OpinieSociologische verklaringen

Opinie: Wie coronarellen wil verklaren, moet oog hebben voor maatschappelijke ongelijkheid

Premier Rutte doet smalend over sociologische verklaringen voor de rellen, maar als historicus zou hij zijn eigen plek in de tijd toch moeten kennen, betoogt Herman van de Werfhorst.

Rellen in Rotterdam.

 Beeld
Rellen in Rotterdam.

De coronacrisis groeit ook minister-president Mark Rutte boven het hoofd. Voor de zoveelste keer zegt hij dat we geen sociologische verklaringen moeten zoeken voor het criminele gedrag van de raddraaiers van de avondklok. Los van het voor politici altijd lastige onderscheid tussen verklaringen en rechtvaardigingen, slaat de premier hier de plank volledig mis.

Misschien moeten we voor de verspreiding van het virus vooral te rade gaan bij virologen en epidemiologen, maar om de maatschappelijke onrusten tijdens de pandemie te verklaren kunnen we niet om de sociologie heen. Blijkbaar zijn de raddraaiers niet van zins om zich aan de gangbare normen van de samenleving te houden. Waarom niet?

Zonder definitieve antwoorden te hebben – in dat opzicht doen we niet onder voor virologen die ook met halve kennis uitspraken moeten doen over hele hypothesen – kunnen we de maatschappelijke onrusten mijns inziens niet los zien van een aantal ‘sociologische’ factoren.

De publieke sector is in het afgelopen decennium uitgekleed – inderdaad het decennium van Rutte. De decentralisatie van allerlei voorzieningen, gepaard met een stevige bezuiniging, heeft het erg moeilijk gemaakt voor gemeenten om jongeren in probleemsituaties goed te kunnen helpen.

De baanzekerheid is, in het decennium van de flexwerker en zzp’er, voor veel jongeren verdwenen. Lager opgeleiden vinden moeilijk een inkomen waarmee ze zelfstandig volwassen kunnen worden. Jongeren kunnen niet het ouderlijk huis verlaten omdat er geen toegankelijke huizenmarkt is. Er is, in ons gave welvarende land, een blijvend groot aantal kinderen dat opgroeit in armoede, en de loonongelijkheid neemt toe.

Abominabel

Het Nederlandse onderwijs is steeds minder goed in staat om jongeren goed op te leiden, met tegenwoordig een kwart van de middelbare scholieren die onvoldoende taalvaardigheid heeft. De burgerschapsvaardigheden van onze jongeren zijn abominabel; kennis van democratische instituties en de waardering van gelijke rechten is onder de maat. En dan heb ik het nog niet eens over de vertrouwensbreuk die de overheid zelf heeft gecreëerd met de toeslagenaffaire.

We hebben geen sociologische verklaringen nodig voor de onrust in de samenleving? Tuurlijk, wat we nodig hebben is een overheid die het internationale bedrijfsleven welig in het belastingparadijs laat tieren. Een overheid die er al decennia voor zorgt dat een steeds kleiner deel van het geld in de portemonnee van de werknemers terecht komt en een steeds groter deel in de zakken van de aandeelhouders.

Segregatie

Een overheid die al sinds jaar en dag onvoldoende investeert in het onderwijs, waar het lerarentekort zich opstapelt met segregatie en kansenongelijkheid. Een overheid die weigert om voldoende in de vrije wetenschap te investeren ten behoeve van de goede samenleving.

Dát hebben we nodig volgens Rutte. Van een historicus zou je verwachten dat hij beter in staat is om zijn eigen denken in de tijd te zien.

Herman van de Werfhorst is hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam.

Investeer in het beroepsonderwijs

In de duiding van de rellen in allerlei steden ontbreekt een belangrijk perspectief. Tot nu toe domineert het accent op crimineel gedrag. Zonder iets af te doen aan het veroordelen van het gepleegd geweld, is het voor begrip en zicht op een beloftevolle aanpak noodzakelijk om onder de oppervlakte van de rellen te kijken.

Naar mijn verwachting zal dan opvallen dat veel jeugd uit het ‘niemandsland’ betrokken is bij de rellen. Dit zijn jongeren met nauwelijks opleiding. Als ze al werk hebben, zijn het rotbaantjes. Ze hebben weinig of geen binding met de maatschappij. Kortom, voor hen geldt een somber toekomstperspectief.

Naar schatting gaat het jaarlijks om 5- tot 10 duizend jongeren die met geen of weinig opleiding het onderwijs verlaten. Ze komen vaak uit een ongeschoold milieu en wonen in verwaarloosde buurten. Omdat ze niet passen in de dominante onderwijscultuur, ­komen ze aan de kant te staan.

Intussen gaat talent voor vakmanschap, dat hard nodig is, verloren. Deze talenten ontdekken en ontwikkelen vraagt om een ingrijpend her­ontwerp van het beroepsonderwijs en de arbeidsmarkt. Niet langer hoort selectie op basis van eindtermen voorop te staan, maar de ontwikkeling van individuele mogelijkheden.

Op de arbeidsmarkt dient het besef in te dalen dat deze groep niet langer als arbeidsreserve en goedkope arbeidskracht mag worden behandeld. Laten we de rellen zien als een schreeuw om aandacht voor de uitzichtloze positie van een grote groep van relschoppers. De aanpak hiervan moet als inzet hebben de verwilderde jeugd vanuit ‘niemandsland’ naar ‘vakmanschapland’ te brengen. Niet met de harde hand, maar met een forse investering in beter beroepsonderwijs en een gunstiger arbeidsmarkt. Ik kan me geen betere inzet van de ­coronamiddelen voorstellen.

Jan Geurts is oud-lector beroepspedagogiek

Meer over