ColumnHaro Kraak

Over het klimaat kan niet genoeg worden gedramd, maar liefst wel op systeemniveau

null Beeld
Beeld

In de appgroep ging het dinsdagochtend over klimaatoorlog, oncontroleerbare vluchtelingenstromen en de vraag of je het kinderen nog aan kunt doen ze op deze aarde te zetten. Het doemdenken, opgewekt door het IPCC-rapport, werd afgewisseld met sarcasme. Hadden we eigenlijk wifi als de stad overstroomt?

Wij zijn dertigers, van de generatie die altijd wel wist dat klimaatverandering eraan kwam, maar zich er betrekkelijk lang betrekkelijk weinig over opwond – noem het machteloosheid, of gemak. Tot een jaar of vijf geleden, toen vrijwel iedereen in mijn bubbel minder vlees ging eten en andere duurzame keuzen begon te maken. Het zal de leeftijd zijn en de bevoorrechte positie, maar vlak de staat van de wereld ook niet uit.

Drammers, zou je ons nu kunnen noemen. Dat is het geliefde woord waarmee VVD’ers aan de ene kant de mensen die ze lastig vinden wegzetten, en aan de andere kant de mensen die moe worden van een opgelegd schuldgevoel paaien. Drammen is nooit een slim idee, zei Dilan Yesilgöz-Zegerius maandag nog. ‘Heb ik m’n neefje van 4 laatst ook weer uitgelegd toen hij een tweede ijsje wilde.’

Dit is het infantiele niveau waarop een demissionair staatssecretaris van Klimaat en Energie over de strijd voor een leefbare planeet praat. Terwijl: drammen is de basis van verandering. Alle groepen die ooit een maatschappelijke verschuiving of omslag in het denken hebben veroorzaakt bestaan uit drammers. Zonder drammen had de VVD nu nog steeds niet de menselijke invloed op het klimaat erkend.

Politiek ís drammen. Thierry Baudet dramt over de ramp van omvolking die op ons afstevent, Jesse Klaver dramt over de ramp die ons wacht als we niets doen aan klimaatverandering. Het verschil is dat het ene een kwaadaardige leugen is die inspeelt op de echte zorgen van gewone mensen en het andere een reëel vooruitzicht, zo complex dat het vijftig jaar lang kon worden ontkend en nauwelijks tastbaar werd voor velen.

Decennia hebben we, ondanks de drammers, afgewacht. En nu we de gevolgen om ons heen zien, vinden sommigen alsnog dat het rapport te alarmistisch is. Wat duizenden wetenschappers na een doorwrocht proces presenteren, wantrouwt Omroep Max-baas Jan Slagter, kon je dinsdag op NPO Radio 1 horen. Liever gelooft hij een paar commentatoren met belangen die in De Telegraaf binnen een dag schieten op een samenvatting van het rapport.

De kritiek kwam neer op: van de vijf geschetste scenario’s is er te veel aandacht voor het slechtst denkbare geval, dat de aarde 5 graden warmer wordt in 2100 als de uitstoot onverminderd doorgaat. Het woord ‘scenario’ en het feit dat het er vijf zijn, zegt al genoeg: de meeste komen niet uit. Nee, de uitstoot zal waarschijnlijk niet onverminderd doorgaan. Maar ja, we moeten er alles aan doen om in een gunstiger scenario te belanden.

Er kan niet genoeg worden gedramd, maar liefst wel op systeemniveau. Hoe aanstekelijk al die duurzame keuzen ook werken in de eigen kring, mijn naïeve soortgenoten en ik concluderen elk jaar tot onze verbazing en teleurstelling dat de wereld anders is buiten het vliesje van de zeepbel: afgezien van wat coronafluctuaties wordt er nog niet minder vlees gegeten of gevlogen.

Ik wil niet cynisch zijn over de menselijke aard, maar ik ben ervan overtuigd dat, hoeveel schaamte we elkaar ook opleggen, er weinig verandert als er nog kiloknallers in de supermarkt liggen, je voor een paar tientjes Europa rondvliegt en zonder bezorgkosten bluetooth-oortjes uit China kunt bestellen. Zeker de Nederlander vindt het idee niet te verkroppen dat een ander zich uitleeft, terwijl hij zich beheerst.

We hebben bovendien geen tijd voor een geleidelijke omslag in consumptie die zich over tientallen jaren zou voltrekken. We hebben rigoureus ingrijpen nodig, van bovenaf. Lees vooral het werk van Roxane van Iperen en Jaap Tielbeke, die dit punt eerder en uitgebreider maakten.

Laten we ons gedram richten op het grootkapitaal en het systeem, niet op elkaar. Dram over subsidies voor vlees en landbouw, over de verwevenheid van de fossiele industrie met pensioenfondsen, over bedrijven die goede sier maken met vage duurzaamheids-pr terwijl ze blijven vervuilen, over het belastingvoordeel op kerosine, over het kabinet dat zich niet houdt aan de Urgenda-uitspraak, desnoods over de stuurloze energietransitie.

Alleen zo komen we af van het afgrijselijke spelletje waarbij we de ander voortdurend op hypocrisie willen betrappen. Zoals rechtse figuren die soms niet eens geloven in klimaatverandering, maar wel linkse mensen proberen te pakken met hun eigen argumenten. Kijk, een groene columnist die een vliegtuig pakt! Moet je zien, klimaatmarskinders die een hamburger eten!

Zo komen we ook af van de neiging om de lagere klassen hun vervuilende koopgedrag te verwijten, terwijl die zich de dure duurzame opties vaak niet kunnen veroorloven. Laat staan dat ze de ruimte in een stressvol hoofd hebben om over hun ecologische voetafdruk na te denken. Bespaar ons dus de zoveelste foto van de rij bij de Primark.

Een van de conclusies uit het rapport die vrolijk mogen stemmen is dat de opwarming van de aarde nagenoeg lineair loopt aan de uitstoot; we kunnen nog draaien aan de knoppen. De coronacrisis laat zien dat flink ingrijpen kan – bij hoge nood. In een aantal landen is een klimaatnoodtoestand uitgeroepen. In Nederland niet. Bang dat we meer doen dan de anderen hoeven we nog lang niet te zijn.

Meer over