haar website geplaatst met in vette letters: ‘Dit document is voor ons belangrijk.’ Rutte daarentegen noemde de proeve slechts een ‘oefening’.

Toch ligt het voor de hand dat het document het uitgangspunt vormt voor de formatiebesprekingen. Zoals chef Haagse redactie Raoul du Pré eerder schreef, als Rutte dit kabinet echt wil, kan hij Kaag in de formatie geen tweede slag laten verliezen. Volgens de proeve moet het nieuwe kabinet inzetten op een klimaatneutraal en fossielvrij Nederland in 2050 en tegelijkertijd ervoor zorgen dat de klimaattransitie voor huishoudens betaalbaar blijft.

Het probleem is dat een CO2-belasting regressief is – de zwaarste lasten komen op de smalste schouders terecht. Toen de Franse president Macron aan het begin van zijn presidentschap een ambitieuze brandstofbelasting afkondigde, leidde dit tot een ware volksopstand. Na maanden van gewelddadige protesten van de gele hesjes zag Macron zich gedwongen de brandstofbelasting in te trekken en een groot nationaal debat te organiseren.

Volgens Frans Timmermans, die de EU-delegatie in Glasgow leidt, kan slechts een vijfde van de huidige stijging van de energieprijzen aan de kosten van CO2 worden toegeschreven. Dat klopt wellicht in technische zin. Maar veel landen hebben zich gecommitteerd aan het verminderen van de CO2-uitstoot en de meest vervuilende brandstoffen als steenkool verbannen nog voordat er voldoende alternatieve energiebronnen zijn, zoals wind, zon en waterkracht.

Bovendien hebben de afgelopen weken laten zien dat natuurlijke energiebronnen vooral grillige energiebronnen zijn. Eind september waren de aardgasvoorraden in Europese opslagfaciliteiten op een historisch laag niveau doordat het nauwelijks had gewaaid en de windturbines als gevolg daarvan te weinig elektriciteit hadden geproduceerd. Toen het in de tweede helft van oktober flink ging waaien, daalden de gasprijzen prompt.

Zolang er onvoldoende duurzame energiebronnen voorhanden zijn, is de EU voor de gastoevoer grotendeels afhankelijk van Rusland en dus overgeleverd aan de grillen van de Russische president Poetin. Die had Gazprom opdracht kunnen geven om de gasleveranties aan de EU op te schroeven voordat de prijzen de pan uit rezen, maar deed dat niet. Timmermans bravoure ten spijt, moet ook hij rekening houden met een populistische revolte tegen zijn Green Deal als grote groepen mensen deze winter in de kou komen te zitten omdat ze de energierekening niet kunnen betalen.

Het demissionaire kabinet wil het duidelijk niet zover laten komen. Toen vorige maand duidelijk werd dat de energierekening voor huishoudens door de stijgende energieprijzen volgend jaar gemiddeld 900 euro hoger zou kunnen uitvallen, was het kabinet er als de kippen bij om huishoudens en bedrijven tegemoet te komen door de tarieven van de energiebelasting te verlagen.

Volgens Bas Jacobs, hoogleraar aan de Erasmus Universiteit, had het kabinet de lage inkomens beter kunnen compenseren door de tarieven voor de loon- en inkomstenbelasting te verlagen, want dat vermindert de prikkel om energie te besparen niet. Het kabinet had er ook voor kunnen kiezen om de heffingskortingen of de toeslagen te verhogen om de lage inkomensgroepen te bereiken, aldus Jacobs.

Maar Jacobs weet ook dat een verlaging van het tarief in de eerste belastingschijf een dure maatregel is en dat er voor het voeren van specifiek inkomensbeleid aan de onderkant vrijwel geen ruimte meer is. Terwijl de belasting- en premiedruk op minimumloonniveau in 2013 nog bijna 25 procent bedroeg, bedraagt die in 2021 nauwelijks 5 procent. Over twee winters is de ruimte om inkomenspolitiek te bedrijven via de belastingen helemaal verdwenen.

Behalve over een ambitieus klimaatbeleid moet het nieuw te vormen kabinet daarom ook afspraken maken over een ambitieuze herziening van de loon- en inkomstenbelasting. Jammer genoeg zegt de proeve van een regeerakkoord daarover helemaal niets.

Meer over