Opinie

Opinie: Wetenschap is geen wedstrijd, dus kap met dat beeld van ‘stoere superman, held van het subsidiegevecht’

Een onderzoeker aan het werk in het lab van het  Research Centers of America (RCA) waar coronavaccins worden geproduceerd, Hollywood, Florida .  Beeld AFP
Een onderzoeker aan het werk in het lab van het Research Centers of America (RCA) waar coronavaccins worden geproduceerd, Hollywood, Florida .Beeld AFP

Achter ons ligt een roerige zomer vol debat over de waarden en waardering van de wetenschap. Open brieven met honderden handtekeningen gingen over en weer, de hoge werkdruk en onvoldoende aandacht voor onderwijs kwam aan bod. De wetenschap werkt aan het programma ‘Erkennen en waarderen’, voor gevarieerdere carrièrepaden. Midden in dit gesprek dropte NWO-voorzitter Marcel Levi in huisblad Onderzoek zijn stuk rood vlees: wetenschap is topsport. Viroloog Ab Osterhaus zei kort daarvoor in Het Parool hetzelfde.

De analogie klopt, helaas, voor veel van de dagelijkse academische praktijk. Levi herhaalde zijn mantra ‘winnen is belangrijker dan meedoen’ in Volkskrant Magazine (2/10), gniffelend dat men wel weer boos zou zijn. Nou ja, boos? Een beetje moedeloos, over de stoerdoenerij, en verwonderd over het negeren van de impact van zo’n uitspraak.

Budgetten en bureaucratie

Winnen in de wetenschap gaat vooral om subsidies. Budgetten worden ­verdeeld in competitie. Wetenschappers krijgen een salaris om onderzoek te doen, maar moeten knokken voor iedere euro om dat onderzoek uit te voeren. Wie scoort, komt vooruit. Doel is dat ‘kwaliteit’ bovendrijft: de besten ‘winnen’ en krijgen geld; de rest likt zijn wonden en probeert het opnieuw. De krapte van onderzoeksbudgetten slaat om in nijpende schaarste door dit verdelings­mechanisme.

Voor dit proces is een omvangrijke bureaucratie opgetuigd met financieringsinstanties (zoals NWO, ZonMW, gezondheidsfondsen), universitaire subsidiedesks en commerciële schrijfbureaus. Wetenschappers beoordelen zelf, meestal gratis, de stapels aanvragen van hun collega’s. Lage slaagkansen (zo’n 15 procent voor vrije wetenschap), de onmogelijkheid onderzoek te doen zonder subsidies en het belang van grants voor carrières leidden tot een ratrace.

Metaforen doen ertoe

Wie overeind blijft, vraagt zich niet meer af welke vragen er echt toe doen: geen tijd. Nevenschade in de praktijk van alledag: hoge uitvoeringskosten, structureel overwerk, verwaarlozing van andere taken en een gelaten opportunisme bij onderzoekers. En dat beeld van winnen en competitie maakt nog een slachtoffer: we verliezen betrouwbaarheid of zelfs waarheid. Metaforen doen ertoe.

Wie praat over winnen, wijst ook de verliezers aan. Competitie? Tegenstanders. Dit frame zit vertrouwen en inclusiviteit in de weg. Menig jong vrouwelijk talent, zag de Utrechtse psycholoog Belle Derks, haalt bevreemd en teleurgesteld de schouders op en haakt af. Terwijl voor het bevragen van aannames in de wetenschap de andere invalshoek, onder meer van vrouwen, zo belangrijk is.

Lees het boek van Harvard-wetenschapshistorica Naomi Oreskes Why Trust Science?. Onder al dan niet bewuste aannames zitten blinde vlekken, die moeten opgemerkt worden. Ook in mijn ‘objectieve’ natuurwetenschappen beïnvloeden onderzoekers waarheidsvorming: want wat meet je wel, wat niet? De wetenschap van winnaars versmalt haar sociale basis en knaagt zo aan haar eigen waarheid.

De bekende gevallen van fraude en data­manipulatie zijn de uitwassen hiervan, maar ook de beroerde reproduceerbaarheid van psychologische en biomedische studies kan komen door slecht doordachte studie-opzetten, haast en (onbewuste) vooringenomenheid.

Systeem is mensenwerk

Hoe moet het dan wel? Onderzoekers zijn geneigd ons systeem als natuurverschijnsel te zien: het is mensenwerk. Het was anders, slechts vijftien jaar geleden, en kan nog steeds anders. De NWO is niet het probleem, al scheelt het als haar voorzitter het vuurtje niet steeds oppookt. Dat onderzoek iets moois of nuttigs oplevert, is iets anders dan winnen.

De maatschappij verwacht, terecht, wat van de wetenschap: concrete oplossingen, bijvoorbeeld coronavaccins en betere batterijen, en antwoorden op existentiële vragen. Wetenschap kan daarbij alleen effectief zijn als verstandige types van allerlei pluimage zich er thuis voelen en de monomane superman niet het enige rolmodel is. Ook kunnen we er niet omheen dat de financiering op de schop moet. Die herschikking kan op diverse manieren. De eenvoudigste is het overhevelen van geld, van NWO terug naar de universiteiten (wel met de expliciete opdracht dat dit bedoeld is voor onderzoek alstublieft!).

En die roep om diversiteit, waar is die nu eigenlijk goed voor? Wel, hiervoor: de waarheid wordt er waarder van. Een wetenschap als een wedstrijd met louter winnaars, dat is pas een groot verlies.

Gijs van Soest is hoogleraar ­Invasive Imaging Technology bij het ErasmusMC, Rotterdam.

Meer over