Opinie: Stop het kritiekloze geflirt met de Zuidas, voor het te laat is

De innige relaties tussen Nederlandse universiteiten en grote consultancy- en accountantskantoren zijn funest voor de academische status en onafhankelijkheid.

Marijn Sax
Luchtfoto met overzicht van kantoorpanden op de Zuidas in Amsterdam-Zuid.  Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Luchtfoto met overzicht van kantoorpanden op de Zuidas in Amsterdam-Zuid.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Als er nieuwsberichten verschijnen over de relatie tussen Nederlandse universiteiten en grote consultancy- en accountantskantoren is dat eigenlijk nooit goed nieuws. Afgelopen zondag was het weer raak: Nieuwsuur meldde dat de Erasmus Universiteit niet alleen akkoord ging met een volledige vrijstelling van onderzoeksverplichtingen voor oud-premier Jan-Peter Balkenende, onze voormalige minister-president, maar dat de universiteit – als klap op de vuurpijl– ook nog accountant EY moest betalen om gebruik te mogen maken van Balkenendes diensten.

Onlangs viel ook al te lezen dat er bij een aanstelling van een EY-hoogleraar bij mijn eigen werkgever onduidelijkheid bestond over de financiering van de leerstoel. Universiteitsbladen Folia en Mare publiceerden daarna nog artikelen over consultancy- en accountantskantoren die het onderzoek aan universiteiten proberen te beïnvloeden. Universiteitsbesturen hameren op de ‘synergetische’ relatie tussen universiteiten en Zuidas-kantoren, terwijl die relatie zich misschien beter laat omschrijven als ‘parasitair’.

Knowhow

Als buitenstaander zult u misschien denken: waarom gaan universiteiten toch zo graag in zee met deze kantoren als er zo vaak gedoe is'? Het antwoord dat universiteitsbesturen vaak formuleren, is dat deze grote kantoren enorm veel knowhow hebben hoe het recht en beleid uitwerken on the ground. Door samen te werken kunnen wederzijdse voordelen – pardon: synergies – worden gecreëerd. Contact houden met het werkveld, heet dat dan. Zo’n antwoord klinkt wellicht wat vaag en onduidelijk.

Als ‘binnenstaander’, dat wil zeggen medewerker van een faculteit die graag samenwerkt met deze kantoren, heb ik ook moeite voorbij de vaagheid van de bekende rechtvaardigingen voor samenwerking te kijken. Wat we zien zijn stelselmatige vraagtekens rond de onafhankelijkheid van door de Zuidas gefinancieerde en/of deels aan de Zuidas werkzame universiteitsmedewerkers. De reden dat veel van mijn collega’s en ik hier zo zwaar aan tillen, is dat wij ons werk als academici alleen kunnen doen als de onafhankelijkheid en integriteit van de academische wereld niet ter discussie staat. Juist dóór die onafhankelijkheid is de universiteit een uniek instituut.

Kapitaal

Vanuit de Zuidas-kantoren geredeneerd, is het volstrekt begrijpelijk dat zij graag samenwerken met universiteiten. Universiteiten beschikken immers over een uniek soort schaars kapitaal – excuses voor de platte kapitalistische term – waar de Zuidas zelf niet direct toegang tot heeft: de status en het prestige van academisch onderzoek. Die status en prestige komen niet alleen voort uit het feit dat aan universiteiten heel goed onderzoek wordt gedaan. Bij private onderzoeksinstituten, denk aan Microsoft Research, werken ook briljante wetenschappers die briljant onderzoek doen. Nee, de academische status en prestige komt ook voort uit de in regels en principes verankerde onafhankelijkheid van academisch onderzoek.

Die status is niet te repliceren buiten de academische wereld, omdat zij inherent is aan de academische wereld. In de berichtgeving van Nieuwsuur wordt dan ook opgetekend dat kantoren als EY heel transparant zijn over hun doelstellingen. EY wil tien EY-hoogleraren aan het werk krijgen in Nederland, zodat het academisch prestige afstraalt op de accountant en zo de marktwaarde van eigen medewerkers en adviesdiensten wordt verhoogd.

Parasitair randje

Dat deze relatie tussen grote consultancy- en accountskantoren en universiteiten een parasitair randje heeft, zit hem hier in: grote Zuidas-kantoren hollen door hun toe-eigening van het schaarse goed waarnaar ze op zoek zijn, academische status en prestige, precies datzelfde goed uit. Met elke samenwerking en met elk schandaal (onduidelijkheid over financiering, beïnvloeding van onderzoek) wordt onze academische onafhankelijkheid een stukje onduidelijker voor de buitenwereld. Ík werk nu immers bij een faculteit die discutabele relaties met de Zuidas onderhoudt en ik moet daarover vragen beantwoorden, terwijl ik nooit met deze partijen samenwerk.

Omdat universiteiten al eeuwen bestaan als onafhankelijke onderzoeksinstituten, is er behoorlijk wat academisch ‘kapitaal’ opgebouwd. De grote Zuidas-kantoren kunnen dus nog even doorgaan met het nastreven van samenwerkingen waarmee tegelijk wordt aangetast wat ook wordt toegeëigend. Maar er komt een moment dat universiteiten dermate zijn ingekapseld door de commerciële sector, dat de universiteit haar bijzondere status verliest, want niet meer onafhankelijk is.

Daarom tot slot een oproep aan al mijn collega’s en in het bijzonder de universiteitsbesturen: stop het kritiekloze geflirt met de Zuidas, voor het te laat is. Ons unieke academische ‘kapitaal’ raakt een keer op.

Marijn Sax is postdoctoraal onderzoeker aan het Instituut voor Informatierecht van de Universiteit van Amsterdam.

Meer over