Opinie

Opinie: Voorstellen over herziening burgemeestersambt zijn ondoordacht

De voorstellen van een groep hoogleraren die in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken naar het burgemeestersambt heeft gekeken, vallen bij de burgemeesters zelf niet altijd in goede aarde.

Burgemeesters verzuipen niet zo snel, stellen Liesbeth Spies en Pieter Broertjes. Beeld ANP
Burgemeesters verzuipen niet zo snel, stellen Liesbeth Spies en Pieter Broertjes.Beeld ANP

Deze week verscheen het onderzoeksrapport van prof. Marcel Boogers c.s. over de staat van het burgemeestersambt. Het rapport concludeert dat het goed gaat met de burgemeesters en de invulling van het burgemeestersambt. Zowel burgers, raadsleden en wethouders zijn veelal goed te spreken over het functioneren van de burgemeester. Het vertrouwen in de burgemeesters is groot. Ook de burgemeesters zelf zijn over het algemeen tevreden over hun ambt en hun werkplezier is overwegend groot. Dit staat gewoon online, iedereen kan het lezen.

Wie echter het door de onderzoekers opgestelde opiniestuk (Help! De burgemeester verzuipt) in de Volkskrant leest, krijgt een totaal ander beeld voorgeschoteld. Burgemeesters zouden verzuipen in het moeras door hun vele en zware taken. Ze zouden worden vermalen in het lokale krachtenveld. Ze moeten daarom ‘verlost’ worden van een aantal functies die ze hebben, aldus de onderzoekers. We stellen de onderzoekers graag gerust. Burgemeesters verzuipen niet zo snel. De meesten kunnen heel goed zwemmen. Sterker nog, zij voelen zich als een vis in het water, ook wanneer het even pittig wordt. Daar zijn ze op geselecteerd en op getraind.

Knelpunten

De belangrijkste knelpunten in het openbaar bestuur nu zitten niet bij de burgemeester, maar bij het lokale bestuur als geheel. Gemeenten hebben veel op hun bordje. Zij vervullen veel (gedecentraliseerde) taken, vaak zonder voldoende middelen. Daardoor hebben zij niet de slagkracht die wenselijk is. Om het vele belangrijke werk te kunnen verrichten, dienen gemeenten en gemeenteraden in hun geheel versterkt en beter gefaciliteerd te worden.

Ook de onderzoekers signaleren dat er in gemeenten steeds meer gaat knellen door de decentralisaties, de financiële tekorten en de versplintering in het politieke landschap. In plaats dat zij voor deze knelpunten een oplossing voorstellen, redeneren de onderzoekers een totaal andere kant op. Ze menen dat het beter is in deze situatie de burgemeester te ‘verlossen’ van het raadsvoorzitterschap, om zo de raden te versterken. Dat is een onlogisch idee, want je verzwakt daarmee de positie van de raden eerder dan dat je die versterkt. De burgemeester is als voorzitter van de gemeenteraad (niet zijnde lid van de raad) juist een belangrijk scharnier tussen college en raad. Vanuit zijn of haar centrale, verbindende rol bewaakt de burgemeester de balans tussen raad en college.

Openbare orde

De onderzoekers dragen nog een ‘oplossing’ aan: het overdragen van een deel van de Openbare orde- en Veiligheidportefeuille aan een wethouder. Dat is toch echt de wereld op z’n kop. Taken als het al dan niet sluiten van een drugspand of het al dan niet toestaan van een (grondwettelijk verankerde) demonstratie, horen niet thuis bij een politiek benoemde persoon, maar bij een boven de partijen staande functionaris die, binnen de wettelijke kaders, een besluit neemt en hierover desgewenst verantwoording aflegt aan de raad.

Begrijp ons niet verkeerd. Een herbezinning op het burgemeestersambt is altijd goed, maar laten we geen ondoordachte voorstellen doen die het spreekwoordelijke kind met het badwater weggooien. Laten we het lokale bestuur als geheel beschouwen en oplossingen bedenken die het totaal versterken. Heus, de Nederlandse burgemeesters zijn echt mans en vrouws genoeg om het hoofd boven water te houden.

Liesbeth Spies en Pieter Broertjes zijn voorzitter en vicevoorzitter van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters en burgemeester van respectievelijk Alphen aan den Rijn en Hilversum.

Meer over