OpinieBesmettingen onderwijs

Opinie: Scholen worden de verpleeghuizen van tweede golf

Afstand houden is de norm, maar op scholen is de drukte groter dan in welke bus of trein ook. Dit gaat mis, stelt Ton van Haperen, die economie doceert bij het Rythovius College en aan de Universiteit Leiden.

Een leraar van Atheneum College Hageveld in Heemstede zet de ramen open tijdens de voorbereidingen voor het begin van het nieuwe schooljaar.Beeld ANP

De minister van onderwijs, Arie Slob, vindt maatregelen voor het voortgezet onderwijs vanwege de oplopende coronabesmettingen onnodig. De afspraken, gemaakt in juni toen het virus in de luwte verbleef, zijn volgens hem nog steeds afdoende. Ik geef les in een zorgelijk gebied en weet: dit is een vergissing. Slob vergeet bovendien dat zijn bestuurlijke logheid de samenwerking tussen leraren, schoolleiding, bestuur en politiek op scholen bemoeilijkt. Daardoor zullen leraren voor de eigen winst kiezen. Mijn eigen winst is momenteel even niet voor de klas staan. Ik doe het wel. Maar hoe lang nog?

Ze was best ziek, zegt ze. Hoofdpijn, algehele malaise. Ze is 17 jaar oud, zit op de eerste bank van mijn eindexamenklas, was al even niet lekker, werd getest en had corona. Ik maak een afspraak om de gemiste leerstof in te halen, maar geef ook aan dat ze in de les hard moet werken. Haar achterstand is niet alleen mijn verantwoordelijkheid. Haar bitse antwoordt: ‘ik kan hier niks aan doen, iedereen krijgt hier corona, jij ook’. Na een stilte zegt ze: ‘en jij kunt het minder goed hebben dan ik’. De manier waarop ik naar haar kijk, ontlokt een excuus. Ze wil nog iets zeggen. Mijn gezicht brengt haar in de ‘toch-maar-niet-stand’.

Paniekzaaierij

Deze leerling is een levendig en intelligent meisje. Ik ben op haar gesteld en dergelijke gesprekjes, inclusief het uitdagen en begrenzen, maken mijn werk leuk. Bovendien, in dit geval heeft ze ook nog eens gelijk. Op mijn school zijn zowel leerlingen als docenten besmet geraakt. Het aantal groeit en als we zo doorgaan, kom ik gegarandeerd aan de beurt. Uit niets blijkt dat dit iemand interesseert. Sterker, uit een mail van mijn schoolleiding begrijp ik dat de GGD liever niet heeft dat we hierover praten, vanwege mogelijke paniekzaaierij.

Maar ik ben niet in paniek en ga elke dag keurig naar mijn werk. Met leerlingen die ziek waren of moesten wachten op een test haal ik gemiste leerstof in. In tijden van crisis stel je alles in het werk er het beste van te maken. Ziehier de kracht van samenwerking.

Maar mijn coöperatieve instelling is gebaseerd op het vertrouwen op wederkerigheid. Dus als ik tijdens de Algemene Beschouwingen een beperkt aantal parlementariërs in een grote zaal zie debatteren, vergelijk ik dat beeld met mijn volle klaslokaal. Het contrast tussen de politici en mijn school is enorm. 1.300 leerlingen marcheren zorgeloos door de gangen. Feitelijk is de situatie niet anders dan een jaar terug, toen er geen ­virus rondging. 

Het lokaal met dertig leerlingen vullen is nog steeds de norm. Ter vergelijking: op een universiteit waar ik twee dagen per week werk, is alleen mijn eerste college fysiek, de rest gaat online. Tijdens dat eerste college moet ik bovendien zestien studenten verdelen over twee lokalen. Niemand kan mij de ratio achter dit verschil tussen school en universiteit uitleggen. Of erger, niemand uit al die bestuurlijke lagen boven mij neemt de moeite het uit te leggen.

Een zwijgende minister

Dit kan onmogelijk goed gaan. Middelbare scholen zijn hard op weg in de tweede golf de status te krijgen van de verpleegtehuizen uit de eerste golf. Het virus gaat hard rond in al die slecht geventileerde klassen en gebouwen met veel mensen in kleine ruimtes. Deze problematiek vereist nationale bijsturing. 

De minister-president benadrukt keer op keer dat afstand houden belangrijk is. Het ligt voor de hand dit uitgangspunt ook bij adolescenten te hanteren. Kies dus voor kleinere groepen. Dezelfde regering dwingt mondkapjes af in het openbaar vervoer. In de schoolgangen is de drukte echter vele malen groter dan in welke bus of trein ook. Wees consequent en doe op middelbare scholen hetzelfde.

Maar minister Slob zwijgt. Hij ziet geen probleem. Daarmee gaat hij steeds meer op dansleraar en virusontkenner Willem Engel lijken. Een gevaarlijke ontwikkeling. Na de eerste besmettingen staan leraren er alleen voor. Ze kijken naar de hogere bestuurslagen en denken: het is weer stil op de kantoren, zoek het uit, ik voel een snotneus opkomen en stop ermee. Alleen beter bestuur kan deze keuze voor eigen winst voorkomen. Als minister Slob niet nog deze week komt met een adequaat antwoord, is het onderwijs toe aan een andere minister.

Ton van Haperen doceert economie bij het Rythovius College en aan de Universiteit Leiden.

Meer over