Opinie

Opinie: Vrouwelijke kunstenaar geïnfantiliseerd door aanduiding enkel bij voornaam? En Rembrandt dan?

Ja, vrouwen zijn in de kunstgeschiedenis vaak stiefmoederlijk behandeld. Maar in de bewijsvoering hiervoor schiet kunsthistorica Griselda Pollock soms door, stelt Ruurd Mulder.

Käthe Kollwitz tussen mannelijke collega’s. Berlijn, 1927.  Beeld ullstein bild via Getty Images
Käthe Kollwitz tussen mannelijke collega’s. Berlijn, 1927.Beeld ullstein bild via Getty Images

Interessant interview afgelopen zaterdag met kunsthistorica Griselda Pollock. In essentie heeft ze natuurlijk helemaal gelijk. Vrouwen zijn door de kunstgeschiedenis op zijn zachtst gezegd nogal stiefmoederlijk behandeld. Beschikten ze over het nodige talent, dan kregen ze weinig kans om zich te ontplooien. Groeiden ze op in een omgeving die hun gunstig gezind was, dan werden ze geacht de kunsten vooral te beoefenen als liefhebberij. Bleken ze uiteindelijk toch in staat zich tot professioneel en succesvol kunstenaar te ontwikkelen, dan viel hun werk niet zelden ten prooi aan masculiene toe-eigening en werd hun een welverdiende plaats in de kunsthistorische canon ontzegd.

Helaas schiet Pollock op een paar punten enigszins door, waardoor haar betoog aan kracht verliest. Zo stelt ze dat, in tegenstelling tot mannen, artistieke vrouwen veelal met hun voornaam worden aangeduid, wat leidt tot infantilisering. Dit klopt niet helemaal, althans er is ruimte voor enige nuancering.

Onze nationale kunstenaar, Rembrandt, wordt bijna altijd bij zijn voornaam genoemd en van Michelangelo kennen maar weinig mensen de achternaam (Buonarroti). Een beetje kunstsnob noemt Da Vinci Leonardo en het Van Gogh Museum spreekt geregeld amicaal over Vincent. Dat ­Picasso niet Pablo wordt genoemd heeft te maken met het feit dat hij bewust de achternaam van zijn moeder verkoos boven het nogal gewoontjes klinkende Ruiz van zijn vader. Zijn volledige naam – Pablo Diego José Francisco de Paula Juan Nepomuceno María de los Remedios Cipriano de la Santísima Trinidad Ruiz y Picasso – leende zich gewoonweg minder goed voor een krachtige signatuur.

Voorts zijn er vrouwen die met hun volledige naam in de kunstgeschiedenis zijn opgenomen zoals Käthe Kollwitz – niemand noemt haar Käthe – en zijn er vele vrouwen die zelf hun pseudoniem kozen. Hannah Gluckstein, een eigenzinnige 20ste-eeuwse kunstenaar, noemde zichzelf Gluck en ­Romaine Brooks liet haar erg meisjesachtige, eerste voornaam Beatrice achterwege.

Ook betoogt Pollock dat er bij vrouwelijke kunstenaars, veel sneller en directer dan bij mannen, een verband wordt gelegd tussen hun biografie en hun kunst. Ook dit is iets teveel ‘van dik hout zaagt men planken’. Iedereen die de website van het Van Gogh Museum heeft bezocht dan wel iets heeft gelezen over Vincent, weet dat er ook bij hem voortdurend wordt geschakeld tussen zijn leven en werk.

Dit alles neemt niet weg dat er, de huidige bescheiden revival ten spijt, nog veel moet gebeuren om vrouwen de plaats te geven in de kunstgeschiedenis die ze op artistieke gronden verdienen. Dat dit nu pas schoorvoetend gebeurt, kun je gerust een schandaal noemen.

Ruurd Mulder is auteur van het boek Schandalen in de kunst.

Meer over