OpinieUniversiteiten

Opinie: Universiteiten, stop met bespieden eigen studenten

Het kan niet de bedoeling zijn dat universiteiten meekijken in studentenkamers. Ze moeten eindelijk serieus werk maken van hun eigen digitale strategie, betoogt Niels Niessen.

Student geneeskunde studeert vanuit huis. Beeld HH / Mariette Carstens
Student geneeskunde studeert vanuit huis.Beeld HH / Mariette Carstens

De universiteiten gaan voorlopig nog niet fysiek open. Colleges en veel gesprekken zullen daarom blijven verlopen via digitale platforms. Hopelijk gaan die gesprekken soms ook over die platforms zelf. Als publieke instellingen van inspirerend onderwijs en onderzoek zijn universiteiten namelijk bij uitstek in de gelegenheid voorop te lopen in het digitale debat, te beginnen binnen de eigen gemeenschap. Zoals internetexpert Marleen Stikker onlangs stelde in deze krant (Zaterdag, 20 maart): onderwijsinstellingen hebben een zorgplicht voor hun studenten, lever ze niet uit aan surveillancesoftware.

Bij universiteiten lijkt de wil er wel te zijn. In december 2019 publiceerde de Volkskrant het manifest Digitalisering bedreigt onze universiteit. Het is tijd om een grens te trekken. Het stuk was ondertekend door de rectoren van alle Nederlandse universiteiten en drie specialisten in de digitale platformsamenleving. Dat was dus vóór corona en vóór Zoom en Proctorio. Dat laatste is een comprehensive learning integrity platform of in goed Nederlands: anti-spieksoftware die bij thuistentamens inbreuk maakt op de privacy van studenten. Het is tijd dat universiteiten invulling gaan geven aan de ‘grenzen en voorwaarden’ uit de visie van 2019. Want vooralsnog blijft die nog te veel een lege huls.

De boodschap van het manifest was terecht verontrustend: universiteiten worden in toenemende mate afhankelijk van platformdiensten als die van Google en Microsoft. Hierdoor komen onafhankelijk onderwijs en dito wetenschap onder druk te staan. Volgens de auteurs moeten de universiteiten daarom verantwoordelijkheid nemen voor publieke waarden als privacy, samen optrekken in onderhandelingen met techreuzen en in nationaal en Europees verband zelf werken aan een digitale omgeving.

In allerijl

Dat was dus in 2019. De realiteit van de afgelopen vijftien maanden is dat universiteiten in reactie op hun lockdown in allerijl contracten hebben afgesloten met partijen als Slack, Microsoft Teams, Zoom, Proctorio en Proctor­Exam. Het is misschien niet helemaal eerlijk de visie van toen te toetsen aan de keuzes van de afgelopen tijd. Tegelijk zijn keuzes tijdens een crisis veelzeggend voor de kernwaarden van een organisatie. De coronacrisis heeft blootgelegd dat de universiteit van nu veelal geen prioriteit geeft aan publieke waarden in een digitale samenleving.

Als universiteiten daadwerkelijk voorop willen lopen in het digitale debat, dan zullen ze zich eerst de vraag moeten stellen wat voor omgeving ze willen creëren. Deze vraag is nog wel het prangendst bij surveillancesoftware bij thuistentamens.

Deze software monitort het beeldscherm en kijkt via de webcam mee in de studentenkamer. Posters moeten worden afgeplakt, toiletbezoek is niet mogelijk en de data gaan naar Amerika (althans bij Proctorio). De Erasmus Universiteit dwingt studenten zelfs een tweede camera in te schakelen. Protest mocht veelal niet baten, de rechter vindt het goed en de minister van Onderwijs stelt dat de keuze voor proctoring aan instellingen is. Die keuze is inderdaad aan universiteiten zelf. Want wat is er over van de visie van 2019 waarin de rectoren zich nog zo hard maakten voor de ‘autonomie van studenten en docenten’ en ‘het recht om niet gemonitord te worden’?

Sociaal veilig

De redenering van veel universiteiten tijdens de eerste lockdown was: het onderwijs en tentamens moeten zo normaal mogelijk doorgang vinden. De redenering had ook kunnen zijn: als universiteit willen we allereerst een sociaal veilige omgeving creëren. Studenten thuis surveilleren hoort daar niet bij. Dus hoe we die tentamens ook gaan aanpakken, proctoring wordt het niet. Om vervolgens samen met docenten en studenten naar creatieve oplossingen te zoeken. Je kamer is immers ‘jouw plek, jouw omgeving, jouw safe space’, zoals studentenraadvoorzitter Pjotr van der Jagt van de Universiteit van Amsterdam het verwoordde.

Het is pijnlijk dat universiteiten blijkbaar meer vertrouwen stellen in bedrijven die geld verdienen aan thuissurveillance dan aan het gevoel van veel studenten dat deze praktijk een duidelijke grens overschrijdt. Een sociaal veilige universiteit gaat uit van studenten als kritische en betrokken mensen die medeverantwoordelijk zijn voor hun opleiding, niet van potentiële fraudeurs die ‘gemonitord’ moeten worden.

Natuurlijk zullen universiteiten soms concessies moeten doen aan publieke idealen in een tijd van platformkapitalisme. Maar wees dan als organisatie in elk geval transparant over waarom het ene commerciële platform net wat beter is dan het andere. Zo ben ik als onderzoeker aan de Radboud Universiteit benieuwd waarom mijn werkgever, net als veel andere universiteiten, is overgestapt naar de Microsoft-cloud. Of waarom we in zee zijn gegaan met Zoom, toch niet de beste van de klas wat betreft privacyverleden.

Om, tot slot, digitalisering in een breder perspectief te plaatsen: Nederlandse universiteiten profileren zich als koplopers in ‘open science’, een cultuurverandering in de wetenschap die inzet op het delen van onderzoeksprocessen en -resultaten. Daarbij hoort een universiteit die vasthoudt aan publieke waarden in een digitaliserende samenleving. Bij voorkeur gaat die cultuurverandering gepaard met open-sourcesoftware, volgens het principe public money, public code van de Free Software Foundation Europe. Is dat écht (nog) niet mogelijk, betrekt medewerkers en studenten dan bij de afweging. Een universiteit die voorop wil lopen in het digitale debat gaat in de eerste plaats het gesprek aan met de eigen gemeenschap.

Niels Niessen is onderzoeker Algemene Cultuurwetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen.