OpinieTata Steel

Opinie: Tata Steel nationaliseren is problemen kopen

Het nationaliseren van ­Tata Steel is om meerdere redenen een slecht idee, stellen omwonenden.

Tata Steel in IJmuiden. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Het kabinet moet Tata Steel nationaliseren. Dat stelden vakbondsman Roel Berghuis en lobbyist Friso de Zeeuw vorige week. Nationalisatie is een onzalig idee en de argumenten die de twee aandragen, rammelen.

Zo zou het bedrijf in IJmuiden geen geld hebben voor verduur­zaming omdat het financieel wordt uitgeput door het Engelse zuster­bedrijf. Het is een schijnargument: in IJmuiden zeggen ze al meer dan een decennium dat verduurzaming vooral door de Nederlandse belastingbetaler moet worden bekostigd.

Wat hitserig ‘het wegsluizen van de winst’ (naar het zusterbedrijf) wordt genoemd, betreft de dividendbetalingen aan de Indiase eigenaar. Die houdt daarmee een noodlijdend bedrijf op de been. Misschien niet slim, maar hij mag met zijn dividend doen wat hij wil.

Waar je de vakbond helemaal niet over hoort zijn de hoge loonkosten en de riante arbeidsvoorwaarden. De vertrokken topman willigde steevast de vakbondseisen in om conflict te vermijden. De staalprijzen waren ongewoon hoog en dan is een loonstijging een fractie van de kosten. Maar inmiddels zijn de staalprijzen (normaal) laag, de ertsen duur en de loonkosten verhoudingsgewijs te hoog. Met zijn beleid legde de ex-topman, door allen op het schild gehesen, de basis voor een reorganisatie waartegen men zich nu verzet.

De afgelopen vijf jaar kwam de cao van Tata 4 procent uit boven de gemiddelde cao-stijging. Dan praat je al snel over tientallen miljoenen euro’s extra per jaar. Als het bedrijf met meer toekomstvisie was geleid, had IJmuiden zelf geld genoeg gehad voor verduurzaming.

Spilfunctie

Een ander argument: de spilfunctie van Tata. De Nederlandse maak-industrie verbruikt per jaar ongeveer 5 miljoen ton staal, maar koopt slechts een klein deel daarvan (1 à 2 miljoen) in IJmuiden. Dat komt omdat Tata allerlei soorten staal niet (meer) of niet concurrerend genoeg maakt. IJmuiden (7 miljoen ton) produceert hoofdzakelijk voor export.

Komt de Nederlandse maakindustrie in de problemen als Tata zou sluiten? Nee, helemaal niet. Wat de Nederlandse bedrijven bij Tata kopen kunnen ze een paar honderd kilometer verderop ook krijgen. Bovendien is er een overschot aan staal op de wereldmarkt (circa 30 procent). En voor kennis en vaardigheden hoef je niet een bedrijf dat 7 miljoen ton staal per jaar produceert in de lucht te houden. Met een veel kleiner, gespecialiseerd bedrijf lukt dat ook prima.

Dan het argument van de werkgelegenheid. Het bedrijf heeft circa 9.000 werknemers. De indirecte werkgelegenheid vliegt omhoog sinds de roep om nationalisatie klinkt. Een aannemelijke schatting van een paar maanden terug kwam op nog geen 11 duizend arbeidsplaatsen. Berghuis en De Zeeuw roeptoeteren over 35 duizend. In alle gevallen blijven het veel banen. Toch is Tata als banenproject een moeilijk te verkopen verhaal.

Het staalcomplex is de grootste CO2-producent van Nederland. Tata produceert verder veel stikstof. En het is een van de meest vervuilende bedrijven van Nederland. Het mag, zegt de Provincie, die het bedrijf (nog) steeds ruime vergunningen verstrekt. Wij bewoners zeggen: misschien mag het, maar het deugt niet.

Deze milieuruimte is voor Tata gratis. Maar hij moet eigenlijk worden meegenomen in de kosten-batenberekening. Wij als natie betalen de rekening, door verloedering van ons milieu en – in het geval van bewoners dichtbij – door schade aan onze gezondheid. Er is een rechtstreeks verband tussen fijnstof en longkanker. En tussen cokes en leukemie. Let op de recente statistiek voor deze kankersoorten in de regio – door de regionale overheid al maanden stilgehouden – en huiver.

Top

Berghuis en De Zeeuw kwalificeren Tata Steel ijzerenheinig als de top van de duurzaamste staalfabrieken in de wereld. Tata hoort tot de vervuilende staalbedrijven in de wereld omdat het nog met hoogovens werkt. En dan ook nog eens met deels verouderde installaties. Een steeds groter deel van de staalproductie in de ­wereld – nu al bijna 40 procent – komt namelijk tot stand via recycling (van schroot) of via directe reductie en wordt dus schoner geproduceerd. En met minder CO2.

Twintig jaar lang is niet alleen ­bezuinigd op onderhoud, maar het staalbedrijf liet ook na passende ­milieumaatregelen te nemen. De nu vertrokken topman hoorde je nooit over het milieu. Alleen over de verre toekomst.

Kortom, Tata Steel nationaliseren is een onzalig idee. We krijgen een ­financieel uitgeputte onderneming met hoge werknemers- en milieukosten en achterstallig onderhoud. Een bedrijf dat opereert in een moeizame afzetmarkt, en dat we niet echt nodig hebben.

Antoinette Verbrugge, mede namens een aantal andere verontruste Wijk aan Zeeërs.

Meer over