Opinie

Opinie: Stop de ontmenselijking van de publieke ruimte en offer niet alles op aan efficiëntie

Van online hoorcolleges tot QR-codes in het restaurant: door automatisering wordt de alledaagse sociale interactie uit de samenleving gesloopt. Daarmee verliezen we meer dan we beseffen.

De nieuwe fietsenstalling op station Amsterdam Amstel. Beeld ANP
De nieuwe fietsenstalling op station Amsterdam Amstel.Beeld ANP

Langzaam maar gestaag wordt de alledaagse sociale interactie uit onze samenleving gesloopt. Ook de fietsenstalling onder treinstation Amsterdam Amstel is recentelijk bezweken onder de dwingende logica van efficiëntie en kostenbesparing. Een opspringend groen lampje en een bliepje heten je nu welkom. De oogopslag, het knikje, de stem die zegt ‘Goedemorgen’. Weg.

Het lijkt futiel. Maar opgeteld is het aantal publieke ruimtes en interacties waaruit de mens verbannen wordt onthutsend. Bij de ochtendboodschappen in de supermarkt: zelfservice. Geen contact meer met de kassière. Neem de trein: door een poortje, kaartjes worden niet meer gecontroleerd. Niet nodig. Coupés met zwijgende, gemaskerde, op hun schermen gefixeerde zombies trekken door oneindig laagland. Niemand knoopt een praatje aan. Lever je boeken in bij de bibliotheek? Je mag ze in een gleuf op een lopende band schuiven.

De publieke ruimte wordt letterlijk ‘ont-menselijkt’. De coronamaatregelen, de lockdowns, de mondkapjes; ze hebben de ontmenselijking van het ‘samen-leven’ alleen maar bespoedigd.

IJzingwekkende trend

Afgelopen week legde zelfs de pakketbezorger, voor velen een dagelijks terugkerend gezicht, het pakketje op de stoep. Toen ik de deur opendeed was hij al verdwenen. In de verte hoorde ik nog ‘Alstublieft’. Of neem de ijzingwekkende trend in cafés en restaurants: hier is een QR-code op een lelijk stuk plastic, bestel met de app en we komen het op uw tafel kwakken. Naderhand afrekenen hoeft niet meer.

Nee! Mensen gaan naar cafés en restaurants voor dat praatje met de bediening, de toelichting op de kaart, de uitleg over de bieren op de tap, het grapje en de flirt. Niet om een glas bier naar binnen te gieten en zonder groeten weg te lopen. Wat een armoe.

Voor iedere efficiëntieslag, voor iedere app, voor ieder nieuw automaat, poortje, robot, digitale service – er zijn tal goede argumenten voor te verzinnen. Het scheelt gedoe, tijd, geld. Superhandig. Wie is daar nu tegen?

Ook in het hoger onderwijs – de sector waar ik zelf in werk – staan de tech- en digitaliseringszeloten te joelen. Hoorcolleges waarbij de studenten fysiek aanwezig zijn: onnodig. Die kunnen studenten toch bekijken via hun laptop? Thuis en wanneer het hun uitkomt? Geen last van medestudenten, geen confrontatie met de hoogleraar. Pauzeren wanneer nodig, op stop drukken wanneer je geen zin meer hebt. Ongestoord de binnenkomende stroom aan appjes beantwoorden, heerlijk die vrijheid en flexibiliteit.

Omgangsvormen

Hier toont zich het probleem. Sociale interactie vraagt om omgangsvormen en aanpassing, stuntelen en je een weg redden uit ongemakkelijke situaties. En: je voegen naar – en mede vormgeven aan – gedeelde normen. Die smeerolie van de sociale interactie raakt opgedroogd. En dan gaat het piepen, kraken, botsen en vastlopen.

Je merkt het op straat: schichtige, in zichzelf gekeerde mensen die zich geen raad weten met sociale situaties. Of juist hoogst ontvlambare toestanden; woede-uitbarstingen en zinloze scheldpartijen omdat mensen niet meer gewend zijn kleine conflictjes te hebben – en eenvoudig op te lossen.

Omgangsvormen, aanpassingsvermogen, ‘deugden’. Door de ontmenselijking van de publieke ruimte dreigen die verloren te gaan. Een volle hoorcollegezaal, om bij mijn eigen beroep te blijven, draait niet alleen om al dan niet effectieve kennisoverdracht. Het is ook een ervaring. In het oefenen van discipline en concentratie, ook – of juist – als het saai is. En als het saai is, lotsverbondenheid kweken met je medestudenten.

Spanning in je lichaam

Een slapende student berispt horen worden door een boze docent: een belangrijk normstellend moment. De spanning in je lichaam voelen voor het stellen van die ene knagende vraag in een volle zaal en tóch uit je woorden kunnen komen. Een praatje aanknopen bij het koffieapparaat met die knapperd van de tweede rij. Inderdaad, zelfs zoiets als een taai en massaal hoorcollege kan een diepmenselijke, sociale ervaring zijn.

Het geldt net zo goed voor treinen, supermarkten, cafés, fietsenstallingen, de straat, de voetbalkantine. Door alles rücksichtslos te automatiseren, door alle menselijke interactie zoveel mogelijk te verbannen, verleren en verliezen we de kunst van het samenleven. Zowel op het microniveau van dat kleine knikje van de medewerker bij de fietsenstalling als op het macroniveau van de totale vervreemding en ontmenselijking van ons algehele publieke leven.

Natuurlijk is het een kwestie van balans zoeken; een pleidooi tegen alle vormen van automatisering en digitalisering is ridicuul. Maar de balans begint in hoog tempo door te slaan naar de verkeerde kant. Laten we de publieke ruimte vermenselijken, zelfs als dat níét efficiënt en kostenbesparend is.

René Koekkoek is als historicus en publicist verbonden aan de Universiteit Utrecht.

Meer over