Columnmax pam

Over de Dynastie der Pannekoeken

Max Pam  Beeld
Max Pam
Max Pam

De laatste jaren heb ik zonder enige spijt de meeste oudejaarsconferences overgeslagen, maar dit keer zal ik met speciale aandacht kijken naar Peter Pannekoek. Dat komt omdat ik een zwak heb voor wat ik maar de Dynastie der Pannekoeken noem. Pannekoek – de naam gespeld volgens de regels van de pre-tijd, toen een idioot van de spellingcommissie nog niet op het idee was gekomen er een tussen-n bij te frommelen.

De eerste Pannekoek van wie ik kennisnam, heette Johannes Henricus Pannekoek, geboren op 5 mei 1905 in Batavia. In Nederland studeerde hij niet alleen af als medicus, maar ontwikkelde hij zich ook tot een sterk schaker, die de degens kruiste met Max Euwe en andere topspelers. Omdat een medicus destijds niet geacht werd zich over te geven aan zo’n winderig bedrijf als schaken, speelde hij vaak onder de pseudoniemen Oliphant of Jumbo. Beroemd is de anekdote dat zijn tegenstander Loman de klok stilzette en meer dan een half uur van het bord verdween. Een omstander maakte Pannekoek erop attent dat Loman met een zakschaakspelletje de partij op de wc zat te analyseren, een blijk van onsportiviteit die Pannekoek zo aangreep dat hij zijn gewonnen stelling alsnog verknoeide.

Johannes Henricus Pannekoek stierf in 1996 op 91-jarige leeftijd. Hij was de oom van televisieregisseur Jop Pannekoek, zelf ook een enthousiast schaker. Jop kende ik goed, want wij bewoonden samen een groot huis – Jop boven, ik beneden. Elke dag kwamen we bij elkaar over de vloer, we aten samen, maakten samen muziek en werkten soms samen. Het was de vrolijkste tijd uit mijn leven. Jop speelde piano en (een beetje) gitaar. Op bezoek bij hun regisseur kwamen Freek, Kees en Wim, Paul van Vliet en vele andere artiesten langs, en klonk er altijd muziek uit onze ramen. Zelfs Drs P. stond met een sigaar voor de deur. Er werd regelmatig voorgespeeld en een paar maal heb ik de geboorte van een gouden plaat gehoord.

Wij hadden altijd aanloop, soms ook van actrices en artiesten. Gunstige omstandigheid daarbij was dat ons huis naast een brandweerkazerne stond. Als wij niet thuis waren, werd het bezoek aldaar opgevangen, en ik heb het meegemaakt dat een zanggroepje met de brandweermannen zat te klaverjassen. Ook hielp de brandweer graag met een ladder om bij onze afwezigheid toch naar binnen te klimmen, zodat Jop en ik bij thuiskomst nooit zonder gezelschap zaten. Er is in die tijd veel gelachen. Zelfs Renate Rubinstein heeft bij ons op vloer staan te swingen, en ik vertel u dat zulks een enorme bezienswaardigheid was. Ik weet wel zeker dat het Jops liefste wens is geweest zelf cabaretier te worden. Zo is hij ook begonnen, maar het liep allemaal anders. Daarom is het extra jammer dat hij niet kan meemaken hoe zijn zoon Peter Pannekoek het er vrijdag van afbrengt in de oudejaarsavondconference.

Jop is lang in dat huis blijven wonen, maar op een gegeven moment ben ik vertrokken. Hoewel het contact sindsdien minder werd, ben ik hem nooit helemaal uit het oog verloren. Jaren later vertelde hij mij ineens dat hij in een klein Amsterdams steegje woonde, in afwachting van de dood helaas, want hij had slokdarmkanker. Hij stierf op 60-jarige leeftijd, tamelijk onopgemerkt, zeker wanneer je in aanmerking neemt met wie hij allemaal heeft samengewerkt. Een maand later werden bij mij twee grote dozen bezorgd. Daarin zat al het ruwe materiaal van de programma’s die Jop en ik samen hadden gemaakt. Dat had hij vlak voor zijn dood voor mij verzameld.

Jop was een zachtmoedig mens, vermoedelijk dat al die grote ego’s daarom zo graag met hem werkten. Soms denk ik dat hij te veel over zich heen heeft laten lopen. In tijden van depressie reed hij in zijn Saab naar zijn oom om te schaken en vertelde daar geestdriftig over. Ik herinner mij dat ik Jop op straat tegenkwam en dat hij mij aan zijn nieuwe vrouw voorstelde: Kathleen Warners, hoofd amusement bij de Vara. Of ze ooit getrouwd zijn weet ik niet, maar plotseling hadden ze een zoon, overigens Jops tweede zoon.

Hun verhouding hield geen stand, maar wel woonden zij enige tijd in Hilversum, hoofdstad van het Hollands amusement. Ik ging ook een keer bij ze op bezoek. Door de tuin fietste driftig een dreumes op een driewielertje, die Peter heette en nog niet wist dat hij later de oudejaarsavondconference zou gaan doen.

In mijn jonge jaren klonk Wim Kan op Oudjaar uit de radio als de stem van God. Overmorgen zal ik mij meer dan ooit realiseren dat de raadselachtige tijd langzaam voorbijglijdt, zonder dat je het eigenlijk in de gaten hebt.

Peter Pannekoek zet hem op!

Meer over