OpinieVaccin

Opinie: Vanwaar het taboe op verplicht vaccineren?

Het kabinet is tegen een vaccinatieplicht. Maar als antivaxers de groepsimmuniteit belemmeren, moet je het erover kunnen hebben, betoogt Martin Buijsen.

Een vrouw wordt gevaccineerd met het coronavaccin van Pfizer. Beeld Getty Images
Een vrouw wordt gevaccineerd met het coronavaccin van Pfizer.Beeld Getty Images

Het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) bewijst al decennialang dat groepsimmuniteit de beste bescherming biedt tegen gevaarlijke infectieziekten. Hoe meer mensen immuun zijn voor een bepaalde ziekte, des te kleiner de kans op verspreiding. Immuniteit wordt bereikt door de aanmaak van antistoffen. Dat kan door de ziekte te krijgen. RIVM-onderzoek laat zien dat dit najaar ongeveer 5 procent van de bevolking het SARS-CoV-2- virus had gehad. Dit voorjaar was dit iets minder 3 procent. Epidemiologen denken dat voor het bereiken van groepsimmuniteit, 60 à 70 procent van de bevolking antistoffen tegen het nieuwe coronavirus moet hebben aangemaakt. Gezien deze cijfers is groepsimmuniteit voor covid-19, tenzij we een enorm verlies aan mensenlevens voor lief te nemen, ‘langs natuurlijke weg’ geen optie. Daarom moeten we vaccineren.

Daarmee is niet gezegd dat mensen tot vaccinatie verplicht of gedwongen moeten worden. Het RVP is zeer succesvol. Zelfs zodanig dat de meesten van ons de infectieziekten waartegen het bescherming biedt, alleen van naam kennen. Deelname aan dit programma is geheel vrijwillig en vrijblijvend.

Kinderopvangcentra

Wanneer het gaat over verplichte of gedwongen vaccinatie, is er sprake van beleid dat aan die volledige vrijblijvendheid iets af doet. Beleid dat slechts een norm stelt, zonder aan overtreding enig nadeel te verbinden, is welbeschouwd geen beleid dat verplicht. Dergelijk beleid dwingt immers niet. Volgens een al in 2018 ingediend initiatiefwetsvoorstel moeten kinderopvangcentra kunnen bepalen dat uitsluitend kinderen worden toegelaten die aantoonbaar deelnemen aan het RVP. De aanleiding voor dit voorstel was de toen dalende en al te lage vaccinatiegraad onder 2-jarigen voor onder meer mazelen, wat voor zuigelingen riskant wordt geacht.

Mocht dit voorstel wet worden, dan worden ouders ook straks niet tot vaccinatie verplicht. Waar de een hier van ‘drang’ zal spreken, ervaren ouders die dagopvang zoeken maar hun kind niet willen laten inenten, echter beslist ‘dwang’ als hun kind geweigerd wordt.

De sterfte aan mazelen in Nederland is zeer gering. Tijdens de grote epidemie van 2013-’14 stierf één 17-jarige aan deze ziekte. Toch ligt dit initiatiefwetsvoorstel al bij de Eerste Kamer. Op 1 december jl. werd het daar aangeboden. Is het dan niet vreemd dat op gedwongen of verplichte inenting tegen covid-19 kennelijk een taboe rust? Alleen al in de week van 26 november tot 2 december bedroeg de gemelde sterfte aan bevestigde covid-19 313 personen.

Zijn bepaalde voorwaarden vervuld, dan staan ‘dwang’-maatregelen allerminst op gespannen voet met fundamentele rechten. Zorg voor gezondheid is immers een fundamenteel recht. De overheid is hiertoe grondwettelijk en verdragsrechtelijk verplicht. En bescherming van gezondheid is een doel dat inmenging van diezelfde overheid in andere fundamentele rechten (lichamelijke integriteit, privacy, vrijheid van geweten en geloof), rechtvaardigt, mits die inmenging een wettelijke grondslag kent en proportioneel is, en zolang andere middelen niet toereikend zijn.

Eerder dit jaar oordeelde de Raad van State dat de voorgestelde maatregel Voorwaardelijke toelating tot de kinderopvang binnen de grondwettelijke en verdragsrechtelijke kaders valt. Uiteraard kan van directe dwang bij inenting tegen covid-19 nooit sprake zijn, maar waarom moet indirecte dwang (een eerlijkere term dan drang) bij voorbaat worden uitgesloten?

Vermijdbaar verlies

In een democratie moet bespreekbaar blijven wat misschien nodig zal blijken. Bestaat de vrees dat met vrijwillige vaccinatie groepsimmuniteit voor covid-19 niet of niet snel genoeg bereikt wordt, en daar geven de antivaxxer-geluiden alle aanleiding toe, dan moeten andere middelen kunnen worden besproken. In een rechtsstaat verdienen alleen die middelen serieuze overweging die de fundamentele rechten van burgers respecteren. En dan hebben we het daar gewoon over óf we spreken hardop uit dat het vermijdbare verlies van de levens van honderden zo niet duizenden medeburgers niet opweegt tegen de inzet van enig ander middel.

Martin Buijsen is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Meer over