Opinie

Opinie: Weg met deeltijdwerk? Zorg eerst voor die ruim 1 miljoen (oudere) vrouwen die in de zorg werken, met hun rotroosters

In het debat over de Nederlandse ‘deeltijdprinses’ wordt de grote groep vrouwen vergeten die werkt in de zorg, waar de passende fulltimebaan niet voor het oprapen ligt.

Jiri Büller / de Volkskrant Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Jiri Büller / de VolkskrantBeeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Afgelopen week laaide op Twitter de discussie over vrouwen en deeltijdwerk weer op. Onder aanvoering van Sander Schimmelpenninck waren er al snel twee kampen: kamp-Schimmelpenninck (‘luie vrouwen moeten meer werken want dat is goed voor de economie’) en het kamp-tégen (‘mannen moeten zich niet met deze discussie bemoeien! Patriarchaat! Er is meer dan betaald werk!’).

De discussie zo voeren draagt niet bij aan een oplossing. De discussie leek online vooral te gaan om de, zeg, Randstedelijke 28-jarige communicatieadviseur die graag havermelk drinkt en geen fysiek werk doet maar wel drie keer in de week naar yoga gaat.

Vergeten groep

Daarmee wordt een zeer belangrijke, veel grotere groep vrouwen en hun specifieke redenen om in deeltijd te werken, over het hoofd gezien. Zij werken, en domineren, in de sector waarvan we steeds afhankelijker worden: de zorg. Want er werken ongeveer 1,25 miljoen vrouwen in zorg en welzijn. Dat is 84 procent van het totaal van de ruim 1,5 miljoen werkenden daar. Sterker: ruim één op de vier vrouwen werkt in zorg en welzijn. En ruim driekwart daarvan werkt parttime, minder dan 35 uur per week. Nog eens 18 procent werkt minder dan 20 uur. McKinsey berekende eerder dat het personeelstekort in de zorg als sneeuw voor de zon verdwijnt als iedereen een uurtje per week erbij pakt. Dat is puur theoretisch.

Hardnekkige factor

Maar dan nog blijft de vraag wáárom die deeltijdfactor in de zorg zo hardnekkig is? Dat heeft te maken met zaken die vaak worden vergeten, maar juist aandacht verdienen om het levensgrote personeelstekort aan te pakken, én ervoor te zorgen dat meer vrouwen financieel onafhankelijk worden.

Allereerst: de piekbelasting. Vooral in de ouderen- en gehandicaptenzorg (goed voor zo’n 540 duizend werkenden) geldt dat met name in de ochtend en vanaf het einde van de middag personeel wordt ingezet. Dan worden cliënten geholpen uit bed te komen, krijgen steunkousen aan, richting dagbesteding, et cetera. Aan het eind van de dag hetzelfde ritueel, andersom. Resultaat: vaak opgeknipte roosters van zo’n 5 uur per dag. Dan ben je zes dagen (op onhandige tijden) aan het werk en heb je nog geen fulltime werkweek bij elkaar.

Onregelmatig werken

In de zorg wordt vaak onregelmatig gewerkt. Dat helpt niet om de keuze te maken méér te werken. Daarbij is het omschakelen van dag- naar nacht- of avond diensten zwaar, inclusief het overwerk en opvullen van roosters waar altijd gaten zitten (personeelstekort). Volgens de cao kun je een aantal dagdelen standaard worden uitgeroosterd. Hoe minder contracturen, hoe meer zeggenschap over op welke dagdelen je wordt ingezet.

Vooral voor zorgverleners, die vaak thuis zorgtaken hebben en daarnaast nog mantelzorg verlenen. Want een op de vier mensen in de zorg doet dat óók. Aan mantelzorgers is bovendien een tekort. Ook hier geldt weer: hoe combineer je toenemende mantelzorgtaken met een fulltime (onregelmatige) baan?

Maatstaf-vrouw

In het debat over deeltijdwerkende vrouwen moet niet de yoga-yup de maatstaf zijn. Kijk naar de, gemiddeld steeds ouder wordende, vrouw die in de zorg werkt. Die enkel kleine contracten krijgt aangeboden vanwege de ‘piekbelasting’. Die haar werk fysiek en mentaal zwaarder voelt worden. Die steeds vaker informele zorgtaken oppakt en weet dat meer uren werken soms niet eens loont.

Voor we haar vragen meer te werken, moet eerst beter voor haar gezorgd worden. Zij zorgt immers ook voor ons. Bij haar moet het debat beginnen.

Anneke Westerlaken is voorzitter CNV Zorg& Welzijn.

Meer over