Opinie

Opinie: We moeten onze manier van denken over krimpregio’s veranderen

Het is hoog tijd voor een minister van de regio’s: een bewindspersoon die toeziet op een gelijkwaardige positie van alle regio’s in het kabinetsbeleid.

Het dorp Sint Jacobiparochie in Friesland. Beeld
Het dorp Sint Jacobiparochie in Friesland.

Aan de noord-, oost, en zuidgrens van Nederland krimpt de bevolking. ‘Krimp’ tot ‘sterke krimp’, is de prognose van het CBS in een recent rapport. Uitschieters liggen in het hoge Noorden, met gemeenten die de komende decennia meer dan een kwart van hun inwoners kunnen verliezen.

In combinatie met ontgroening en vergrijzing komt de samenleving hier onder druk te staan. Zoek je gelijke ontwikkelingskansen? Toegang tot voorzieningen? In krimpgebieden niet gezien. Dat zet een neerwaartse spiraal in gang die onze welvarende metropool onwaardig is.

De discussie over de ontwikkeling van perifeer gelegen regio’s is al oud. In 2021 heeft het debat een fase bereikt waarin veel overeenstemming bestaat over een heterogene aanpak. Geen uniforme, abstracte ontwikkelingsschema’s, maar per gebied kijken wat nodig is om de vitaliteit van een regio te behouden. Nu staan we op een tweesprong die tot een keuze dwingt. We staan op een tweesprong, omdat het krimpbeleid wordt afgesloten; binnenkort geldt hetzelfde voor regionale investeringspakketten (‘Regio Deals’).

Morfine of adrenaline?

Wat wordt de volgende stap? De politiek kan wegkijken. Of het kan per regio passend beleid bedenken om de randgebieden een impuls te geven. In medische metaforen: wordt het morfine of adrenaline?

Zonder twijfel verdient de adrenalinespuit de voorkeur. Niet het verzachten van de randverschijnselen, maar het bieden van een nieuw ontwikkelingsperspectief is de opdracht aan politici die om hun land geven. Dat perspectief kan nooit top-down zijn, de tijd van uniforme oplossingen is voorbij. Wat zijn wel de uitgangspunten van een nationale regionale ontwikkelingspolitiek?

Ten eerste kan de regering stimuleren dat de regio’s zelf een visie op hun ontwikkeling uitwerken. Dat kan door kennis en kunde ter beschikking te stellen. De belofte om goede plannen financieel te ondersteunen, is cruciaal. Hierdoor komen creativiteit en leiderschap in regio’s los die nodig zijn voor regionaal gedragen ideeën.

Symboolpolitiek

Ten tweede moet het begrip ontwikkeling uit de te beperkte betekenis van economische en demografische groei gehaald worden. Ontwikkeling kan veel meer betekenen, zoals groei in welzijn, gezondheid, wonen en de ruimtelijke omgeving. Stimuleer de zelfreflectie op de ‘brede welvaart’ van regio’s. Expliciteer welke thema’s extra aandacht behoeven en breng deze samen in een integraal plan voor het betreffende gebied. Verschillende ministeries zullen bereid moeten zijn tot samenwerking en gebiedsgericht werken.

Tot slot is een dialectische symboolpolitiek nodig: een politiek die tegenstellingen opheft met nieuwe beelden. Tegenstellingen als Randstad-regio en stad-platteland blokkeren ons zicht.

Politici, journalisten en wetenschappers construeren zo’n kloof door feiten te plaatsen in een wij-zijschema. De verklarende kracht van dit denkschema is beperkt en bovendien selffulfilling: doordat we een kloof zien, wordt de kloof groter. Echter, kloofdenken wakkert wantrouwen aan terwijl vertrouwen juist een basisvoorwaarde is voor ontwikkeling.

Er is een politiek nodig die tegenstellingen opheft met een nieuwe taal waarin alle regio’s zich herkennen. Een taal die inclusieve toekomstbeelden voor ons land schept. Dat klinkt misschien vaag, maar kan praktisch gemaakt worden door het aanstellen van een bewindspersoon die toeziet op een gelijkwaardige positie van alle regio’s in het kabinetsbeleid. Een minister van de regio’s, die de stem van randgebieden in ons land borgt.

Marijn Molema is bijzonder hoogleraar Regionale Vitaliteit & Dynamiek aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Meer over