Opinie

Opinie: Vaccinkloof vraagt om internationaal panel dat bepaalt hoe om te gaan met patenten

Vaccinproducenten, inclusief Nederland, blijven zich verzetten tegen het opschorten van patenten op coronavaccins. Toch is die opschorting cruciaal in de bestrijding van de pandemie.

Een promotieposter  voor coronavaccinatie  in Duduza township, ten oosten van Johannesburg, Zuid-Afrika, 23 juni. Beeld AP
Een promotieposter voor coronavaccinatie in Duduza township, ten oosten van Johannesburg, Zuid-Afrika, 23 juni.Beeld AP

Met alle terechte vreugde over de snel stijgende vaccinatiegraad mag de schrijnende mondiale vaccinatiekloof niet uit ons blikveld verdwijnen. Terwijl in meer dan de helft van de hogere-inkomenslanden minstens 20 procent van de bevolking volledig is gevaccineerd, geldt dat voor slechts 3 van de 79 lagere-inkomenslanden.

In Afrika, waar het aantal coronagerelateerde sterfgevallen vorige week met 32 procent steeg, is nog niet één procent van de bevolking volledig gevaccineerd. En met het huidige productietempo kan het zelfs met de G7-toezeggingen tot ver in 2022 of nog langer duren tot er wereldwijd voldoende vaccins zijn − met aanhoudend risico op nieuwe virusvarianten, waartegen de vaccins minder goed werken.

Opschorten patenten

Maar ondanks herhaalde oproepen van vele landen, waaronder inmiddels de VS, om alle kennis en capaciteit te delen die nodig is voor maximale vaccinproductie, blijven de vaccinproducenten, inclusief hun Nederlandse en Europese koepelorganisaties, zich met tal van argumenten verzetten tegen opschorting van hun patenten.

In hun ogen ondermijnt dat de innovatie, omdat dan niemand meer zou investeren in de ontwikkeling van nieuwe vaccins en geneesmiddelen. Productie-opschaling zou niet sneller kunnen dan wat patenthouders al met door henzelf gekozen samenwerkingspartners bereiken. Alleen zij zouden de benodigde expertise en faciliteiten kunnen inzetten.

Schaarste aan ingrediënten zou verdere versnelling onmogelijk maken en de productie zou zelfs kunnen teruglopen als minder ervaren producenten meedoen. En patentopschorting is niet dé oplossing, zeker niet voor de korte termijn, want het opzetten van fabrieken en opleiden van personeel kost tijd. Deze argumentatie wordt tot op heden geaccepteerd door het Europees Parlement, de Europese Commissie en de Nederlandse regering.

Publiek geld

Daar is veel tegenin gebracht . Zo is veel publiek geld geïnvesteerd in onderzoek naar, en ontwikkeling en innovatie van vaccins, en dat zal zo blijven gezien het enorme maatschappelijk belang ervan. Behalve de patenthouders die daar nu van profiteren, kunnen ook andere, private en publieke spelers zich na deling van kennis - en begeleid door patenthouders - verantwoord inzetten voor massaproductie.

Wereldwijde samenwerking zal de beschikbaarheid van ingrediënten, faciliteiten en getraind personeel alleen maar bevorderen. Inderdaad zal niet alles op korte termijn rond zijn, maar iedere versnelling betekent minder slachtoffers en minder kans op nieuwe virusvarianten. En ja, patentopschorting is niet genoeg, maar wel een cruciale stap naar maximale productie.

Patstelling doorbreken

Inmiddels is er een patstelling ontstaan. Hoe is die snel te doorbreken om samen de best mogelijke uitkomst te bereiken? Langslepende juridische procedures helpen niet om zoveel mogelijk ziekte en sterfte te voorkomen. Evenmin is het verstandig partijen met een reusachtig eigenbelang te laten bepalen hoe het publiek belang bediend moet worden, noch om hun argumentatie zonder meer te accepteren. Want hoe belangrijk vaccinproducenten ook zijn, ze dienen ook andere doelen dan de volksgezondheid en daarin moeten we niet naïef zijn.

Laat daarom, gelegitimeerd door de vele ingezette publieke middelen, de gezamenlijke vaccinindustrie haar argumenten met alle onderliggende documentatie openbaar voorleggen aan een door de WHO in te stellen internationaal panel van onafhankelijke deskundigen. Laat hun beoordeling leidend zijn voor internationale afspraken over hoe om te gaan met de coronavaccinpatenten en over de rol van patenthouders in de begeleiding van andere producenten. Als Nederland en de EU dit nu samen met de WHO in gang zetten, tonen zij het leiderschap dat van hen mag worden verwacht. Elkaar op afstand blijven houden gaat niet.

André Knottnerus, arts-epidemioloog, oud-voorzitter Gezondheidsraad.

Meer over